SS-Vlaanderen

Uit NEVB Online
Ga naar: navigatie, zoeken

werd op initiatief van de Duitse SS- leiding officieel op 30 november 1940 onder de naam Algemeene-SS Vlaanderen opgericht. In feite bestond de organisatie toen al enkele maanden door de initiatieven van René Lagrou die ook de leider van de nieuwe organisatie werd. Ward Hermans werd hoofdredacteur van het blad van de organisatie, De SS-man, dat vanaf december 1940 verscheen.

De structuur werd overgenomen van het Duitse voorbeeld, de Algemeine SS. Als lid van de Algemeene-SS Vlaanderen kreeg men in zijn vrije tijd paramilitaire oefeningen en werd men ideologisch geschoold. Dergelijke oefeningen grepen plaats op de vergaderingen van de verschillende plaatselijke afdelingen, en gedurende opleidingen die een vol weekend of zelfs langer konden duren en die doorgingen in de SS-school te Schoten of te Sennheim. Het belang van de Algemeene-SS Vlaanderen lag niet zozeer in het paramilitaire potentieel van deze organisatie (al werd wel actief voor de Waffen-SS geworven), maar vooral op het politieke vlak. De oprichting van de Algemeene-SS Vlaanderen was een van de manieren waarop de Duitse SS-leiding poogde meer invloed in België te krijgen. Deze poging is evenwel niet geslaagd via de Algemeene-SS Vlaanderen omdat het de organisatie aan een grote aanhang ontbrak. Een van de redenen hiervoor was ongetwijfeld het feit dat de organisatie pas gedurende de oorlog was opgericht, enkel en alleen met het doel te collaboreren. Hierbij komt nog dat de ideologische denkbeelden van de SS inhielden dat men Vlaanderen als deel van het Duitse Rijk beschouwde zonder dat enige zelfstandigheid werd opgeëist. Dit overduidelijke extreme collaboratiekarakter gekoppeld aan het paramilitaire aspect van de organisatie zorgde ervoor dat slechts weinigen zich geroepen voelden om tot de Algemeene-SS Vlaanderen toe te treden. Het gering aantal leden leidde tot de wijziging van de toelatingsvoorwaarden. Zo werden kandidaten toegelaten die eigenlijk niet aan de 'rassisch' gestelde eisen van de SS voldeden. Deze groep werd aangeduid als SS-militie of Vlaanderenkorps terwijl de leden die wel aan de eisen voldeden als SS-mannen werden aangeduid.

In oktober 1942 werd de organisatie omgedoopt tot 1ste Standaard van de Germaansche-SS Vlaanderen. Door ook de Nederlandse, Noorse en Deense SS-eenheden te hernoemen als lokale afdelingen van de Germaanse-SS moest een beeld gecreëerd worden dat alle 'Germaanse' volkeren met elkaar verbonden waren en een eenheid vormden; regionale zelfstandigheid was uit den boze. Met de inschakeling in een Germaanse-SS werd dan ook nog duidelijker dat de te volgen politieke lijn van de verschillende SS-eenheden niet ter plaatse bepaald werd, maar dat de richtlijnen hiervoor uit Berlijn kwamen. De feitelijke leiding berustte bij de Duitse vertegenwoordiger van Reichsführer-SS Heinrich Himmler in België, aanvankelijk Konstantin Kammerhofer en vanaf april 1942 Richard Jungclaus.

Ondertussen was de leiding van de organisatie reeds tweemaal in nieuwe handen overgegaan: in mei 1941 werd Jef de Langhe standaardleider en in september van hetzelfde jaar werd hij vervangen door Raf van Hulse. Hermans was als hoofdredacteur vervangen door Maurits van de Walle. Naarmate de oorlog vorderde verloor de SS-Vlaanderen steeds meer aan politiek belang voor de SS. De Duitsch-Vlaamsche Arbeidsgemeenschap (DeVlag) vormde toen immers de belangrijkste SS-organisatie in Vlaanderen. Bijgevolg kwam steeds meer nadruk te liggen op het paramilitaire karakter van de organisatie. Vooral vanaf augustus 1942 toen Jef François de leiding van Van Hulse overnam, begon men leden van de SS-Vlaanderen in te zetten bij bewakingsopdrachten. Het groeiende belang van het militaire potentieel van de Germaansche-SS Vlaanderen kwam nog meer tot uiting toen de Duitse SS-leiding besloot de leiding van de organisatie in handen te geven van jonge Vlaamse Waffen-SS officieren die net de officiersopleiding te Bad Tölz hadden gevolgd.

De SS-Vlaanderen werd evenwel vooral berucht naar aanleiding van aanslagen die door haar leden werden uitgevoerd. Voornamelijk onder leiding van Robert Verbelen (leider voor de provincies Brabant en Limburg) werden vanaf eind 1942 tot op het einde van de oorlog verschillende aanslagen uitgevoerd op vermeende leden van het verzet of op personen die door de groep rond Verbelen als moreel medeverantwoordelijk voor aanslagen op collaborateurs werden beschouwd. Alhoewel deze aanslagen niet in het uniform van de SS-Vlaanderen gebeurden, waren deze feiten onlosmakelijk verbonden aan het lidmaatschap van deze personen bij de SS. Met de oprichting van het Veiligheidskorps van de DeVlag (door Verbelen) in het voorjaar van 1944, werd de volledige SS-Vlaanderen, waarvan de leiding in november 1943 was overgegaan naar Tony van Dijck, op verschillende ogenblikken ingeschakeld in razzia's die in samenwerking met Duitse politiediensten werden uitgevoerd.

Bij de bevrijding vluchtten de meeste leden van de Germaanse-SS naar Duitsland waar de organisatie van Van Dijck ontbonden werd.

Literatuur

A. de Jonghe, 'De strijd Himmler-Reeder om de benoeming van een HSSPF te Brussel (1942-1944)', in Bijdragen tot de Geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog, nr. 4 (1976), p. 5-152; nr. 5 (1978), p. 5- 178; nr. 7 (1982), p. 97-178; nr. 8 (1984), p. 5-234; 
B. de Wever, Greep naar de macht. Vlaams-nationalisme en Nieuwe Orde. Het VNV 1933-1945, 1994; 
B. Crombez, 'De Algemene- SS Vlaanderen', in Bijdragen tot de Geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog, nr. 17 (december 1995), p. 165-202.

Verwijzingen

zie: collaboratie.

Auteur(s)

Bart Crombez