Rolin-Jaequemyns, Gustave

Uit NEVB Online
Ga naar: navigatie, zoeken

(Gent 31 januari 1835 – Brussel 9 januari 1902).

Huwde in 1862 met Emilie Jaequemyns en voegde haar naam bij de zijne. Rolin-Jaequemyns studeerde aan de Gentse rijksuniversiteit rechten en politieke en administratieve wetenschappen.

Als jong advocaat te Gent (tot 1869) behoorde hij in de jaren 1860 tot de voorvechters van de V.B. Hij werd voorzitter (1863) van het progressief-liberale Van Crombrugghe's Genootschap. Door toedoen van Rolin-Jaequemyns zou deze in 1857 opgerichte vereniging ter bevordering en verdediging van het officieel onderwijs van 1864 tot 1872 naar buiten geen politieke kleur meer bekennen. Rolin-Jaequemyns trad ook op in de liberale afdeling van het Vlaamsch Verbond en bij de stichting op 3 juni 1866 van de Vlaamsche Liberale Vereeniging. Van deze laatste vereniging werd hij lid van het eerste bestuur. Zoals voorzitter Julius Vuylsteke was Rolin-Jaequemyns ervan overtuigd dat er voor de volkszaak niets meer te verwachten was van samenwerking met de katholieken, vooral niet wat de verkiezingen betrof. In hun gezamelijk manifest was er sprake van twee vijanden voor Vlaanderen: klerikalisme en verfransing.

Rolin-Jaequemyns was een van de ondervoorzitters van het comité van het negende Nederlandsch Taal- en Letterkundig Congres (1867). Hij wist Multatuli als spreker te strikken. Met August de Maere-Limnander en Vuylsteke was hij in die periode ook betrokken bij het plan om Multatuli naar Gent te krijgen en hem er hoofdredacteur te maken van een strijdblad in dienst van een Vlaamsgezinde politiek in Groot-Nederlandse richting. Rolin-Jaequemyns zou daarbij de geldschieter zijn. In de jaren 1860 publiceerde hij studies over de toestand van de politieke partijen in België (1864) en over de voorstellen voor kieshervorming (1866), waarin hij het algemeen stemrecht bestreed. Hij was een van de oprichters en voorzitter van de Gentsche Volksbank (1867). Voor het Willemsfonds publiceerde hij de Voordrachten over de Grondwet (1867), die nog lezenswaard zijn als uiteenzetting van de denkbeelden van een Gentse, nog lichtjes orangistische, Vlaamsgezinde liberaal uit de hogere burgerij. Op het 10de Nederlandse congres (1868) stelde Rolin-Jaequemyns, in het spoor van De Maere, voor de besprekingen ook tot maatschappelijke vraagstukken uit te breiden, wat tot een felle polemiek leidde, vooral met de Nederlanders die er het gevaar inzagen van een politieke hereniging en die vreesden meegesleept te worden in de strijd van de V.B.

Vanaf 1869 leidde Rolin-Jaequemyns de Revue de droit international et de législation comparée. In 1873 werd hij te Gent medestichter van het Institut de droit international en lid van de Académie royale de Belgique. Toen 't Zal wel gaan in maart 1873 zijn 21-jarige bestaan vierde, werd dit feest medegepatroneerd door Rolin-Jaequemyns. Later was hij ook medestichter van de Bond van Oud-leden van 't Zal wel gaan (1885).

Vervolgens was Rolin-Jauquemyns liberaal volksvertegenwoordiger voor het arrondissement Gent (1878- 1886). Als Vlaamsgezind Kamerlid bleef hij echter de gevangene van de weinig flamingantische liberale partij. Hij stond op goede voet met de doctrinairen in zijn partij, zelfs met veel katholieken, maar Vuylsteke bleef hem "onze man" noemen.

Hij werd minister van binnenlandse zaken (1878-1884) in het kabinet van Hubert Frère-Orban. In 1891 week hij uit naar Bangkok waar hij, met de titel van general adviser to the King of Siam, een belangrijke kracht achter vooral institutionele hervormingen werd. In 1901 keerde hij naar België terug, zonder zijn taak van raadgever voor Siam helemaal op te geven.

Literatuur

M. Walraet, 'Rolin-Jaequemyns (Gustave)', in BN, XXIX, 1956-1957; 
J. Verschaeren, Julius Vuylsteke (1836-1903). Klauwaard en Geus, 1984; 
G. van Hecke, 'Rolin (Jaequemyns), Gustave', in NBW, XI, 1985.

Auteur(s)

José Verschaeren