Rode Leeuwen

Uit NEVB Online
Ga naar: navigatie, zoeken

sedert 1968 de benaming van de Vlaamse socialisten in Brussel.

Het ontstaan van de Rode Leeuwen situeert zich in de toenemende communautaire spanningen gedurende de hele naoorlogse periode in Brussel in het algemeen en bij de hoofdstedelijke socialisten in het bijzonder. De talentelling van 1947 die pas zeven jaar later door toenmalig minister van binnenlandse zaken Piet Vermeylen gepubliceerd werd, maakte in 1954 pijnlijk duidelijk hoezeer de Brusselse agglomeratie al verfranst was en hoezeer de olievlek ook buiten de agglomeratie bleef uitdeinen. Het was Lode Craeybeckx die in zijn Guldensporenrede van 10 juli 1954 als een der eersten wees op de gevaren van de verdere achteruitgang van de Vlamingen in het Brusselse. Als gevolg hiervan werden door het Comité voor Cultuurverspreiding (Lode Baekelmans, Ger Schmook) acties ondernomen en werd door Hendrik Fayat de Vermeylenkring opgericht.

Ook binnen de Brusselse federatie van de Belgische Socialistische Partij (BSP) zorgden de resultaten van de talentelling van langsom meer voor spanningen. Zo eiste Fayat in 1960 de vastlegging van de taalgrens terwijl de Anderlechtse burgemeester Joseph Bracops deze maatregel zag als de antipode van verzoening en vrijheid. De verzoening die toen nog mogelijk was werd in de jaren 1960 alsmaar moeilijker te bewerkstelligen door de toenemende communautaire spanningen rond de realisatie van de taalwetten van 1962 en 1963 (taalwetgeving), de Rondetafelconferentie van 1964 en het uit dit alles voortvloeiende verkiezingssucces van de regionalistische partijen (Volksunie-VU, Rassemblement wallon-RW en Front démocratique des Francophones-FDF) bij de gemeenteraadsverkiezingen van 1964 en de parlementsverkiezingen van 1965.

In Brussel verloor de BSP in 1965 vier zetels terwijl de francofone Brusselse liberalen en het FDF respectievelijk vijf en drie zetels wonnen. Tijdens de poll voorafgaand aan de verkiezingen waren de Vlaamse BSP'ers op de verkiezingslijst reeds naar minder gunstige (doch nog steeds verkiesbare) plaatsen teruggewezen. Ook programmatorisch schoof de Brusselse BSP op naar het francofone standpunt. Als gevolg daarvan nam federaal voorzitter Frans Gelders (jr.) in 1967 ontslag uit zijn functie. De anti-Vlaamse houding van de Franstalige partijleiders uit het Brusselse deed Craeybeckx in 1967 waarschuwen voor een politieke sluipmoord van de Vlaamse socialisten bij de parlementsverkiezingen van 1968. Zijn voorspelling werd een jaar later bewaarheid toen Fayat en Gelders (jr.) naar onverkiesbare plaatsen op de BSP-Kamerlijst 'weggepolld' werden.

Gesteund door het Vlaams socialistisch congres te Klemskerke (1967) dat onder meer de beperking van de Brusselse agglomeratie tot de 19 gemeenten eiste, besloten de Vlaamse socialisten een eigen structuur (zeg maar federatie) uit te bouwen (maart-juni 1968) en bovendien met een eigen lijst (De Rode Leeuwen) op te komen. Met succes trouwens want Gelders (jr.) en Fayat werden verkozen op de Kamerlijst en Vermeylen op de senaatslijst.

De Rode Leeuwen werden op 8 december 1969 door de BSP-leiding erkend als de Vlaamse BSP-federatie van Brussel. Electoraal gezien behield de federatie in de jaren 1970 en 1980 een vrij constant niveau met minimaal één en maximaal drie Kamerleden.

Literatuur

F. Dielens, 1968-1988. 20 jaar Rode Leeuwen. Ontstaan en evolutie van de SP-Federatie Brussel-Halle-Vilvoorde, z.j. (1988); 
D. Lammens, 'De Vlaamse BSP in het kiesarrondissement Brussel', in Socialistische Standpunten, jg. 17, nr. 4 (1970), p. 229-245; 
E. Maes, 'De Rode Leeuwen', in De Nieuwe Maand, jg. 23, nr. 1 (1980), p. 86-90; 
H. Fayat, Mémoires, 3 dln., 1983-1985-1988; 
25 jaar Rode Leeuwen. Een kwarteeuw Vlaams Socialisme in de hoofdstad, 1993.

Verwijzingen

zie: Lydia Deveen.

Auteur(s)

Luc Peiren