Pallieterke, 't

Uit NEVB Online
Ga naar: navigatie, zoeken

Vlaams-nationaal weekblad (1945-).

Op 17 mei 1945 verscheen het eerste nummer van t Pallieterke. Onder dezelfde titel, ontleend van Felix Timmermans, schreef stichter Bruno de Winter reeds een populaire column in de Antwerpse krant Het Handelsblad. De Winter bleef ruim een jaar de enige redacteur van het blad. Medeoprichters waren Karel Polderman en Charles van Gool, die de publiciteit voor Het Handelsblad verzorgden en respectievelijk het beheer en de distributie van het nieuwe blad op zich namen. t Pallieterke werd gedrukt op de persen van Het Handelsblad totdat De Winter daar begin 1946 ontslag nam en voltijds aan zijn weekblad ging werken. Het werd dan gedrukt bij de Nieuwe Antwerpse Volharding, later overgenomen door De Vlijt. t Pallieterke kende een spectaculaire start en zou eind 1945 een piekoplage gekend hebben van 58.000 exemplaren, die tegen eind de jaren 1940 voor lange tijd stabiliseerde rond de 30.000. Het blad had een eigen stijl gekenmerkt door bijtende en hekelende humor: De Winter nam geen blad voor de mond bij het aanklagen van personen of toestanden. Het blad gebruikte ook vaak de eerste persoon meervoud teneinde een gevoel van verbondenheid met de lezers op te roepen. t Pallieterke had duidelijk een Antwerpse inslag, maar was qua berichtgeving nooit een regionaal blad. In Antwerpen lag de verkoop veruit het beste; Limburg bleef steeds het zwakke broertje.

Als eerste persorgaan van betekenis nam t Pallieterke stelling tegen de repressie die het zag als een "reusachtige anti-Vlaamse machinatie". De eerste twee jaar ging bijna de helft van alle politieke artikelen daarover en ook daarna bleef het nog jaren een belangrijk onderwerp. De Winter keurde de collaboratie duidelijk af. Later zou het blad in dat opzicht apologetischer worden. t Pallieterke was van meet af aan sterk christelijk, fel anticommunistisch, anti-links en rechts radicaal; het behield die kenmerken tot vandaag. Het blad balanceerde voortdurend op de rand van het anti-parlementarisme: verkiezingen en de werking van het parlement werden en worden meewarig tot misprijzend bekeken. De terminologie "bollekenskermis" en "profiterend personeel van de praatbarak" was steeds aanwezig. In de periode van De Winter doken er soms anti-joodse accenten op.

Inzake de Koningskwestie stelde 't Pallieterke zich pal achter Leopold III, vooral omwille van diens capitulatie. De leden van de regering van Londen konden rekenen op diepe verachting. Het aftreden van Leopold III zorgde ervoor dat het blad evolueerde van radicaal flamingantisch tot Vlaams-nationalistisch. Vanaf dan botsten federalisme en boedelscheiding niet meer op afkeur. Voor de pogingen om opnieuw met een Vlaams-nationale partij van wal te steken, had t Pallieterke wel sympathie, maar wegens het gebrek aan succes werd hieraan – allicht om commercieel-tactische redenen – tot de jaren 1960 relatief weinig aandacht besteed. Natuurlijk speelde daarbij ook de algemene polarisatie tussen links-vrijzinnig en rechts- katholiek een grote rol. De christelijke eenheid werd door t Pallieterke minstens even belangrijk geacht als het Vlaams-nationalistisch politiek reveil: dit bleek bijvoorbeeld uit de oproep aan de Vlaamse Concentratie om zich bij de verkiezingen van 1950 (Koningskwestie) te onthouden en uit de vraag aan de lezers om bij de verkiezingen van 1958 (Schoolstrijd) enkel voor de Kamer op de Volksunie (VU) te stemmen.

