Mac Leod, Julius

Uit NEVB Online
Ga naar: navigatie, zoeken

(Oostende 19 februari 1857 – Gent 3 maart 1919).

Groeide op in een tamelijk welvarend liberaal milieu. Zijn vader was wijnhandelaar. Zijn moeder was een literair begaafde vrouw die onder de naam van Mevrouw Sophie zelf ook schreef. Zij was verwant aan de Gentse liberale familie Fredericq (Paul Fredericq, Albert Fredericq). Na zijn studie aan het atheneum ging Mac Leod aan de Rijksuniversiteit Gent natuurwetenschappen studeren. Kort na de voltooiing van zijn studie werd hij, in 1878, aan de Gentse universiteit verbonden. In 1885 werd hem verzocht de leergang fysiologie van de mens te doceren. Twee jaar later (1887) werd hij tot hoogleraar in de plantkunde benoemd. Hij had als geleerde toen reeds naam gemaakt. Tot aan zijn overlijden zou hij een sieraad van de Gentse Alma Mater zijn en haar beroemd maken op het terrein van de biologie.

Onverbrekelijk verbonden met Mac Leods wetenschappelijk werk is zijn intense belangstelling voor het Vlaamse vraagstuk. Zijn interesse in de V.B. is ongetwijfeld gewekt door de publicaties van zijn moeder en het contact met de familie Fredericq. In dit liberale milieu waarin Mac Leod opgroeide, speelden de idealen van de Verlichting en het geloof in een betere samenleving, gebaseerd op toeneming en overdracht van kennis in de positieve traditie van het sociaal-darwinisme, een grote rol. Men was er zich in deze kring ook bewust van dat de elite hierin een taak had te vervullen. Zij diende het volk op te voeden. Behalve liberale ideeën was ook een anarchistische invloed bij Mac Leod aanwijsbaar. Mogelijk was hij hierin beïnvloed door zijn vrouw, Florence Hélène Maertens, die werk van Kropotkin heeft vertaald. Mac Leod zag al spoedig in dat de intellectuele achterstand van Vlaanderen ook zijn sociale en economische achterstand veroorzaakte. Verbetering kon alleen geschieden door kennisoverdracht in de moedertaal. Voorwaarde was dat het onderwijs in al zijn geledingen Nederlandstalig zou worden. Reeds in 1883 stichtte Mac Leod in Gent een natuurwetenschappelijk genootschap. Hieruit zouden in 1897 de befaamde Vlaamsche Natuur- en Geneeskundige Congressen voortvloeien, die tot de verbreiding van wetenschappelijke kennis in de Nederlandse taal veel hebben bijgedragen.

In 1887 stichtte Mac Leod het kruidkundig genootschap Dodonaea. Het doel was door middel van het Nederlands kennis over de flora te verbreiden. Een belangrijk deel van de werkzaamheden was ook het uitdragen van kennis omtrent planten en bestrijding van plantenziekten onder de Vlaamse boerenbevolking. In tal van eenvoudige geschriften probeerde Mac Leod die kennis over te dragen. Het landbouwonderwijs was volledig Franstalig en miste elke aansluiting met de Vlaamse boeren. In 1901 heeft Mac Leod deze misstand nog eens uitvoerig aan de kaak gesteld.

Ook de meer algemene literatuurverbreiding vond in Mac Leod een ijverig propagandist. Hij was gedurende vele jaren een actief bestuurslid van het Willemsfonds en genoot bij een deel van de Gentse jeugd een zekere bekendheid als "de man die wel eens boekjes uitdeelt". In een tweetal voor de ontwikkeling van de V.B. fundamentele publicaties heeft Mac Leod de achterlijkheid van Vlaanderen aangesneden. Hij toonde overduidelijk aan dat deze ontstaan was en instandgehouden werd door de verfranste bovenlaag van de bevolking in Vlaanderen. Duidelijk beschreef hij in het artikel "Taal en Kennis" in het Nederlandsch Museum (februari-maart 1895) de geestelijke armoede en de culturele beperktheid van de verfranste burgerij. Zij kon door de taalbarrière niets doorgeven, maar zij had ook weinig te bieden. In het artikel "Nieuwe Wegen" in Van Nu en Straks (maart 1901) rekende hij radicaal af met de taal als literaire liefhebberij. De taal had bovenal een sociale functie. Via de moedertaal, gebruikt in het onderwijs, kon het volk zich kennis verschaffen. Alleen zo zou de levensstandaard van het Vlaamse volk verbeterd kunnen worden.

Geheel in deze lijn lag ook zijn bemoeienis met de in de jaren 1890 begonnen hogeschooluitbreiding. Door middel van een soort volkshogeschool-systeem probeerde deze organisatie de intellectuele achterstand onder de volwassen Vlamingen weg te werken. Telkenmale stelde Mac Leod duidelijk de taak van het intellectuele dienstbetoon aan het volk.

