Rembrandtprijs

Uit NEVB Online
Ga naar: navigatie, zoeken

prijs uitgereikt ter bevordering van de "Nederduitsche Literatuur en Kunst" door de Hansische Stiftung für Literatur und Kunst van de rijke Hamburgse graanhandelaar en mecenas Alfred Toepfer.

Deze stichting werd beheerd en gefinancierd door de Stiftung FVS (achter de initialen kunnen zowel Friedrich von Schiller als Freiherr von Stein schuilgaan), die in 1931 was opgericht door diezelfde Toepfer. De 'Nederduitse' cultuur die Toepfer wilde bevorderen moet in ruime zin worden opgevat: bedoeld werd een culturele ruimte die zowel Noord-Duitsland als Nederland en Vlaanderen omvatte. De keuze van Rembrandt als naamgever werd geïnspireerd door het boek Rembrandt als Erzieher uit 1910, waarin Julius Langbehn de 17de-eeuwse Nederlandse schilder voorstelde als de meest perfecte incarnatie van de Germaanse geest.

Hoewel de prijs aanvankelijk een privé-initiatief was van Toepfer, die wel völkisch en conservatief dacht, maar die door zijn regionalisme en zijn elitarisme meer dan eens in aanvaring kwam met het nationaal-socialisme, ontsnapte hij niet aan politieke beïnvloeding. Het nationaal-socialistisch regime dwong Toepfer ertoe zijn prijs officieel te laten toekennen door de Universiteit van Hamburg, die onder het ministerie van volksvoorlichting en propaganda ressorteerde. In de Stichtingsoorkonde werd gestipuleerd dat de jury moest handelen op een wijze "die nationaal-politiek ook op lange termijn het meeste effect belooft te hebben". Ook bij de samenstelling van de jury was de politieke oriëntatie onmiskenbaar: naast voorzitter Hans F. Blunck, oud- leider van de Reichsschrifttumskammer, en de Hamburgse hoogleraar en notoir Flamenfreund Conrad Borchling, zetelden er ook het Nederlandse NSB- Kamerlid Anton van Vessem en de Vlaamse ex-activist Antoon Jacob – op dat ogenblik lector aan de Universiteit van Hamburg – in.

Binnen die context wekt het weinig verbazing dat onder de laureaten veel ex-activisten en strijdbare flaminganten voorkwamen. In 1936, de eerste keer dat de prijs effectief werd uitgereikt, werd hij gedeeld door René de Clercq (postuum), Stijn Streuvels en Cyriel Verschaeve. In 1940 werd Raf Verhulst ermee vereerd (nadat Antoon Coolen hem had geweigerd) en in 1942 viel hij te beurt aan Felix Timmermans. Dat deze laatste de prijs aanvaardde, werd hem tijdens en na de oorlog zwaar aangerekend. In de tussenliggende jaren werd de prijs toegekend aan de redactie van het Oud-Fries woordenboek (1937), aan de Nederlandse dirigent Willem Mengelberg (1938) en aan de Nederlandse schilder Henry Luyten (1939). Een laatste keer, in 1943, werd hij toegekend aan Jan de Vries, de SS-gezinde hoogleraar in de Oud-Germaanse talen te Leiden.

In tegenstelling tot de andere prijzen die de Stiftung FVS uitreikte, overleefde de Rembrandtprijs de Tweede Wereldoorlog niet. Pas in 1965 ontstond er een nieuwe Rembrandtprijs, ditmaal uitgereikt door de Bazelse Wolfgang von Goethe- Stiftung, een andere creatie van Toepfer. Deze nieuwe prijs was bestemd voor beeldende kunstenaars uit heel Europa. Tot de laureaten behoorden Albert Servaes (1965), Jozef Vinck (1969) en Paul Delvaux (1972). Deze nieuwe Rembrandtprijs werd in 1982 opgedoekt. Meer gelijkenissen met de vooroorlogse Rembrandtprijs vertoonde de in 1960 door de Stiftung FVS gecreëerde Joost van den Vondel-prijs voor culturele prestaties in het Noordwesten van Europa. Het specifiek 'Nederduitse' karakter was vervangen door een breder Europees perspectief, zodat ook de band met het strijdbare flamingantisme verdween. In 1965 ontving monseigneur Honoré van Waeyenbergh, de toenmalige rector van de Katholieke Universiteit Leuven, de prijs. In 1997 werd professor Ludo Simons voorzitter van het curatorium van de Joost van den Vondel-prijs.

Literatuur

H.J. Leloux, 'De Hamburgse Stichting F.V.S.', in Duitse kroniek, jg. 36 (1989), p. 33-39; 
W. Bachofer en W. Beck, 'Deutsche und Niederländische Philologie. Das germanische Seminar zwischen 1933 und 1945', in Hochschulalltag im 'dritten Reich'. Die Hamburger Universität zwischen 1933 und 1945, II, 1991, p. 641-702; - - J. Ipema, 'Alfred Toepfer - Nederduitser, Pan-Germaan of Groot-Nederlander?', in WT, jg. 53, nr. 1 (1994), p. 34- 55; 
J. Zimmermann, Die Kulturpreise der Stiftung FVS bis 1945, onuitgegeven MA-verhandeling, 1991; 
K. Smits, 'Stijn Streuvels en Hamburg', in WT, jg. 54, nr. 4 (1995), p. 201-209.

Auteur(s)

Marnix Beyen