Vanaf 1 oktober 1946 werd Jan Nuyts vast aangeworven als redactiesecretaris. Andere medewerkers van het eerste uur waren onder meer Wetstraat-journalist José Lamote, "rijmelaar" Lode Cantens (tot 1955), kunstcriticus Jan d'Haese (tot heden) en operarecensent Frans Dupont alias Figaro (tot eind jaren 1980). Eerste tekenaars waren Willy Mertens en Jef Nijs. 't Pallieterke besteedde proportioneel veel aandacht aan kunst, cultuur en sport; dit zou later geleidelijk verminderen. In mei 1955 overleed De Winter en trad Nuyts in zijn plaats als hoofdredacteur. Nuyts zou zijn positie als aandeelhouder geleidelijk versterken en werd uiteindelijk meerderheidsaandeelhouder. Onder Nuyts begon het blad aan een expansie qua pagina's en medewerkers. Belangrijke nieuwe medewerkers deden hun intrede, onder meer de gebroeders Arthur en Hector de Bruyne, Jan Merckx en Luc van Gastel. A. de Bruyne, met als schuilnaam onder meer EdV, startte zijn rubriek "Uit het dossier van 't Pallieterke" (sinds maart 1956) en publiceerde later vele interviews en artikelen in de cultuurrubrieken. Tot zijn dood bleef hij een belangrijke steun voor het blad. H. de Bruyne schreef onder meer "Uit de Diplomatieke Valies" (vanaf juni 1957), "Buitenlands Spervuur" (vanaf januari 1959) en "De Man in de Kijker" (vanaf november 1961). Hij bleef vooral tot zijn ministerschap een belangrijk redacteur; in juni 1977 werd hij medewerker-af verklaard, maar hij bleef ook daarna nog schrijven. Merckx schreef tot midden de jaren 1980 talloze hoofdartikelen. De Standaard-journalist Van Gastel is tot vandaag een belangrijk redacteur; hij schreef onder meer hoofdartikelen (na Merckx) en in de rubriek "God Schept de Dagen".

Onder Nuyts werd t Pallieterke geleidelijk ernstiger en nationalistischer van inslag. Het federalisme dat werd gepropageerd kreeg hoe langer hoe duidelijker een separatistische ondertoon. Na de doorbraak van de VU in de jaren 1960 nam de aandacht voor die partij stelselmatig toe. Het blad stak, zeker op de vooravond van verkiezingen, niet onder stoelen of banken dat zijn sympathie vooral naar de VU uitging. De andere partijen – met uitzondering van bepaalde individuen, vooral dan in de Christelijke Volkspartij – vonden over het algemeen geen genade. t Pallieterke werd de spreekbuis van de rechtse en traditionele nationalisten. De periodiek verzette zich heftig tegen de zogeheten Vlaamse frontvorming in de VU begin de jaren 1960, bekeek de programmatische verruiming van de partij met groeiende argwaan en waarschuwde voortdurend tegen de volgens haar nefaste invloed van zogeheten 'progressisten'. De eerste verkiezingsnederlaag van de VU in 1974 werd dan ook geweten aan onvoldoende Vlaams radicalisme, de progressieve invloed, het gepraat over een mogelijke regeringsdeelname, het verwarrende abortus-standpunt en dergelijke meer.