Op het XXIIIste Nederlandsch Taal- en Letterkundig Congres in 1896 werd het vraagstuk van de vernederlandsing van het hoger onderwijs aangesneden. Het probleem was niet nieuw, maar was altijd tot individuele uitingen beperkt gebleven. Het Congres benoemde nu een commissie die zich onder het voorzitterschap van Max Rooses over dit vraagstuk moest buigen en in feite uitging van een vernederlandsing van de Gentse universiteit (Vlaamse hogeschoolcommissies). In mei 1897 verscheen het door Mac Leod opgestelde verslag, waarin de wenselijkheid van Nederlandstalig hoger onderwijs bepleit werd. Mac Leod stelde een geleidelijke vernederlandsing van de Gentse universiteit voor, met uitzondering van de technische scholen. Hoogleraren die het wensten en ook konden, mochten in het Nederlands doceren. Nieuwbenoemde hoogleraren zouden in het Nederlands moeten doceren. Aanvankelijk kreeg dit voorstel veel bijval. Vooral de studenten waren geestdriftig. Er werden al spoedig studentencongressen belegd om de vernederlandsing te propageren. Ook hier stimuleerde Mac Leod weer de wetenschappelijke zijde van de congressen. Langzamerhand kwam er echter ook kritiek. Vooral in het liberale Vlaamsgezinde kamp vond men dat Mac Leod te veel wilde. Men vreesde dat vernederlandsing door het wegblijven van de minder klerikale Franstalige studenten verroomsing in de hand zou werken. Mac Leods verwant en collega, de historicus P. Fredericq, werd de woordvoerder van deze groep die eigenlijk een tweetalige universiteit wilde. In het katholieke kamp waren de meningen verdeeld, waarbij de hoge geestelijkheid duidelijk tegen vernederlandsing was. Omstreeks de eeuwwisseling kwam ook fundamenteler kritiek los. Men stelde dat het systeem van Mac Leod te langzaam werkte en dat het verkeerd was juist de technische hogescholen buiten de vernederlandsing te houden. Deze kritiek werd onder woorden gebracht door Lodewijk de Raet en Lodewijk Dosfel. Toch werd nog in 1903 Mac Leods stelsel door de meeste Vlaamse organisaties aanvaard. Daarna wonnen de ideeën van De Raet steeds meer veld.

Het blijft tragisch dat Mac Leod deze verschuiving niet heeft kunnen of willen verwerken. Behalve dat men hem misschien star zou kunnen noemen, miste hij het gevoel voor het politieke spel van het haalbare. Hij raakte na 1900 steeds meer verbitterd over de tegenstand die hij ondervond. Vooral de agitatie van Fredericq, die ijverde voor de splitsing van enkele leergangen zonder nieuwe benoemingen, greep hem sterk aan. In 1906, toen steeds duidelijker werd dat de voorstellen van De Raet het pleit zouden winnen, trok Mac Leod zich uit de V.B. terug. De breuk was echter niet radicaal. Hij bleef doorgaan met de publicatie van eenvoudige wetenschappelijke literatuur over planten en bestrijding van plantenziekten. Ook de betrekkingen met de Vlaamsgezinde studenten bleven, zij het op beperkter schaal, gehandhaafd. Hem trouw gebleven studenten hadden zelfs een eigen studentengezelschap Ter Waarheid opgericht. Hoewel Mac Leod de traditionele partijen de rug had toegekeerd, is het onduidelijk in hoeverre hij de christen- democratische partij van priester Adolf Daens heeft gesteund. Zeker is dat hij er sympathie voor had en dat hij van de traditionele partijen, katholiek, liberaal of socialistisch, voor Vlaanderen niets verwachtte. Toch bleef hij trouw aan de opvattingen van de Belgische staat als eenheidsstaat. Hij zag de emancipatie van het Vlaamse volk als een versterking van de Belgische eenheid. Wel heeft hij volgens Leo Picard vlak voor de Eerste Wereldoorlog in 1914 nog met het idee gespeeld een eigen Vlaamse partij op te richten. Meer dan een idee is het nooit geworden.

Zo goed als hij de Franse invloed in Vlaanderen funest vond, heeft Mac Leod zich ook altijd gekeerd tegen de invloed van het pan-Germanisme in de V.B. Ook van deze groep vreesde hij overheersing.

Bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog week Mac Leod uit naar Engeland. Daar wijdde hij zich aan de wetenschap aan de Victoria University te Manchester en liet zich niet met de politiek in. Kort na zijn terugkeer in Gent overleed hij tijdens een griepepidemie. Zijn overlijden betekende het heengaan van een van de belangrijkste vernieuwers van de V.B. Zijn naam en zijn ideeën zijn een begrip geworden in de geschiedenis van Vlaanderen.

Werken

Taal en kennis, 1895; 
Het Nederlandsch en de wetenschap, 1901; 
Over de vervlaamsching der Gentsche Hoogeschool, 1903; 
A.J.J van de Velde (ed.), Geschriften van Julius Mac Leod, 1942.

Literatuur

A.J.J. van de Velde, 'Julius Mac Leod, 1857- 1919', in Jaarboek van de KVATL (1921), p. 145-228; 
Mac Leod Gedenkboek, 1930; 
P. van Oye, 'Mac Leod's invloed op zijn studenten', in Wetenschap in Vlaanderen, jg. 1, nr. 2 (1935), p. 31-34; 
Bij de honderdste verjaring van de geboorte van Mac Leod en Vercoullie (Uitgaven van de KVATL, reeks X, nr. 7, 1957); 
Rijksuniversiteit Gent. Liber Memorialis 1913-1960, IV, 1960; 
P. van Oye, 'Hugo de Vries, Julius Mac Leod en Edward Verschaffelt. Vriendschap en wederkerige invloed', in Mededelingen van de KVAWLSKB, jg. 10, nr. 9 (1961); 
H.J. Elias, Geschiedenis van de Vlaamse Gedachte, IV, 1965; 
H. Bossaert, Julius Mac Leod en de vervlaamsing (Uit het verleden van de RUG, nr. 4, 1977); 
L. Valcke, 'Julius Mac Leod', in NBW, VIII, 1979.

Verwijzingen

zie: Vlaamsche Wetenschappelijke Congressen, wetenschapsbeoefening.

Auteur(s)

Pieter van Hees