Nederlandsch Kunstverbond

Uit NEVB Online
Ga naar: navigatie, zoeken

flamingantische, politieke onafhankelijke vereniging, opgericht in juli 1855 te Antwerpen.

Het Nederlandsch Kunstverbond ging uit van Jan-Baptist van Ryswyck, die aanvankelijk als leider en secretaris optrad. In november 1855 zaten in het bestuur: L. de Cuyper, Constant J. Hansen, Frans de Cort, Jacob Karsman, H. Cartol, Jacob en Emmanuel Rosseels. De leden waren schrijvers en plastische kunstenaars. Het initiatief vond geen navolging in andere steden, al bestonden daar wel persoonlijke contacten.

De vereniging verdedigde een breed programma, met aandacht voor de moedertaal, de verspreiding en de beoefening van de literatuur, het activeren van kunst en wetenschap en, niet het minst, de culturele toenadering tussen Noord en Zuid. Ze schreef wedstrijden uit en organiseerde diverse manifestaties, zoals een hulde aan schilder Hendrik Leys waar het Kunstverbond op 26 november 1855 ruim aan deelnam. Ter gelegenheid van de 25ste verjaardag van de Belgische Revolutie werd in juli 1855 een officiële dichtwedstrijd georganiseerd. Daartegen protesteerde het Kunstverbond met een open brief tot minister Pierre de Decker van binnenlandse zaken (verschenen in De Broedermin, 8 augustus 1855). Het flamingantische kamp zag weinig redenen tot feestvieren. Er waren weinig Vlaamse inzendingen, waaronder dan nog verscheidene proteststemmen. De bekende dichter Prudens van Duyse, kampioen in feestverzen, weigerde mee te werken. Dit gold ook voor Jan van Beers en Frans de Cort. Nog in 1855 schreef het verbond een wedstrijd uit voor Nederlandstalige toneelauteurs om de productie van origineel werk aan te moedigen.

Een jaar later, op 2 mei 1856, riep dezelfde minister de dichters opnieuw op voor een wedstrijd, ditmaal voor het 25-jarige bestaan van het Koningshuis. Op 28 mei 1856 reageerde het Kunstverbond door de publicatie van een radicaal en emotioneel manifest, verspreid op 10.000 exemplaren en opgesteld door Van Ryswyck, Rosseels en Hansen: "Sinds 25 jaar wordt gij in eene vreemde taal aangesproken, gehoord, gevonnisd (sic) en geregt." De afgelopen kwarteeuw was uitsluitend positief door de staatkundige stabiliteit. De Nederlandsgezindheid was in het manifest uitgesproken aanwezig; de spelling was overigens de Noord-Nederlandse. De scherpe toon veroorzaakte in Vlaamse kringen en in de Belgische pers een polemiek. Op 14 juli 1856 verscheen in De Beurzen-Courant een repliek tegen de kritiek op het manifest. In een Vertoog aan de Antwerpsche burgerij van 31 juli 1856, ter gelegenheid van het bezoek van Leopold I aan Antwerpen, werd een mildere toon aangeslagen. Het manifest van mei 1856 ligt ten dele mee aan de basis van de oprichting van de Grievencommissie op 27 juni 1856.

Het louter Vlaamsgezinde programma en de politieke ongebondenheid maakten dat verscheidene leden mee aan de wieg stonden van de Nederduitsche Bond (1861).

Literatuur

M. de Vroede, De Vlaamse Beweging in 1855-1856. Bijdrage tot een meer verantwoorde kennis van haar evolutie, 1960.

Auteur(s)

Jan Hardy; Marc Somers