Schmook, Ger (eigenlijk Gerard) E.K.

Uit NEVB Online
Ga naar: navigatie, zoeken

(Antwerpen 17 augustus 1898 – Antwerpen 5 juli 1985).

Studeerde aan de Stedelijke Normaalschool van Antwerpen voor onderwijzer (1913-1917). Daarna was Schmook bibliothecaris van de Algemene Diamantbewerkersbond van België-ADB (1919-1937), bestuurssecretaris van het Wereldverbond van Diamantbewerkers te Antwerpen en Amsterdam (1924-1937); conservator van het Museum van de Vlaamsche Letterkunde (1937-1963); directeur van de Stedelijke Middelbare School voor Opleiding van Bibliotheek-, Archief- en Museumpersoneel te Antwerpen (1945-1963), directeur van de Stedelijke Bibliotheken te Antwerpen (1945-1963).

Schmook werd tijdens zijn vormingsjaren aan de normaalschool sterk beïnvloed door Frans van Cuyck en Hendrik Bellens. De normalist Schmook weigerde na de oorlog zijn handtekening voor de vernederlandsing van de Gentse hogeschool (von Bissing Universiteit) te verloochenen en werd bijgevolg op de wachtlijst voor een aanstelling tot onderwijzer geschrapt. Hij maakte van de bibliotheek van de ADB op korte tijd de voornaamste privé openbare bibliotheek van het land. In de sfeer van vooruitgangswil na de Eerste Wereldoorlog en krachtens de mogelijkheden ontstaan door de bibliotheekwet- Jules Destrée van 1921 ging zijn jong dynamisme zich meer en meer toespitsen op het vraagstuk der lectuurvoorziening als hefboom voor de volksontwikkeling. Betere bibliotheken zouden ipso facto smaak, vorming en peil en dus ook het zo nodige zelfbewustzijn van het Vlaamse volk in de hand werken. Dit liep parallel met het streven van de in 1921 gestichte Vlaamse Vereniging van Bibliotheek-, Archief- en Museumpersoneel, waarin hij trouwens een actief aandeel zou nemen. Schmook werd de promotor bij uitstek van de moderne bibliotheekgedachte in Vlaanderen. Hij ontpopte zich niet alleen tot een bibliotheektechnicus van formaat maar ook tot een alzijdig kenner van het boek en zijn draagwijdte. Toen Schmook in 1937 opgeroepen werd tot het ambt van conservator van het door Lode Baekelmans en Willem Eekelers tot stand gebrachte Museum van de Vlaamsche Letterkunde had hij reeds zijn synthese Wordingsgeschiedenis van het boek (1931) gepubliceerd en leverde hij – met medewerking van Victor van de Berghe – zijn nog steeds niet vervangen handleiding voor de bibliotheekpraktijk Boek en Bibliotheek (1938-1935), waar hij zijn gezag mee vestigde. Daarmee had hij meteen zijn strijd aangevat voor het weghalen van de openbare bibliotheek uit de sfeer van de weldadigheid en uit de ideologische (synoniem van financiële) verdeeldheid en onbeduidendheid.

Als conservator van het AMVC gaf Schmook deze instelling een wetenschappelijke grondslag, een degelijke behuizing en bouwde hij ze bovenal uit tot het thans zeer rijke archief niet alleen van de V.B., maar meteen van de Vlaamse literatuur, muziek enzovoort. De gedachte aan de documentaire en archivarische vastlegging van de V.B., reeds in de 19de eeuw opgevat door Michiel van der Voort, verdergedragen door Pol de Mont, Emmanuel de Bom, Eugène de Bock en ten slotte gerealiseerd door Baekelmans, mocht hij in grote mate in daad omzetten. Het ambt bracht hem in contact met vooral de negentiende-eeuwse letterkundige geschiedenis: daarover bracht hij in menige diepgaande studie nieuwe feiten aan het licht. Als literatuurhistoricus en essayist doorgroef Schmook het terrein aan alle kanten. Hij ontwikkelde ook een grote activiteit als voordrachtgever voor talloze verenigingen. In 1945 volgde hij Baekelmans op als directeur van de Stedelijke Bibliotheken van Antwerpen, het grootste stedelijk bibliotheekcomplex van het land, dat hij organisatorisch krachtig in de hand hield en met talrijke initiatieven verstevigde. In 1947 volgde zijn benoeming tot lid van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde, waar hij zich een bedrijvig lid betoonde en waar hij tweemaal het ambt van bestuurder waarnam. In 1967 werd hij doctor honoraris causa van de Universiteit van Amsterdam en later ook van de Rijksuniversiteit van Gent.

