Schrant, Johannes M.

Uit NEVB Online
Ga naar: navigatie, zoeken

(Amsterdam 24 maart 1783 – Zoeterwoude 5 april 1866).

Was tot 1817 een befaamd priester en kanselredenaar te Amsterdam en Enkhuizen, die zich door verlichte ideeën en irenische verdraagzaamheid ten opzichte van de andere godsdiensten in woord en geschrift liet kennen. Door Willem I werd Schrant in 1817 aan de nieuwe Rijksuniversiteit te Gent benoemd voor Nederlandse taal- en letterkunde, vaderlandse geschiedenis en welsprekendheid. Hij had er onder zijn gehoor de aanstaande juristen, onder meer George K. Bergmann, J.J.F. Wap, Prudens van Duyse en Philip M. Blommaert. Als rector (1820-1821) en hoogleraar (1817-1830) leverde hij onder meer door toespraken ("Over het noodzakelijke van het beoefenen der volkstaal voor den regtsgeleerde") een doelbewuste bijdrage tot de taalpolitiek van Willem I en minister Cornelis van Maanen. Hij ageerde tegen de volksvervreemding van de Franssprekende studerende elite, en stimuleerde de verwaarloosde studie van de Zuid-Nederlandse letterkundige contrareformatie (Justus de Harduijn, 17de en 18de eeuw) en de geschiedenis (Godfried van Bouillon). Hiervan getuigt een bloemlezing van Nederlandse poëzie (1827) en proza (1829) en een heruitgave van Jan B. Verlooys Onacht der moederlyke tael in de Nederlanden uit 1788 (1829). Als spreker en essayist was hij zeer actief in Regat Prudentia Vires (1819-1830) en als schoolinspecteur lager onderwijs te Gent, waarvoor hij onder meer ook schoolboekjes schreef. Toch kreeg hij evenmin als vroeger in Nederland, vaste voet in het Gentse milieu: als irenisch priester was hij voor de katholieken niet katholiek genoeg, voor de liberalen te katholiek. In 1830 keurde hij in zijn geschrift De Opstand en afval der Belgen getoetst aan den geest des Christendoms, door een "Roomsch Katholyk Priester", de revolutie en de steun die ze vanwege de geestelijkheid genoot sterk af; achteraf erkende hij het bestaan van gegronde grieven als de aan Zuid-Nederland in 1815 opgedrongen grondwet en de ongelijke verdeling der ambten.

Van 1831 tot 1853 doceerde hij naast M. Siegenbeek te Leiden, maar kon er door zijn toen wel verouderde methoden geen populariteit oogsten en slechts minder duurzaam werk leveren.

Voor de V.B. heeft hij belang door zijn pionierswerk op het gebied van de braakliggende studie van de Zuid-Nederlandse literatuur en geschiedenis, die later bij een aantal van zijn oud-studenten zou doorwerken en mede de V.B. te Gent in het leven zou roepen.

Werken

Over het noodzakelijke van het beoefenen der volkstaal voor den regtsgeleerde, 1821; 
Kort overzigt van de geschiedenis der Nederlanden, 1823; 
Beknopte natuur- en staatkundige beschrijving der Nederlanden, 1826; 
Verhandeling op het niet achten der moederlyke tael in de Nederlanden, 1829; 
De opstand en afval der Belgen getoetst aan den geest des Christendoms, door een Roomsch- Katholyk Priester, 1830; 
Redevoeringen en verhandelingen, 2 dln., 1829-1845.

Literatuur

J.T. Bergman, 'Levensberigt van J.M. Schrant', in Levensberichten der afgestorven leden van de Maatschappij der Nederlandsche Letterkunde, 1866, p. 231-263; 
id., 'Nalezingen op het levensberigt van den oud-hoogleeraar J.M. Schrant', in Levensberichten der afgestorven leden van de Maatschappij der Nederlandsche Letterkunde, 1869, p. 258-266; 
L.D.R. (= L. de Rijckere), 'Professor J.M. Schrant te Gent (1818-1830)', in Jaarboek Willemsfonds (1878), p. 26-43; 
J.G. Frederiks en F.J. van den Branden, 'J.M. Schrant', in Biographisch woordenboek der Noord- en Zuid-nederlandsche letterkunde, 18912; 
P. Fredericq, Liber Memorialis, I, 1913; 
id., 'Schrant (Johannes-Matthias)', in BN, XXII, 1914-1920, kol. 32-36; 
J. Persyn, 'De eerste hoogleraar in het Nederlandsch aan de Gentsche universiteit', in Hooger Leven (1930), p. 887-888 en p. 1205-1206; 
H.N. van Kalken, 'Johannes Matthias Schrant (1783-1866)', in De Vlaamsche Gids, jg. 19 (juni 1931), p. 411-417; 
P. de Keyser, 'Uit de geschiedenis van het openbaar onderwijs te Gent', in Ontwikkeling (mei-juni 1932), p. 326-354; 
G. Gorris, J.M. Schrant: zijn autobiografische herinneringen, 1932; 
A. Deprez, 'J.M. Schrants verblijf in Gent (1818-1830)', in WT, jg. 29, nr. 1 (1970), p. 45-54; 
id., 'Schrant, Johannes Matthias', in NBW, IV, 1970.

Auteur(s)

Ada Deprez