Serrure, Constant P.

Uit NEVB Online
Ga naar: navigatie, zoeken

(Antwerpen 22 september 1805 – Moortsele 6 april 1872). Vader van Constant A. Serrure.

Bezocht het atheneum te Antwerpen en was daarna een tijdlang klerk bij Jan F. Willems (toen ontvanger der registratie), die zijn belangstelling voor oude Middelnederlandse teksten (onder meer door het aanleren van kopiewerk) wekte. Serrure studeerde rechten te Leuven (1826- 1832) en hielp daar de bibliothecaris met het ordenen van de oude manuscripten en boeken. Hij stichtte er een Leuvensche Studenten Maatschappij en was actief voor onze oude literatuur, volkskunde, taalkunde en geschiedenis. Van 1833 tot 1835 was hij archivaris en conservator voor Oost- Vlaanderen en mededirecteur van de Messager des sciences historiques. In 1836 werd hij hoogleraar te Gent voor de geschiedenis van België en de Middeleeuwen. In 1834 stichtte hij met Philip M. Blommaert de Nederduitsche Letteroefeningen. In 1839 werd hij medestichter van de Maetschappy der Vlaemsche Bibliophilen, waarvoor hij in de volgende decennia twaalf literaire en historische tekstuitgaven verzorgde. Ook in het vrijwel alleen door hem verzorgde Vaderlandsch Museum (1855-1863) publiceerde hij veel korte en onbekende Middelnederlandse teksten, onder meer bijna het gehele Van Hulthem-handschrift. Als bibliofiel en numismaat genoot hij Europese faam; na zijn dood werd zijn boekenbezit geveild.

Van 1854 tot 1864 was Serrure als hoogleraar eveneens verantwoordelijk voor de Nederlandse taal- en letterkunde, waarvan hij het taalkundig en het oude literaire gedeelte voor zijn rekening nam; voor de moderne tijd werd hij bijgestaan door Jacob F. Heremans, die hem ook zou opvolgen. Na een bewogen rectoraatsperiode (1855-1857) trok hij zich uit de openbaarheid terug en wijdde zich aan zijn historisch werk. Voor de V.B. heeft hij belang als deelnemer aan het algemeen culturele leven (De Tael is gan(t)sch het Volk, Willemsfonds, Vlaemsch Gezelschap, Nederlandse Congressen en De Fonteine) en vooral als historicus en tekstuitgever. Algemeen kan zijn houding als niet zeer Belgisch, anti-Frans en soms ook anti-Nederlands, en beslist als pro-Vlaams worden gekarakteriseerd. Menselijk lijkt hij eerder grillig en gesloten te zijn geweest, wat zijn reputatie niet ten goede is gekomen.

Literatuur

E. van Even, 'In memoriam', in De Vlaamsche School (1872), p. 72-77; 
F. Rens, 'Constant Philippe Serrure', in Nederduitsch Letterkundig Jaarboekje, jg. 40 (1873), p. 141-144; 
A. de Ceuleneer, 'C.Ph. Serrure', in Liber Memorialis Gent, jg. 1 (1913), p. 81-94; 
id., 'Serrure (Constant-Philippe)', in BN, XXII, 1914-1920, kol. 251-265; 
V. Tourneur, 'Notice sur Constant Philippe Serrure', in Annuaire de l'Académie royale des sciences, des lettres et des beaux-arts de Belgique, jg. 108 (1942), p. 88-106; 
G. de Keulenaer, 'Serrure, Constant Philippe', in NBW, II, 1966; 
M. Brys, M. Carlier en H. Vanacker, Vaderlandsch Museum (Bibliografie van de Vlaamse tijdschriften in de 19de eeuw, nr. 8, 1985); 
De tijdschriften van 1819 tot 1833 (Bibliografie van de Vlaamse tijdschriften in de 19de eeuw, nr. 31, 1996).

Auteur(s)

Ada Deprez