Een actief leven bracht mee dat Schmook als onmisbare schakel of veeleer als voortrekker betrokken werd bij allerlei initiatieven op cultureel gebied: lid van de Provinciale Commissie voor Vlaamse Letterkunde en Openbare Bibliotheken, van de Interprovinciale Commissie voor Vlaamse Letterkunde, lid en voorzitter van de Hoge Raad der openbare bibliotheken, negentien jaar lang Vlaams voorzitter van de sectie bibliotheekwezen bij de Conferentie der Nederlandse Letteren.

Schmooks cultuurflamingantisme wortelde in het activisme van de Eerste Wereldoorlog en in het socialisme; het komt niet alleen tot uiting in schrifturen maar ook in het openbare leven, bijvoorbeeld als medeorganisator van de Conscience-feesten in 1938 te Antwerpen in opdracht van het Verbond van Vlaamse Cultuurverenigingen Antwerpen, het lidmaatschap van het Centrum-Harmel, het lidmaatschap van de Kultuurraad voor Vlaanderen en aldaar ondervoorzitter van de raad van beheer, de organisatie van een petitie over het "geval Brussel" waarbij burgemeester Lode Craeybeckx de door Schmook bedachte slogan "Antwerpen laat Brussel niet los" lanceerde.

Werken

met V. van den Berghe, Lijst van jeugdboeken, 1928; 
De klasse-bibliotheek, 1929; 
Lectuurlijsten, 1930; 
Titelbeschrijving en alfabetische rangschikking van auteursnamen en titels, 1930; 
Wordingsgeschiedenis van het boek, 1931; 
De openbare boekerij in verband met den vrijen tijd van den arbeider, 1932; 
Het oude en het nieuwe kinderboek, 1934; 
Inwijding in de literatuur, 1937; 
Het Museum van de Vlaamsche Letterkunde te Antwerpen, 1941; 
Hoe Teun den Eyerboer in 1815 sprak tot de burgers van Antwerpen, 1942; 
Multatuli in de Vlaamse gewesten, 1949; 
Onze Rensen, 1950; 
Geestelijke vrijheid in Vlaanderen, 1951; 
Boek en bibliotheek (1937- 1952); 
De driehoeksverhouding Pol de Mont-August Gittée- Alfons de Cock, 1952; 
Teleurgang van een literaire nalatenschap, 1959; 
Een Parijse "Beau" onder Antwerpse "Jolikes", 1959; 
Ecce homo Peter Benoit, 1960; 
Prosper van Langendonck, 1962; 
Componenten, 1963; 
Al moeite om niet?, 1966; 
De grote nood aan openbare bibliotheken in België, 1969; 
Les Riddecks d'Anvers, 1971; 
Humor in de Antwerpse poesje, 1973; 
Lode Baekelmans, 1974; 
Stap voor stap langs kronkelwegen. Gedenkschriften, 1976; 
Hendrik Conscience c.s. schrijven aan zijne Majesteit Leopold I, 10.10.1846, 1984.

Literatuur

'Lijst van werken en studiën', in Ger Schmook, LX, 1958; 
E. Willekens, 'Vooraf bekeken', in G. Schmook, Componenten, 1963; 
L. Simons, 'In memoriam dr.h.c. Ger Schmook', in WT, jg. 44, nr. 3 (1985), p. 183-185; 
'Eresaluut aan Ger Schmook', in Bibliotheekkunde, nr. 36, 1986.

Verwijzingen

zie: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde.

Auteur(s)

Emiel Willekens; Martina de Moor