Olijftak, De

Uit NEVB Online
Ga naar: navigatie, zoeken

in 1835 opgerichte Antwerpse rederijkerskamer, die in de loop der tijden enkele malen nieuw leven ingeblazen kreeg.

De stichters, Michiel van der Voort en Theodoor van Ryswyck, dachten terug aan de oude Kamer van Rhetorica met die naam (uit 1510), en wilden dat het nieuwe, Vlaamsgezinde verenigingsleven zich zou spiegelen aan de eertijds zo machtige en prestigieuze Kamers. In hun blazoen namen ze niet alleen het vredessymbool van de olijftak op, maar ook de passer van de drukker Plantin en diens kenspreuk Labore et Constantia.

De bedoeling was de Vlaamsgezindheid te accentueren tegenover de in 1834 opgerichte Société des sciences, lettres et arts d'Anvers. Even later kwamen te Brussel de zinverwante Maetschappy tot bevordering der Nederduitsche Tael- en Letterkunde en te Gent De Tael is gan(t)sch het Volk tot stand. De standing van De Olijftak was bijzonder hoog door de maatschappelijke positie van de leden, de luister van zovele avondfeesten met zang, dans en toespraken, door de samenwerking ook met de stedelijke overheid. Alle schrijvers en schilders te Antwerpen waren lid en drongen zo de Franse culturele overheersing terug.

De vereniging hield talrijke activiteiten van betekenis. Hendrik Conscience, op 7 augustus 1836 door Jan J. de Laet als lid voorgedragen, las voor uit eigen werk (De lange Wapper, en, met succes, het verloren gegane De Minnedrank) en hield tijdens het banket van 26 januari 1839 zijn betoog tegen het Verdrag der 24 Artikelen. In 1840 organiseerde de Kamer een letterkundige prijsvraag bij de inhuldiging van Rubens' standbeeld: de prijzen gingen naar J. van Immerzeel jr. (proza) en Petronella Moens (poëzie); Conscience hield een rede bij de inhuldiging van het beeld. Van veel gewicht is het feit dat de allereerste stadsgeschiedenis, de Geschiedenis van Antwerpen door Frans H. Mertens en Karel Torfs, op last van De Olijftak werd uitgegeven; het eerste deel verscheen in 1845. Andere efemeriden: op 18 september 1844 werd Luise von Ploennies ontvangen, in augustus 1846 de dichter Karel L. Ledeganck (bij het verschijnen van De drie Zustersteden). Uit vele plechtige zittingen blijkt dat het minder ging om de feestcultuur dan wel om het wekken van de nationale geest, bijvoorbeeld tijdens de zitting van 15 februari 1846, toen voorzitter Jan F. Verspreeuwen en ook Conscience spraken. Het jaarfeest 1847 met als sprekers Conscience en Lodewijk Vleeschouwer stond in het teken van de noodlijdenden, slachtoffers van de toenmalige economische crisis.

Intussen werd in de schoot van de Kamer een verbitterd gevecht geleverd om de inschakeling van de V.B. in het partijwezen, wat gepaard ging met een persoonlijke vete tussen Conscience en Pieter F. van Kerckhoven. Consciences denkbeeld van een Belgische nationale partij met Vlaamse inslag werd aanleiding tot uitermate scherpe polemieken in de tijdschriften De Roskam en De Schrobber en had tot gevolg dat hij samen met De Laet en Vleeschouwer in 1847 uit De Olijftak werd verwijderd, waarna hij een tegenhanger oprichtte, de maatschappij Voor Tael en Kunst, die vooral na Consciences verloren kiescampagne van 1851 de toevlucht der vrijzinnigen werd. Omstreeks 1850 werd De Olijftak beheerst door het driemanschap Lodewijk Gerrits, August Snieders en Jan Baptist van Ryswyck. Op 18 mei 1850 las Gerrits zijn ontwerp-oproep aan het Vlaamse volk voor, die in juli op last van de Kamer in druk verscheen; een vage – en vergeefse – oproep tot partijvorming.

Vanaf 1875 kende De Olijftak een hernieuwde opbloei, maar de werking had niet veel meer met Vlaamsgezindheid te maken. Julius de Geyter fungeerde als voorzitter en Emmanuel Rosseels als tweede voorzitter. Naast vele letterkundige plechtigheden, bleef De Olijftak nog steeds de feestcultuur met veel succes beoefenen: onder andere de organisatie van de Historische Stoet op 23 en 24 augustus 1875 en van de Geschiedkundige Avondoptocht van 2 en 27 augustus 1877.

De Olijftak bleef in de 20ste eeuw op onregelmatige tijdstippen (onder andere in 1949) toneelopvoeringen organiseren. In 1976 kreeg de in 1912 opgerichte amateurtoneelvereniging Schoolbond 20 de naam van de aloude rederijkerskamer De Olijftak. Deze vereniging is thans nog steeds actief.

Literatuur

'Schoolbond 20 thans rederijkerskamer De Olijftak', in Het Laatste Nieuws (29 maart 1976); 
G. Schmook, Hendrik Conscience c.s. schrijven aan zijne majesteit Leopold I: 10.10.1846, 1984.

Auteur(s)

Emiel Willekens; Sam van Clemen