Sap, Gustaaf

Uit NEVB Online
Ga naar: navigatie, zoeken

(Kortemark 21 januari 1886 – Brussel 19 maart 1940).

Behaalde het diploma van onderwijzer aan de bisschoppelijke normaalschool te Torhout (1905), werd licentiaat in de handels- en consulaire wetenschappen (1911) en doctor in de politieke en sociale wetenschappen (1912) te Leuven. In 1913 werd Sap professor aan de Leuvense Alma Mater, eerst aan de Handelshogeschool, na de oorlog aan de rechtsfaculteit.

Tijdens de oorlog verbleef hij in Frankrijk en van maart 1915 tot november 1918 was hij privé-secretaris van Joris Helleputte, minister van landbouw en openbare werken in Le Havre. Overtuigd flamingant werd hij tegelijkertijd vertrouwensman van de Frontbeweging. Hij kocht in Frankrijk het papier waarop de manifesten en Open Brieven van de Frontbeweging gedrukt werden en bracht het drukwerk in de ministeriële auto naar het front. Hij was in voortdurend contact zowel met Alfons van de Perre en Frans van Cauwelaert als met Hendrik Borginon en Adiel Debeuckelaere. Onder de schuilnaam van Jean de Louvain was hij correspondent van L'Echo de Paris; wegens zijn Vlaamsgezinde standpunten kwam Charles de Broqueville bij het blad tussenbeide om de medewerking van Sap te doen ophouden.

Onmiddellijk na de oorlog weifelde Sap tussen Het Vlaamsche Front en de katholieke partij, maar koos uiteindelijk voor de laatste. Hij steunde Van Cauwelaert in zijn ondernemingen, werd beheerder van de naamloze vennootschap van de krant De Standaard (1919), bestuurslid van de Katholieke Vlaamsche Landsbond (1919) en kreeg in het arrondissement Roeselare-Tielt de vierde plaats op de katholieke lijst. Hij werd gekozen en bleef Kamerlid tot aan zijn dood in 1940. Tussen 1921 en 1932 was hij kandidaat van de landbouwers. Hij bleef evenwel steeds goede contacten met de frontpartij onderhouden en zou zich op het einde van de jaren 1920 opwerpen als leider der teleurgestelde katholieke flaminganten die meenden dat van het minimumprogramma van 1919 bitter weinig terecht was gekomen en die de compromissenpolitiek van Van Cauwelaert hekelden.

In 1927 verwierf Sap ter gelegenheid van een kapitaalverhoging de meerderheid in de naamloze vennootschap De Standaard. Hij stelde toen een werkverdeling op, waarbij Van Cauwelaert de politieke leiding van de krant behield en hijzelf de financieel-commerciële leiding op zich nam. Pas na de doorbraak van de Vlaams-nationalisten bij de verkiezingen van mei 1929 nam hij volledig de teugels in handen. Hoofdredacteur Marcel Cordemans en redactiesecretaris Paul van Molle, die aan de zijde van Van Cauwelaert stonden, namen in augustus 1929 ontslag, en Jan Boon werd hoofdredacteur. Van dat ogenblik af volgde De Standaard een meer radicale, maar ook meer wispelturige koers, al naargelang Sap in de regering zat of niet.

In mei 1931 lokte Sap met zijn ophefmakende interpellatie over het uitblijven van de taalontwerpen de val van de regering-Henri Jaspar uit. De nieuwe formateur Jules Renkin vroeg hem in de regering te komen, doch Sap weigerde vooralsnog. Bij de vorming van de tweede regering-Renkin in mei 1932 werd Sap minister van openbare werken. Van december 1932 tot juni 1934 behoorden ook landbouw en middenstand tot zijn bevoegdheid, daarna beheerde hij het departement van financiën.

Einde 1934 geraakte Sap in conflict met verschillenden van zijn partijgenoten en dat om verschillende redenen. De persoonlijke vetes die hieruit ontstonden, hadden een sterke weerslag op de katholieke partij tot 1940. Het conflict had onder andere te maken met de financiële ondernemingen waarin Sap geëngageerd was, in het bijzonder met de Algemeene Bankvereeniging, het paradepaard van het opkomende Vlaamse kapitalisme, waarin Sap geleidelijk door de Belgische Boerenbondtop opzij was geduwd. Sap beschouwde zijn eliminatie uit de regering, in november 1934, als een zet van de Boerenbond, die aan de rand van de financiële afgrond stond, maar van Sap als minister geen tegemoetkomende houding te verwachten had. Sap lekte daarop informatie uit over de financiële toestand van de Boerenbond, wat leidde tot de val van de Middenkredietkas. Begin 1935 moest ook Van Cauwelaert, die tot de vrienden van de Boerenbond behoorde, wegens een tegen hem opgezette campagne, waarin Sap de hand had, ontslag nemen als minister. Bij de stichting van de Kredietbank, op de ruïnes van de Algemeene Bankvereeniging en de Kortrijkse Bank van Handel en Nijverheid, viel Sap uit de boot en dat bracht hem in conflict met Paul van Zeeland, wiens moderne economische opvattingen hij overigens niet apprecieerde.

Toen in maart 1935 de regering-Van Zeeland werd gevormd en de devaluatie werd doorgevoerd, koos Sap voor de oppositie. Dit isoleerde hem geleidelijk in de katholieke partij. In zijn houding speelde het Vlaamse element een rol zonder nochtans beslissend te zijn. Belangrijk was in elk geval het nieuwe radicale Vlaamse programma van De Standaard van 11 juli 1935 en zijn steun aan de Vlaamsche Concentratie van het weekblad Nieuw Vlaanderen.

Na de parlementsverkiezingen van 24 mei 1936 en in het kader van een toenemende polarisatie in Europa plaatste Sap de Vlaamsche Concentratie in een bredere rechtse concentratie met het anticommunisme als belangrijke drijfveer. Hij streefde naar een rechtse regering als alternatief voor het kabinet-Van Zeeland, dat door de socialisten werd gedomineerd, en aarzelde niet zijn bondgenoten te zoeken bij Rex en de Franstalige conservatieve katholieken. In maart 1937 beschuldigde hij in een ophefmakende interpellatie de premier van financiële malversatie in de Nationale Bank, overigens niet ten onrechte zoals later zou blijken. De Standaard steunde Léon Degrelle in de tussentijdse verkiezingen van 11 april 1937. Als gevolg hiervan werd Sap uit de rechterzijde gestoten en lanceerde de Katholieke Vlaamsche Volkspartij een nieuwe krant, De Courant, tegen De Standaard. Na de val van Van Zeeland, einde 1937, begon Saps rehabilitatie en begin maart 1938 nodigde de rechterzijde hem opnieuw uit aan de vergaderingen deel te nemen. In april 1939 werd hij weerom minister. Marcel-Henri Jaspar schreef in zijn memoires dat een regering zonder Sap onmogelijk geworden was. Sap overleed plotseling aan een hartkramp.

Literatuur

Gedenkboek Gustaaf Sap 1886-1940, 1941; 
G. Durnez, De Standaard. Het levensverhaal van een Vlaamse krant, I, 1985; 
E. Gerard, De katholieke partij in crisis. Partijpolitiek leven in België (1918- 1940), 1985; 
E. Gerard, 'Sap, Gustaaf', in NBW, XII, 1987; 
C. Vlerick-Sap, Gustaaf Sap. Mijn vader. Herinneringen, 1996.

Verwijzingen

zie: Waalse Beweging.

Auteur(s)

Guido Provoost; Emmanuel Gerard