Maes, Bob (eigenlijk Robert) F.

Uit NEVB Online
Ga naar: navigatie, zoeken

(Zaventem 22 oktober 1924).

Volgde klassieke humaniora aan het koninklijk atheneum van Brussel (1943). Na zijn studies ging Maes een jaar werken onder het stelsel van de verplichte tewerkstelling. Toen reeds had hij door zelfstudie en door de taaltoestanden aan het atheneum een sterke sympathie opgevat voor het Vlaams- nationalisme. Tijdens het schooljaar 1942-1943 richtte hij aan het atheneum een afdeling op van de Dietsche Studentenschap. Eind 1943 werd hij zonder medeweten van zijn ouders lid van de Nationaal-Socialistische Jeugd Vlaanderen, daarna schaarleider te Oudergem en tijdens de laatste maanden van de oorlog streeksecretaris. In die periode werd hij ook lid van het Vlaamsch Nationaal Verbond. In september 1944 meldde hij zich aan bij de politie en zat een jaar in hechtenis. Hij werd uiteindelijk niet veroordeeld, maar wel op de lijst van de krijgsauditeur gezet en voor twintig jaar vervallen verklaard van zijn burgerrechten. Begin 1946 ging hij werken voor een verzekeringsfirma, sinds 1957 is hij zelfstandig makelaar.

Kort na zijn vrijlating engageerde Maes zich opnieuw in het Vlaams-nationalisme en was hij bij allerlei verenigingen en manifestaties betrokken, onder meer bij de Brusselse volkskunstgroep Uylenspiegel. Eind 1950 besloot hij de Vlaamse Militanten Orde (VMO) op te richten naar het beeld van de vroegere Vlaams-nationale milities. Hij bood de diensten van deze organisatie aan de Vlaamse Concentratie aan en trad in 1951 toe tot het bestuur van die partij. Bij de anti-Jean Fosty acties in 1953 werd hij gearresteerd; hij was in het bezit van een zak nagels. Maes zat twee maanden vast, werd veroordeeld tot één maand effectief, en verloor zijn burgerrechten, die hij pas had teruggekregen, opnieuw voor vijf jaar. In het najaar van 1954 weigerde hij de partijleiding van de Vlaamse Concentratie te volgen in de overstap naar de Vlaamse Volksbeweging en engageerde zich in de pas opgerichte Volksunie. Hij trad toe tot het hoofdbestuur van die partij en zou tot heden steeds blijven zetelen in de (latere) partijraad of in het partijbestuur. De eerste tien jaar hield hij zich vooral bezig met de organisatie van de propaganda. Daarna vervulde hij nog andere functies in de partij zoals die van provinciaal voorzitter van Brabant (1965-1995).

Maes bleef steeds nationaal verantwoordelijke van de VMO, ook al had hij sinds het aantreden van Wim Maes als leider geen echte controle meer op de Antwerpse groep. Wel nam hij, samen met andere traditionele Vlaams-nationalisten in de partijtop, consequent de verdediging op van de VMO als er zich problemen voordeden en spande hij zich altijd mee in bij het verzamelen van fondsen om de vele boetes te betalen. Het akkoord waardoor de Antwerpse VMO zich kortstondig omvormde tot Volksunie Militanten weigerde hij te aanvaarden. Gezien de vele interne problemen na het overlijden van W. Maes, besloot hij na overleg met onder meer Karel Dillen, Hector Goemans, de weduwe W. Maes en Kamiel van Damme om op 12 juni 1971 tot de ontbinding van de VMO over te gaan. Het was voor hem een zeer emotionele beslissing. Daarna kreeg hij het ondervoorzitterschap van Were Di aangeboden, maar hij zou die functie nooit daadwerkelijk waarnemen. Hij trad wel toe tot de beheerraad van het Desiderius A. Stracke Noodfonds waar hij tot heden in zetelt. Verder onderhield Maes sporadische contacten met de groep die de VMO toch wenste voort te zetten, maar hij was daar niet meer rechtstreeks bij betrokken. Zo sprak hij op het kerkhof te Asse bij de overbrenging van het stoffelijk overschot van Staf de Clercq.

Bij de verkiezingen van 1971 werd Maes, die al eerder voor de VU kandideerde, van op de tweede plaats rechtstreeks verkozen tot senator voor Brussel-Halle-Vilvoorde. Hij bleef zetelen in de Senaat tot 1985. In de periode van het Egmontpact stelde hij zich binnen de partij op als een fel tegenstander; in de Senaat stemde hij dan ook tweemaal tegen. Hij werd in 1978 aangezocht door zowel de Vlaamse Volkspartij als de Vlaams-Nationale Partij, maar weigerde. In 1972 kwam hij door opvolging in de gemeenteraad van Zaventem, in 1976 en 1982 werd hij telkens als lijstduwer herkozen. In 1986 stond hij in de gemeenteraad zijn mandaat af aan een jongere. Binnen de VU was en bleef Maes steeds een pleitbezorger van het traditionele Vlaams-nationalisme.

Auteur(s)

Bart de Wever