Vanaf het midden van de jaren 1960 tot eind de jaren 1970 deden heel wat nieuwe medewerkers hun intrede, onder meer Karel Dillen, Jan Brans, Herman de Ceuster, Joe de Troetsel, Huib Dejonghe, Jef Anthierens, Jan Veestraeten, Louis de Lentdecker, Leo Custers, Ward Hulselmans, Louis Verbeeck en Herman Geerts. Veel medewerkers werden gevonden onder de journalisten van de Gazet Van Antwerpen (GVA), de krant die tot voor een aantal jaren ideologisch het dichtst bij 't Pallieterke stond. Dillen schreef zijn "Kroniek der Dode Zielen" (van oktober 1965 tot september 1978) waarin telkens een persoon of toestand zwaar op de korrel werd genomen. Daarnaast tekende hij als Sacha voor de rubriek over Frankrijk (vanaf 1975) die later door zijn zoon als Guitry werd overgenomen. Dillen schroefde zijn medewerking na enige tijd terug toen hij in de actieve politiek stapte: t Pallieterke nam de ongeschreven regel aan dat wie in de partijpolitiek stond geen politiek geladen stukken meer mocht schrijven. Brans schreef als Rickert de rubriek over Duitsland (van oktober 1965 tot 1980), het werd daarna overgenomen door Willem Jan Duckaert en uiteindelijk door Peter de Roover. GVA-journalist De Ceuster, alias Angel, schreef de rubriek over Engeland (van oktober 1965 tot mei 1977) en nam daarna een tijdlang "Uit de Diplomatieke Valies" voor zijn rekening. Dejonghe schreef tot 1974 de tv-rubriek, Anthierens deed dit van 1979 tot 1982. GVA-journalist Veestraeten schreef vanaf 1966 in de studentenrubriek en leverde van 1973 tot zijn vertrek in 1980 wekelijks een interview. De Lentdecker schreef, onder meer als Diderik van Mespelare, in de eerste helft van de jaren 1970 voor de rubriek "God Schept de Dagen". Daarna werd die rubriek tot 1982 grotendeels volgeschreven door GVA-journalist Custers die vervolgens "Uit de Diplomatieke Valies" overnam en die tot vandaag een belangrijk medewerker is. GVA-journalist Hulselmans schreef van 1978 tot 1983 en verzorgde de rubriek "De Dingen dezer Dagen". Verbeeck schreef onder verschillende schuilnamen de rubrieken "Dagboek van een Verontruste Vader", "Over de Bril Heen" en "Bent U al Gestorven?". Geerts, alias L.H. Cotvooghel, werd eind jaren 1960 vast medewerker: hij schreef talloze vervolgverhalen (het eerste al in de periode De Winter) en staat tot vandaag in voor de kolderpagina. Nieuwe tekenaars voor t Pallieterke waren onder meer Stef van Stiphout (Stef), Pol de Valck (Brasser), Pirana (Leon Vandevelde), ZAK (Jacques Moeraert), Hug (Hugo Leyers) en de Nederlander Hoekstra (Cork).

De Egmontperiode had voor t Pallieterke belangrijke implicaties (Egmontpact). Het blad schaarde zich uiteraard aan de anti-Egmontzijde en er werd met een aantal figuren, in het bijzonder met Hugo Schiltz, een onherstelbare kloof geslagen. Bovendien werd t Pallieterke geconfronteerd met het feit dat een deel van zijn publiek bij uitstek, de traditionalistische en rechtse vleugel van de VU, een eigen partij ging vormen. Tot ruim halfweg de jaren 1980 zou het blad een verzoening propageren tussen de VU en het Vlaams Blok. In de kansen van het Vlaams Blok – lange tijd omschreven als 'Blokske' – om meer te zijn dan een zweep op de VU leek men niet te geloven. De VU werd, nog meer dan vroeger, aangemaand om "terug te keren naar de bron" en een zuiver nationalistische en rechtse koers te varen. Al bij al sympathiseerde het blad nog met de VU, maar men liet geen kans voorbijgaan om de 'linksen' in de partij met alle zonden van Israël te beladen. In de steun voor het Vlaams Blok ging t Pallieterke in de jaren 1980 zeker niet voluit; net zoals in de jaren 1950 lag dat allicht om commercieel-tactische redenen moeilijk. Het hart van het blad klopte nochtans bij de partij die tenslotte dezelfde ideeën verdedigde (anti-Belgisch, ethisch conservatief en rechts radicaal), waarin (oud-)medewerkers prominent actief waren en die ook haar zwaartepunt had in het Antwerpse. Blijkens de lezersbrieven, zeker ten tijde van verkiezingen, zat t Pallieterke doorheen de jaren 1980 verveeld met de groeiende verdeeldheid van zijn lezerspubliek. Het blad leek wat dat betreft tussen hamer en aambeeld te zitten en bijgevolg bleven duidelijke stemoproepen voortaan achterwege; het blad drukte de lezers enkel nog op het hart om voor een goede kandidaat te kiezen.

