Prenau, Steven L.

Uit NEVB Online
Ga naar: navigatie, zoeken

(Aalst bij Sint-Truiden 2 september 1866 – Bilzen 3 oktober 1929).

Was als boerenzoon van 1885 tot 1910 onderwijzer in zijn geboorteplaats. In 1910 werd Prenau leraar Nederlands aan de stedelijke normaalschool te Luik (tot 1917).

Door zelfstudie op de gebieden van pedagogiek, taal- en letterkunde en door zijn onverpoosde werkzaamheid als publicist, waaronder zijn medewerking aan tal van dag- en weekbladen en tijdschriften, en als redenaar, kwam Prenau sterk op de voorgrond onder de vrijzinnige intellectuelen in Zuid-Limburg waarbij hij naar het socialisme tendeerde. Zo bekleedde hij verscheidene bestuursfuncties in de Algemene Belgische Onderwijzersbond, waarbij hij ook contacten onderhield met het Nederlandsch Onderwijzersgenootschap. Hij was stichter en voorzitter van de afdeling Sint-Truiden van het Willemsfonds. In 1903 verwierf hij bekendheid als een van de voortrekkers van de algemene beschaafde omgangstaal door zijn Verhandeling over het nut van de zuivere uitspraak der Nederlandsche taal, die door de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkundewerd bekroond. Hierin bepleitte hij nauwe aansluiting bij de in Nederland geldende beschaafde uitspraak en kantte hij zich tegen de particularisten (taal). Toen in 1903 August Vermeylen in het tijdschrift Vlaanderen opkwam voor het recht van de letterkundigen om een taaltje van eigen makelij te gebruiken, stelde Prenau daartegenover in zijn artikel "De zuivere Nederlandsche Taal", dat het dialect uit de school en de beschaving moest verdwijnen. Als leraar te Luik nam hij onder andere deel aan de stichting en het beheer van het Vlaamse Huis aldaar.

Tijdens de Eerste Wereldoorlog was Prenau bedrijvig als activistische propagandist en redenaar, die onder meer de socialisten, via 'vredesactie' uit het Belgisch-patriottische kamp moest wegtrekken (activisme). Hij behoorde tot de Brusselse socialistisch-activistische groep Nieuw Vlaanderen, werd hoofdredacteur van De Vlam en afdelingshoofd van het Vlaams ministerie van wetenschappen en kunsten. Op 11 september 1917 werd hij lid van de Raad van Vlaanderen. Daar trad hij niet op de voorgrond omdat hij er zich als sociaal-democraat geïsoleerd voelde, maar ambieerde wel eind 1918 nog even een functie als zaakgelastigde. In november 1918 week hij uit naar Nederland. In de V.B. trad hij daarna niet meer op de voorgrond.

Werken

'De zuivere Nederlandsche taal', in Verslagen en Mededelingen van de KVATL (1903), p. 7790.

Literatuur

A.L. Faingnaert, Verraad of zelfverdediging?, 1933; 
L. Picard, Geschiedenis van de Vlaamse en Groot-Nederlandse Beweging, II, 1959; 
H.J. Elias, Geschiedenis van de Vlaamse Gedachte, IV, 1965; 
M. Sertyn, 'Het socialistisch activisme tijdens de Eerste Wereldoorlog', in BTNG, jg. 7 (1976), p. 169-195; 
D. Vanacker, Het aktivistisch avontuur, 1991; 
L. Vandeweyer, 'Het activisme in Limburg tijdens de Eerste Wereldoorlog', in Limburg - Het Oude Land van Loon, nrs. 2-3 (1997), p. 97-139 en p. 193-230.

Verwijzingen

zie: Limburg.

Auteur(s)

Hendrik D. Mommaerts; Luc Vandeweyer