Roose, George P.M.

Uit NEVB Online
Ga naar: navigatie, zoeken

(Antwerpen 3 juli 1881 – Grimma 24 december 1948).

Werd in 1909 bij de stichting van de Groeningerwacht in Antwerpen de eerste voorzitter. In 1914 was Roose onderwijzer in Borgerhout. Tijdens de Eerste Wereldoorlog werd hij bestuurslid van Jong-Vlaanderen en hoofdredacteur van het activistische weekblad Ons Land en van De Antwerpsche Courant. Vanaf 1917 was hij algemeen bestuurder voor veiligheid in het Vlaamse ministerie van nationaal verweer onder August Borms. Daar werd hij er in 1918 mee belast de oprichting voor te bereiden van een activistisch leger, de Vlaamsche Rijkswacht. Na de oorlog vestigde hij zich in Leipzig, waar hij tevergeefs werk zocht als journalist. Ook het plan om een geïllustreerd Nederlandstalig weekblad op te richten mislukte. Nog in 1922 was Roose geheel en al afhankelijk van uitkeringen van de Duitse overheid.

Aan zijn benarde financiële toestand was het uiteindelijk ook te wijten dat Belgische patriotten het archief van de Raad van Vlaanderen, dat zich sinds het einde van de oorlog in Duitsland bevond, konden bemachtigen. De Commissie van Zaakgelastigden van de Raad besliste op aandringen van Robert P. Oszwald op 16 oktober 1918 het naar Leipzig te sturen, hetgeen op 12 november gebeurde. In Leipzig vonden de documenten onderdak in een gesloten ruimte van het historisch instituut van de universiteit. Op 8 februari 1919 droeg Oszwald het archief over aan Albert Vlamynck, gewezen professor geschiedenis aan de tijdens de Eerste Wereldoorlog vernederlandste Gentse universiteit. Op 12 april 1920 kwam het onder het beheer van Roose, die het overbracht naar een dorp in de buurt van Leipzig, waar hij een kamer huurde om het op te slaan. Behalve Roose waren alleen Willem de Vreese, toen bibliothecaris in Rotterdam, Raf Verhulst en Josué de Decker op de hoogte van die schuilplaats. Eind 1920 beslisten ze het archief naar De Vreese in Rotterdam te sturen, maar dit plan ging niet door. In januari 1921 had Roose al contact met een Duitse medewerker van Armand Wullus, die in diens opdracht spioneerde in kringen van uitgeweken activisten. Volgens Wullus bood hij het archief toen reeds te koop aan. Vanaf juni 1924 herhaalde hij dit aanbod tegenover verschillende Belgische instanties. Door bemiddeling van Wullus bracht de Ligue nationale pour l'unité belge de nodige fondsen op, waaruit Roose de koopsom van 50.000 frank opstreek. Op 25 januari 1925 belandden de documenten in Brussel.

Roose keerde na de Uitdovingswet in 1929 naar België terug. Vanaf 1933 woonde hij in Averbode, waar hij onder de schuilnaam van Joerg Joergen met letterkundige bijdragen meewerkte aan het blad Hooger Leven. In 1937-1938 verhuisde hij naar Brussel, waar hij redactiesecretaris werd van het blad Omroep. Hij was intussen overtuigd nationaal-socialist geworden. Zo zag hij zich genoodzaakt bij de bevrijding in september 1944 weer de wijk te nemen naar Duitsland, waar hij zich in Grimma, opnieuw in de buurt van Leipzig, vestigde.

Literatuur

Les Archives du Conseil de Flandre, publiées par la Ligue nationale pour l'unité belge, 1928; 
A. Wullus, En marge de la politique belge, 1957; 
H.D. Mommaerts, 'Herinneringen aan de afwikkeling van het Vlaams activisme in 1918', in WT, jg. 27, nr. 5 (1966), p. 315-326.

Auteur(s)

Winfried Dolderer