Rens, Frans

Uit NEVB Online
Ga naar: navigatie, zoeken

(Geraardsbergen 13 februari 1805 – Gent 20 december 1874).

Vestigde zich na lager onderwijs in zijn geboortestad in 1823 te Gent, waar hij ambtenaar bij de belastingen was en van 1843 af controleur bij de waarborg op goud en zilver. In 1860 werd Rens inspecteur van het lager onderwijs voor het kanton Lokeren.

Sedert 1827 legde Rens zich toe op de Nederlandse dichtkunst en behaalde 'eermetalen' te Deinze (1827), Eeklo (1828) en Brugge (1835). Zijn Gedichten publiceerde hij in 1839; zijn vertalingen uit de moderne talen in Bladeren uit den vreemde (1855). Veel belangrijker dan zijn dichterlijk werk was zijn aandeel in de Vlaamse strijd te Gent en zijn managerschap voor jonge literatoren; dat uitte zich in het opnemen in zijn tijdschriften én het 'verbeteren' van hun werk, iets wat hem vooral in de Antwerpse kring kwalijk genomen werd. Hij was een der stichters en (bijna onafgebroken) voorzitter van De Tael is gan(t)sch het Volk van 1836 tot zijn dood. Ook van het Vlaemsch Gezelschap (ontstaan in 1846) was hij, samen met Ferdinand A. Snellaert, Philip M. Blommaert en Jacob F. Heremans, stichtend lid; om zijn verzoenende, apolitieke en diplomatieke houding was hij ook daar voorzitter. Van 1833 af werkte hij mee aan Blommaerts Nederduitsche Letteroefeningen. Met zijn vriend Frans de Vos stichtte hij het Nederduitsch Letterkundig Jaarboekje (1834), dat hij tot 1874 zou leiden. Na 1836 werkte hij met grote regelmaat mee aan de Bydragen der Gazette van Gent (1836-1839), in mindere mate ook aan het Belgisch Museum (1837-1846), Het Taelverbond (1845), Vlaemsch België (1844) en het Kunst- en Letterblad (1840-1845). Van De Eendragt was hij van 1846 tot 1874 hoofdopsteller.

In 1851 was hij een der initiatiefnemers van het Willemsfonds en in 1862 was hij er voorzitter van, in de moeilijke periode van de overgang van deze neutrale naar een liberale culturele instelling. In 1856 werd hij lid van de Grievencommissie en in 1864 van de Commissie voor spellinghervorming, die de spelling De Vries en Te Winkel adopteerde en de uniformiteit tussen Noord en Zuid bereikte. Liberaal en verdraagzaam, was Rens reeds lang "vader Rens" geworden. Van een plan al de gedichten van Rens in 1875 uit te geven is door de nalatigheid van Emanuel Hiel niets meer gekomen.

De betekenis van Rens voor de V.B. ligt in zijn organisatietalent en in zijn hardnekkig voortzetten van de Vlaamse literaire tijdschriften. Zijn invloed op de jongeren was wellicht kleiner dan zijn rusteloze activiteit kon doen vermoeden: als conservatief, minimalistisch gericht Vlaming bleef hij liefst buiten de actieve politiek en streefde hij de strikt literaire eenheid tussen Noord en Zuid na; zijn literaire betekenis is eerder die van een poëta minor en werd vooral van Antwerpse zijde gekritiseerd.

Literatuur

K. Bogaerd, 'Frans Rens', in Nederduitsch Letterkundig Jaarboekje, jg. 42 (1875), p. 147-154; 
J. Vercoullie, 'Rens, François', in BN, XIX, 1907; 
G. Schmook, 'Virginie Loveling: herinneringen aan Frans Rens', in Verslagen en Mededelingen van de KVATL (1949), p. 87-137; 
id., Onze Rensen, 1950; 
J. Gheeraert, Frans Rens, RUG, onuitgegeven licentiaatsverhandeling, 1962.

Verwijzingen

zie: Vlaemsche Commissie.

Auteur(s)

Ada Deprez