Scheere, Leo

Uit NEVB Online
Ga naar: navigatie, zoeken

(Oudenaarde 15 augustus 1895 – Deurne 12 april 1963).

Meldde zich na het beëindigen van zijn humaniorastudies aan het Onze-Lieve-Vrouwcollege van Oudenaarde in 1914 aan als vrijwilliger bij het Belgisch leger. Na de Eerste Wereldoorlog studeerde Scheere rechten aan de Katholieke Universiteit van Leuven, waar hij in 1921 de doctorstitel behaalde. In 1922 vestigde hij zich als advocaat in Antwerpen en verdedigde er onder anderen de dienstweigeraar Berten Fermont (1931). Hij gaf les aan verscheidene Antwerpse scholen: de stedelijke nijverheidsschool (1922-1946), de huishoudschool Sint-Godelieve, de opleidingsschool voor sociale werkers en de volkshogeschool.

In 1925 werd Scheere arrondissementeel voorzitter van de in dat jaar opgerichte Katholieke Christelijke Volkspartij voor Vlaanderen (KCVV). Tijdens de parlementsverkiezingen van 1925 stond hij zonder succes op de kartellijst van het KCVV en Het Vlaamsche Front. Scheere verleende zijn medewerking aan het tijdschrift, Ons Vaderland, een weekblad dat bedoeld was als bindmiddel tussen de Vlaams-nationalisten van de KCVV en van de Frontpartij. In 1926 nam hij deel aan de oprichtingsvergaderingen van een federatie, waarbinnen de twee partijen zelfstandig bleven, maar een verkiezingskartel vormden. De federatie was geen lang leven beschoren en in 1928 veranderde de KCVV haar naam in Kristene Vlaamsche Volkspartij (KVV). Scheere bleef voorzitter van de partij.

In 1928 was Scheere actief in de amnestiebeweging. Toen de KVV in 1929 opnieuw kartel vormde met Het Vlaamsche Front, werd Scheere door het KVV, die met René Lagrou een extremistische richting insloeg, opzijgezet. In 1932 stond hij op de lijst van Het Vlaamsche Front. Op het einde van de jaren 1930 werd Scheere actief in de katholieke partij, na de Tweede Wereldoorlog de Christelijke Volkspartij. Van 1938 tot 1952 zetelde hij in de gemeenteraad van Deurne, van 1946 tot 1954 in de Kamer.

Naast zijn politieke carrière was Scheere actief in de katholieke Vlaamse studentenbeweging en in het verenigingsleven. Als student werkte hij mee aan De Student en De Vlaamsche Vlagge. Nadien gaf hij talrijke voordrachten, onder meer voor het Davidsfonds. Hij was lid van het hoofdbestuur van het Algemeen Christelijk Werk(nem)ersverbond. Van 1934 tot 1937 was hij voorzitter van de Katholieke Vlaamse Hogeschooluitbreiding. Scheere was betrokken bij de reorganisatie van de Bond der Kroostrijke Gezinnen, later Bond van Grote en van Jonge Gezinnen, in 1937. In 1938 werd hij secretaris van het Vlaams Verbond van de Bond en van 1942 tot 1959 was hij voorzitter van dit Verbond. In 1947 werd hij lid van de Hoge Raad voor het Gezin.

Literatuur

'In Memoriam Leo Scheere', in De Bond van Grote en Jonge Gezinnen (19 april 1963); 
R. de Vuldere, Biografisch repertorium der Belgische parlementairen, senatoren en volksvertegenwoordigers, 1830-1965, RUG, onuitgegeven licentiaatsverhandeling, 1965; 
L. Vandeweyer, 'Het katholiek Vlaams-nationalisme in Antwerpen naar het Vlaamse Front, 1925-1931', in WT, jg. 50, nr. 4 (1991), p. 193-197 en jg. 51, nr. 1 (1992), p. 1-16.

Verwijzingen

zie: Antwerpen-stad.

Auteur(s)

Nele Bracke