De Egmontperiode viel ook samen met het einde van de redactievergaderingen bij t Pallieterke. Tot dan bestond de gewoonte om wekelijks in een select gezelschap de redactionele lijn van het blad uit te tekenen. Naast Nuyts behoorden Van Gastel, H. de Bruyne, Merckx, Dillen, Brans en Geerts tot deze groep. A. de Bruyne was daarbij welkom maar liet steeds verstek gaan. Er vielen nu echter enkele mensen weg en de vergaderingen gingen niet meer door. Sindsdien beslist enkel nog Nuyts over de inhoud van t Pallieterke.

Nieuwe medewerkers in de jaren 1980 waren onder meer Hector van Oevelen, Herman Vos, Peter de Roover, Gerolf Annemans, Jef Elbers en Mark Grammens. Van Oevelen publiceert sinds 1982 gedichten en schrijft tot vandaag allerlei stukjes. Vos nam in de periode 1982-1983 de rubriek "God Schept de Dagen" voor zijn rekening en schreef tot 1988 de column "Vanuit Malpertuus". Annemans, alias Ius Tinus, schreef vanaf 1982 de tv-rubriek en vanaf eind 1983 ook "God Schept de Dagen". Hij werd door Nuyts zelf getipt als zijn opvolger, maar het partijpolitiek engagement van Annemans in 1985 maakte daar een einde aan en zijn mandaat in 1987 beëindigde zijn medewerking. Elbers schreef als Telemacho of Zapperloot vanaf 1989 de tv-rubriek tot ook hij mandataris werd van het Vlaams Blok. Grammens, alias Sp en scripsi, deed eind 1989 zijn intrede. Zijn politieke commentaarstukken bepalen vandaag voor een groot stuk de lijn van 't Pallieterke.

Nieuw in 1985 was de opname van publiciteit. De Winter had dit steeds principieel geweigerd en Nuyts had die lijn met hardnekkigheid en trots doorgetrokken. Plots wogen de extra inkomsten blijkbaar niet meer op tegen de bezwaren. Sindsdien neemt het blad kleine advertenties op van sympathiserende bedrijven.

De verkiezingen van 1991 betekenden een keerpunt voor de politieke commentaar van t Pallieterke. In de doorbraak van het Vlaams Blok en de afstraffing van de VU zag het blad de bevestiging van zijn koers. De VU veranderde nu van een goede partij met veel slechte elementen in een slechte partij met nog enkele goede elementen. In 1995 verklaarde Nuyts in een interview met WIJ-Jongeren dat de VU voor hem niet meer hoefde. De remming op steun aan het Vlaams Blok viel weg, zodat t Pallieterke al snel de naam kreeg een spreekbuis te zijn voor die partij. Feitelijk verdedigde het blad al veel langer dezelfde ideeën, maar een en ander kwam nu veel explicieter tot uiting: het werd apologetisch voor het Vlaams Blok en is zelden kritisch over die partij.

De jongste twee decennia gaat de oplage van t Pallieterke achteruit en zou nu rond de 20.000 liggen. Hoofdoorzaak hiervan is allicht de uitdunning van het trouw maar sterk verouderend lezerspubliek. Het blad lijkt zijn publiek en ook zijn medewerkers moeilijk te kunnen verjongen. Parallel hiermee evolueerde t Pallieterke van luchtige spot naar cynisme.

Literatuur

L. Verdegem, Het Vocabularium van 't Pallieterke, KUL, onuitgegeven licentiaatsverhandeling, 1972; 
M. Vanvaeck, 't Pallieterke van Bruno De Winter, 1987; 
N. Vermeersch, 't Pallieterke 1955- 1970, KUL, onuitgegeven licentiaatsverhandeling, 1996; 
D. Claessens, 't Pallieterke 1975-1985, KUL, onuitgegeven licentiaatsverhandeling, 1998.

Verwijzingen

zie: Lode Bonten.

Auteur(s)

Bart de Wever