Manteau, Angèle

Uit NEVB Online
Ga naar: navigatie, zoeken

(Dinant 24 januari 1911).

Groeide op in een vrijzinnig Franstalig milieu en ging in 1928 scheikunde studeren aan de Université libre de Bruxelles. Manteau woonde in bij de familie van de Nederlandse letterkundige Jan Greshoff op de August Reyerslaan, waar ze de kinderen Franse les gaf. Hier maakte ze kennis met de Nederlandse literatuur. In 1930 zette ze haar studies scheikunde stop, ging kunstgeschiedenis studeren en aanvaardde later dat jaar een baan bij de in Brussel gevestigde Nederlandse uitgever Alexander Stols. Bij zijn terugkeer naar Nederland in 1932 nam ze zijn boekenfonds over. De Algemeene Importboekhandel A. Manteau verkocht werk van Nederlandstalige auteurs als Karel van de Woestijne en Johan Fabricius, vertalingen en Duitse en Engelse boeken. Manteau verkocht deze boeken aan Vlaamse boekhandels, die op dat moment nog weinig talrijk waren. In 1936 werd zij aandeelhoudster van de uitgeverij Onze Tijd van Leo Kryn. Na zijn dood in 1940 nam ze de zaak over. In april 1938 werd de Algemeene Importboekhandel omgevormd tot een personenvennootschap met beperkte aansprakelijkheid, waarin de Nederlandse uitgeverij H.P. Leopold een meerderheidsparticipatie had.

De uitgeverij Manteau had van bij het begin een vrijzinnig karakter en gaf zowel klassiekers uit de Nederlandse letterkunde als jonge auteurs uit. Tot de eerste uitgaven behoorden werken van Johan Daisne en Jan Schepens. In 1939 startte Manteau met de uitgave van het tijdschrift Werk, dat Nederland en Vlaanderen op literair vlak moest samenbrengen. Het blad verdween bij het begin van de oorlog. In de Tweede Wereldoorlog viel de import van Nederlandse boeken stil. De ontstane leemte werd opgevuld door de uitgave van licentiedrukken van de Nederlandse fondsen (onder andere werk van Gerard Walschap, Maurice Roelants, Filip de Pillecyn en André Demedts) en door eigen uitgaven (onder andere werk van Daisne, Richard Minne, August Vermeylen, Piet van Aken, Louis-Paul Boon en Hubert Lampo). In 1941 werd de uitgeverij omgevormd tot een naamloze vennootschap en vanaf 1943-1944 gaf Manteau onder de naam Editions Lumière tevens Franstalige werken uit. In 1942 richtte zij samen met de weduwe van Kryn, Kaitie Dickinson, de Leo Krynprijs op; De voorstad groeit van Boon was het eerste bekroonde werk. Na de bevrijding gaf ze gedurende korte tijd het weekblad Zondagspost uit, dat in 1946 verdween.

Na de oorlog bleef Manteau zowel Vlaamse auteurs uitgeven als werk van Nederlandse boekenfondsen importeren. Ze had het moeilijk om met Vlaamse auteurs door te dringen in Nederland. Daarnaast verkozen veel Vlaamse auteurs een Nederlandse uitgever. In de vroege jaren 1950 was de import van Nederlandse boeken belangrijker dan de eigen uitgaven. Pas vanaf de tweede helft van de jaren 1950 nam het aantal eigen publicaties opnieuw toe.

In 1962 kocht de Nederlandse uitgeverij W. van Hoeve de meerderheid van de aandelen van Manteau. In 1965 werd Van Hoeve overgenomen door de Van Goor-groep, die zo ook de controle over Manteau verwierf. Op initiatief en onder leiding van Manteau werd in 1966 de NV Librico opgericht om de fondsen van Manteau, Van Goor, Van Hoeve en H. Meulenhoff te verdelen. Op het einde van de jaren 1960 verslechterde de verhouding tussen Manteau en Van Goor. Eind 1970 verliet ze het bedrijf en stapte over naar Elsevier Sequoia. Gedurende enkele jaren verliep de geschiedenis van de uitgeverij Manteau en haar stichtster gescheiden. Manteau werd literair directeur bij Elsevier en vestigde zich in Amsterdam. In januari 1976 ging ze officieel met pensioen, al bleef ze op post tot haar taken in 1978 overgenomen werden door Wim Hazeu. De uitgeverij Manteau gaf in deze periode werk uit van onder andere Paul Koeck, Elisabeth Marain en Jotie t'Hooft. Op 1 januari 1978 werd de groep waartoe de uitgeverij Manteau behoorde, overgenomen door Elsevier. In datzelfde jaar nam uitgeverij Manteau het Nieuw Vlaams Tijdschrift over. In 1983 werd de publicatie ervan stop gezet en vervangen door het Nieuw Wereldtijdschrift, dat in 1985 overgenomen werd door de uitgeverij Nijgh en Van Ditmar. In 1983 was Manteau samen met Hazeu betrokken bij de oprichting van de uitgeverij Hadewijch.

In 1985 keerde Manteau op vraag van Elsevier terug bij uitgeverij Manteau, waar ze literair adviseur werd. In maart 1986 werd de Leo Krynprijs voor het eerst sinds 1966 opnieuw uitgereikt. Manteau zat de jury voor, die de prijs toekende aan Dirk van Babylon voor De zwarte bruidegom. Na het ontslag in april 1986 van Julien Weverbergh, de directeur van Manteau, werd Manteau opnieuw lid van de raad van bestuur van de uitgeverij en nam ze tot begin juli 1986 de dagelijkse leiding op zich. In deze periode droeg Elsevier de fiction-fondsen over aan M&P Boeken (Malherbe en Partners), die begin 1987 gans Elsevier België, waaronder Manteau, overnam. In 1991 smolt de groep Malherbe samen met Meulenhoff & co. Bij het begin van de jaren 1990 trok Manteau zich terug als adviseur bij de uitgeverij.

Angèle Manteau droeg als uitgeefster van Vlaamse auteurs en invoerster van Nederlandse literatuur bij tot de culturele emancipatie en de literaire ontwikkeling van het Vlaamse volk. In augustus 1986 werd ze omwille van haar verdiensten als uitgeefster opgenomen in de adelstand.

Werken

Quelques souvenirs d'éditeur, 1957.

Literatuur

H.C. Janssen en F.P. Vermunt, Uitgeverij Manteau, 1940-1950, 1987; 
L. Simons, Geschiedenis van de uitgeverij in Vlaanderen, II, 1987; 
K. Vermeiren, 'Manteau, een gouden jubileum', in De Standaard (28 oktober 1988); 
G. Seghers, Het eigenzinnige leven van Angèle Manteau, 1992; 
M. Vlaeminck, 'Echte biografie van Angèle Manteau moet nog geschreven worden', in De Standaard (16 september 1992).

Auteur(s)

Nele Bracke