Schoonselhof

Uit NEVB Online
Ga naar: navigatie, zoeken

84 ha grote stedelijke begraafplaats van de stad Antwerpen.

In 1921 werd het domein Schoonselhof dat zich gedeeltelijk op het grondgebied van Hoboken en Wilrijk bevond, officieel als begraafplaats in gebruik genomen, nadat het in 1911 door de stad Antwerpen verworven werd van Jules Moretus. Meerdere ereperken werden er aangelegd voor diegenen die de stad Antwerpen en de gehele Vlaamse gemeenschap in hun verering, erkenning én erkentelijkheid opgenomen hebben. Een aantal grafmonumenten zijn als het ware funeraire kunstwerken; deze gedenktekens werden overgebracht van het voormalige Kielkerkhof naar het Schoonselhof. Het indrukwekkende praalgraf van Hendrik Conscience met de leeuw is het werk van de befaamde beeldhouwer F. Joris, die eveneens het bronzen zitbeeld vervaardigde dat zich aan de Antwerpse stadsbibliotheek bevindt. Samen met dat van Peter Benoit, voorstellende een zingende meisjesfiguur met engel, zijn het de twee meest sprekende monumenten binnen de strijd voor de Vlaamse ontvoogding, de strijd van een politieke voorhoede, samen met de kunstenaars. Zo ook graven van Lodewijk Gerrits, volksvertegenwoordiger en Julius de Geyter, Max Rooses, Jan van Rijswijck en anderen behorende tot de vrijzinnige vleugel van de V.B. De Drie Kraaiende Hanen, Frans van Cauwelaert, Camille Huysmans en Louis Franck. Raf Verhulst tijdens de repressie verwijderd van het ereperk, Edward Coremans, medeauteur der taalwetten, Herman van den Reeck, Berten Fermont, Paul van Ostaijen, Lode Baekelmans, Jozef Muls, Willem Elsschot, Marten Rudelsheim, Frans Daels, Lode Craeybeckx en anderen.

Vervolgens de belangrijkste vertegenwoordigers van het Vlaamse muziekleven: de componisten Jan Blockx, Jef van Hoof, Flor Alpaerts, Renaat Veremans, K. Candael en de prins van het Vlaamse lied, Lodewijk Mortelmans. Door de aanwezigheid van voornoemde en vele andere bewogen Vlaamse strijders, roept het Schoonselhof pakweg anderhalve eeuw Vlaamse emancipatie- en cultuurgeschiedenis op zodat men terecht gewag maakt van een sanctuarium of pelgrimsoord van de V.B. 'De Brabantse leeuwerik' Pol de Mont schreef ooit een sonnet gewijd aan het Schoonselhof waarin dit vers: "Zij rusten daar zo genoeglik, dat men 't ook zelf zou willen". In 1931 werd hij er ook begraven.

Literatuur

J.E. Driessens en Renaud, Schoonselhof, een hommage, 1993.

Auteur(s)

Albert Goovaerts; Jean E. Driessens