Sevens, Theodoor (eigenlijk Pieter T.)

Uit NEVB Online
Ga naar: navigatie, zoeken

(Kinrooi 16 mei 1848 – Kortrijk 10 april 1927).

Studeerde onder leiding van Jan van Beers en Domien Sleeckx aan de Normaalschool te Lier, waar hij op 9 maart 1869 het diploma van onderwijzer behaalde. Sevens was onderwijzer te Lissewege (1869-1870) en te Dudzele (1870-1872) en in 1872 hoofdonderwijzer te Lapscheure. Na de uitvaardiging van de nieuwe wet op het onderwijs (1878) koos hij voor het vrij onderwijs en werd schoolhoofd op Walle te Kortrijk, in 1888 directeur van de stadsjongensschool in het Centrum en leraar aan de Nijverheidsschool in dezelfde stad. Na zijn ontslag in 1920 hield hij zich bezig met ordenen en inventariseren van het Kortrijkse stadsarchief.

Sevens had in de eerste plaats aandacht voor het onderwijs. De culturele herleving van het Vlaamse volk moest volgens hem bij de jeugd, vanaf het lager onderwijs, beginnen. Hij bezorgde een twintigtal uitgaven voor of met betrekking tot het onderwijs (onder andere bloemlezingen, leerboeken, kinderversjes), waarvan sommige herhaaldelijk herdrukt werden. Hij werkte mee aan verscheidene pedagogische tijdschriften en was hoofdredacteur van De Schoolbode voor Westvlaanderen. Sevens had een aanzienlijk aandeel in het culturele en politieke leven te Kortrijk en droeg in grote mate bij tot de vernederlandsing van deze in haar gegoede kringen nog verfranste stad. Met zijn vrienden Guido Gezelle (die een paar gedichten aan hem wijdde) en Adolf Verriest richtte hij in 1881 de plaatselijke Davidsfondsafdeling weer op en bracht ze tot bloei. Hij was de promotor van de Palfijnfeesten (1889), van de Boerenkrijgherdenking (1898) en van de Guldensporenfeesten (1902), die hij hielp voorbereiden door de stichting van het tijdschrift De Kouter (1900-1906), dat hij vrijwel alleen volschreef. Naar aanleiding van deze herdenkingen publiceerde Sevens niet alleen gelegenheidsgedichten, maar bovendien voor zijn tijd belangwekkende historische werken. Hij was inderdaad ook actief als beoefenaar van de plaatselijke geschiedenis, in het bijzonder van Kortrijk en enkele andere West-Vlaamse steden. In 1903 stichtte hij met baron De Béthune en deken Edouard de Gryse de Geschied-en Oudheidkundige Kring van Kortrijk; hij publiceerde een zeventigtal bijdragen in het Bulletijn (1903-1914) en in de Handelingen (1921-1930) van deze vereniging. Van een ruimere dan lokale belangstelling getuigen zijn werken over de Franse overheersing en de Eerste Wereldoorlog.

Het letterkundig werk van Sevens is vrij uitgebreid, maar heeft slechts geringe betekenis. Tot de Vlaamse liederschat behoren De Schelde (muziek van Karel Mestdagh) en Waar Maas en Schelde vloeien (muziek van Jan Blockx).

Werken

Kortrijk in het verleden, 1883; 
Hulde aan Hendrik Conscience, 1883; 
Jan Palfijn's leven, werken en verdiensten, 1887; 
Kortrijk in 1302 en de slag der gulden sporen, 1893; 
De Europese oorlog in België van 1914 tot 1918, 1920.

Literatuur

M. Brouns, Th. Sevens, onderwijzer, schrijver, archivaris, Vlaams strijder, 1958; 
F. Germonprez, Kortrijkse figuren, 1966; 
M. Brouns, 'Sevens, Pieter, Theodoor', in NBW, III, 1968; 
A.M. Surinx, Theodoor Sevens, 1991.

Auteur(s)

J. Paul Lissens