Linie, De (1948-1964)

Uit NEVB Online
Ga naar: navigatie, zoeken

weekblad dat aanvankelijk verscheen onder de naam De Vlaamse Linie (1 oktober 1948 - 27 maart 1964).

Het blad was de Vlaamse versie van het Nederlandse weekblad De Linie, dat de Bonden van het Heilig Hart (en vooral J. Meeus s.j.) tevergeefs getracht hadden in Vlaanderen uit te geven. Uiteindelijk werd besloten een afzonderlijke Vlaamse publicatie te maken. Daartoe werd in april 1948 een vereniging zonder winstoogmerk opgericht, De Vlaamse Linie- Stichting, met zowel particulier kapitaal als gelden van de jezuïetenorde. In de titel droeg De Vlaamse Linie het monogram "IHS" (Iesus Homo Salvator), de leuze "Voor Outer Heerd" en een citaat uit Johannes.

De eerste hoofdredacteurs waren Stan de Clippele (tevens algemeen directeur) en Joseph Creyghton (de Nederlandse hoofdredacteur-directeur), met A. van den Daele s.j. als assistent. De adviserende raad bestond uit vertegenwoordigers van verscheidene Vlaamse katholieke organisaties. De algemene leiding van het blad was achtereenvolgens in handen van de paters De Clippele en Karel van Isacker (vanaf september 1949), Van den Daele bijgestaan door L. de Coninck (vanaf eind juni 1950) en E.J. Vandenbussche (september 1953-september 1962). Onder Van Isacker werd Lode Claes (onder het pseudoniem van Georges Frederickx) aangetrokken als politiek redacteur (1950). Vandenbussche verbrak de aanvankelijk hechte samenwerking met De Amsterdamse Linie en voerde op 1 januari 1954 de naamsverkorting naar De Linie door. Met het aantrekken van Fr. van Bladel als hoofdredacteur werden de banden met (het ondertussen progressieve lekenblad) De Amsterdamse Linie opnieuw nauwer aangehaald.

In 1949 had het blad nog een gemiddelde oplage van 19.000 exemplaren, maar dit cijfer daalde geleidelijk tot 9800 exemplaren in 1963. De redactie van de jeugdpagina (Jeugdlinie) werd waargenomen door Maurits Coppieters en pater Jos Burvenich. Jeugdlinie werd in 1952 zelfs een aparte bijlage en in 1962 volledig losgekoppeld van De Linie.

De Linie maakte tijdens haar bestaan een opmerkelijke ideologische evolutie door. Aanvankelijk had het blad via de jezuïeten duidelijk een apostolisch doel. Snel echter ging de nadruk liggen op meer politiek-culturele thema's, en werden de flamingantische standpunten van de katholieke partij verdedigd. Het blad voerde campagne tegen een "onrechtvaardige antikatholiek Vlaamse" repressie en voor amnestie, verdedigde hevig Leopold III, was zeer anticommunistisch en verdedigde tijdens de schoolstrijd fel het katholieke standpunt. Het veroverde zo een leidende positie in Vlaanderen inzake de verdediging van de rechtse katholieke waarden en standpunten tegen het Franstalig vrijzinnig linkse front. Vooral onder hoofdredacteur Van Isacker kwam de Vlaamse strijd meer op de voorgrond en werd gepleit voor structuurhervormingen in federalistische zin (federalisme). Ook werden toen voor korte tijd enkele vrijzinnige medewerkers aangetrokken, die onder Van den Daele en Vandenbussche opnieuw werden geweerd. Het Vlaamse aspect bleef echter wel aanwezig en op die manier is De Linie een belangrijke factor in het ontstaan van de brede katholieke en Vlaamse frontvorming rond de Christelijke Volkspartij in de jaren 1950 en 1960. Onder invloed van het Vaticaans concilie en de visie van de nieuwe hoofdredacteur Van Bladel verruimde men het blad, waardoor De Linie een meer progressieve richting insloeg. Via onder meer Mark Grammens die begin 1962 werd aangeworven als politiek redacteur, kreeg de radicale meer progressieve richting in de V.B. ook haar stem in het blad.

Toen men echter het Amsterdamse voorbeeld wilde volgen door ook De Linie in lekenhanden te laten overgaan, nam men vanuit de jezuïtenorde de beslissing het blad op te heffen, officieel wegens financiële problemen. Deze beslissing werd daarnaast ook gefundeerd door het argument dat de jezuïetenorde geen politiek blad moest uitgeven.

De Stichting bleef na 1964 nog bestaan om te voorkomen dat iemand de titel opnieuw zou gebruiken. Het door Grammens opgerichte weekblad De Nieuwe kan als de opvolger worden beschouwd.

Literatuur

R.S. Callewaert, 'De kerk in staat van Concilie, of... "De Linie" verdwijnt', in Kultuurleven (maart-april 1964), p. 165-169; 
M.D., 'Een lijn onder De Linie', in De Maand, jg. 7, nr. 3 (maart 1964), p. 161- 167; 
J. Janssens, 'De Nieuwe', in Jong (februari 1969); 
M. van de Voorde, Het politieke opinieweekblad De Linie 1948-1964, RUG, onuitgegeven licentiaatsverhandeling, 1970; 
M.G., 'Geschiedenis van De Linie te boek gesteld', in De Nieuwe (11 december 1970); 
B.R.C.A. Boerseman, De Linie 1946-1963. Een weekblad in handen van Jezuïeten, 1978; 
K. Drabbe, De Vlaamse Linie (1948 - 1953). Een jezuïetenweekblad voor outer, of heerd? Bijdrage tot de naoorlogse geschiedenis van Vlaanderen, KUL, onuitgegeven licentiaatsverhandeling, 1996.

Auteur(s)

Nico Wouters