Olsen, Jan (eigenlijk Juliaan) N.E.

Uit NEVB Online
Ga naar: navigatie, zoeken

(Oostende 25 maart 1924).

Was als humanioraleerling aan het college in Oostende actief in de Vlaams-nationalistische jeugdbeweging. In 1939 was Olsen leider van de lokale afdeling van het Algemeen Vlaamsch Nationaal Jeugdverbond (AVNJ). Daarin behoorde hij tot de radicaal Dietse richting.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog behoorde Olsen, onder anderen met Staf Verrept en Walter Bouchery, tot de kaderleden van het AVNJ die vrij spoedig in verzet kwamen tegen de door de leiding van het Vlaamsch Nationaal Verbond (VNV) opgelegde inschakeling in de Nationaal-Socialistische Jeugd Vlaanderen (NSJV). Zo werd hij vanaf 1942 in Oostende contactman van Nederland Eén!, een groep in de collaboratie-jeugdbeweging die, tegen het verbod van de bezetter en de VNV-leiding in, de Groot-Nederlandse gedachte propageerde en opkwam tegen de voortschrijdende collaboratie. In 1944-1945 belandde Olsen als verplicht tewerkgesteld arbeider in Bregenz (Oostenrijk). Terug in België werd hij gedurende zes maanden geïnterneerd in Sint-Kruis, maar op grond van zijn oppositieactiviteiten in de jeugdbeweging werd hij door de krijgsraad vrijgesproken.

Na 1945 deed Olsen mee aan pogingen om opnieuw een Vlaams-nationalistische jeugdbeweging en pers van de grond te krijgen, gebaseerd op een radicale Dietsgezindheid en een werking in de geest van Nederland Eén!. Zo werd hij medeoprichter (1947) en lid (1947-1951) van de nationale jeugdraad van het Jeugdverbond der Lage Landen. Hij werd hoofdredacteur van het maandblad Vive le Gueux! en van de voortzetting ervan onder de naam De Blauwvoet.

Het tijdschrift Het Pennoen, dat hij in 1950 stichtte en waarvan hij tot het laatste nummer in 1977 hoofdredacteur is gebleven, weerspiegelt de ontwikkeling van een deel van de V.B. na 1945. Vanaf het eind van de jaren 1950 formuleerde Olsen – pseudoniemen: K.V., Karel Vanderhaege(n) – steeds uitgesprokener en in een origineel olijke stijl kritiek op het toenmalige rechtse en veelal oubollige Vlaams-nationalisme, op de Belgische dynastie en op de conservatieve samenleving. Zo werd het blad in de jaren 1960 de spreekbuis van een generatie flaminganten die een vernieuwde V.B. op gang bracht, met Franstaligen ging praten, de Marsen op Brussel en de federalistische betogingen organiseerde, de strijd tegen de verzuiling aanbond, streed voor economische democratie en ook aantrad in de vredesbeweging. De ook religieuze bewogenheid van Olsen, aanvankelijk ten overvloede tot uitdrukking gebracht in vererende stukken over de activistische dominee Jan D. Domela Nieuwenhuis Nyegaard, verklaart dat in de jaren van het tweede Vaticaans concilie en daarna talrijke bijdragen aan de problemen van Kerk en wereld en de dialoog tussen de kerken werden gewijd.

Olsen, lid en beheerder van de Liga voor de Mensenrechten en een bekend figuur in kringen van motorrijders, was als hoofdredacteur van Het Pennoen sedert 1967 lid van het Overlegcentrum van Vlaamse Verenigingen. In het Komitee voor Frans-Vlaanderen, waarvan hij van 1950 tot 1978 deel uitmaakte, was hij voorzitter van de sectie economie. Hij was ook actief in het Overlegcentrum voor de Vrede en publiceerde in Vrede en diverse andere bladen en tijdschriften. Zijn interviews met politici in Het Pennoen zijn opmerkelijke tijdsdocumenten.

Ook nadat het blad had opgehouden te verschijnen, was Olsen herhaaldelijk betrokken bij progressieve en Groot-Nederlandse initiatieven, onder andere het Vlaams Progressief Alternatief (1986-1987) en de Heelnederlandse Ontmoetingsdagen in 1989-1990.

Literatuur

J. Strobbe, Het Pennoen (1950-1977). Een opinieblad van flamingantisme naar maatschappijkritiek, KUL, onuitgegeven licentiaatsverhandeling, 1986; 
'Jan Olsen 70 jaar. Het verhaal van Het Pennoen', in Meervoud, jg. 2, nr. 2bis (maart 1994).

Auteur(s)

Erik Vandewalle; Joris Dedeurwaerder