Nederlandsche Dicht- en Kunsthalle

Uit NEVB Online
Ga naar: navigatie, zoeken

maandblad gewijd aan taal- en letterkunde, kunst, geschiedenis en onderwijs, onder redactie van Theophiel Coopman in Brussel en Victor A. dela Montagne in Antwerpen, waar het tijdschrift werd uitgegeven (1 april 1878 – 20 mei 1897).

Dit orgaan van de Vlaamse Tachtigers is niet alleen belangrijk als overgangstijdschrift en voorbode van de verruiming en verdieping in de Vlaamse literatuur met Van Nu en Straks, maar droeg tevens in ruime mate bij tot de bewustwording van de Vlamingen. Hoewel het tijdschrift uitgesproken vrijzinnig en liberaal-democratisch van strekking was, verdedigde men vanaf de stichting de Vlaamse belangen boven de partijgrenzen heen. Van de 4de jaargang af verschijnen er meer en meer taalkundige studies en artikelen over het onderwijs en het recht, terwijl tevens belangrijke artikelen over de V.B. worden opgenomen, zoals die van Constant J. Hansen en R.A. Kollewijn over de Dietse Beweging (jg. 5), van J. Micheels ("Onze betrekkingen met Noord-Nederland", jg. 6, en "Onze taal in ons leger", jg. 10), van de redactie over het manifest van 1847 (jg. 11), van Alfons Prayon-van Zuylen ("Het Nederlandsch als Rechtstaal", jg. 11) en vooral de uitvoerige polemiek tussen Prayon-van Zuylen en Max Rooses over "Twistpunten in de Vlaamsche Beweging" (jg. 12). Van de 7de jaargang af (juni 1884) wijdde de redactie bovendien een maandelijkse rubriek aan "De Taalstrijd hier en elders". Die werd afzonderlijk gepagineerd en opgevat als "een doorlopend memento van al wat er belangwekkends op het veld van de Vlaamsche Taalbeweging geschiedt", terwijl men daarnaast ook aandacht zou schenken aan de strijd in het buitenland "ter heropbeuring van verdrukte nationaliteiten of verwaarloosde taalbelangen". Deze afzonderlijke publicatie, die dertien banden omvat (1884-1897), is een belangrijke informatiebron voor de geschiedenis van de V.B. Nadat het tijdschrift had opgehouden te bestaan, zette Coopman de afzonderlijke uitgave van de De Taalstrijd hier en elders nog gedurende vijf jaargangen voort tot 1904.

Literatuur

R.F. Lissens, Het Impressionisme in de Vlaamse letterkunde, 1934; 
P. Sobry, G. Schmook en C. de Baere, 'De literaire en kulturele betekenis van het tijdschrift "Nederlandsche Dicht- en Kunsthalle" (1878-1897)', in Verslagen en Mededelingen van de KVATL (1951), p. 278-297; 
R.F. Lissens, De Vlaamse letterkunde van 1780 tot heden, 19674; 
G. Schmook, 'Nederlandsche Dicht- en kunsthalle', in Moderne Encyclopedie der Wereldliteratuur, VI, 1970, p. 39-40; 
R. Vervliet, De literaire manifesten van het fin de siècle in de Zuidnederlandse periodieken. 1878-1914, 2 dln., 1982; 
A. Deprez en M. Carlier, Nederlandsche Dicht- en Kunsthalle, 1878-1897 (Bibliografie van de Vlaamsche tijdschriften in de negentiende eeuw, nr. 6, 1985).

Auteur(s)

Raymond Vervliet