Limburgsche Katholieke Vlaamsche Studentenbond (LKVS)

Uit NEVB Online
Ga naar: navigatie, zoeken

overkoepeling van de Limburgse studentenbonden, 1895-1934.

In 1895 namen Luikse seminaristen het initiatief tot oprichting van een Katholieke Limburgsche Studentenbond om onder de vakantie voor seminaristen en scholieren vergaderingen te beleggen ter bevordering van de Vlaamse strijd. Daaruit groeide de gewoonte regelmatig voor de drie gewesten – en voor de hele gouw – gewest- en gouwdagen in te richten. Dat gebeurde met steun van bisschop Victor-Joseph Doutreloux die de Vlaamsgezinde studenten aanmoedigde hun moedertaal te bestuderen als middel om het Limburgse volk te behoeden voor ongodsdienstigheid en socialisme. Die steun werd nog meer uitdrukkelijk toen in 1901 de Vlaamsgezinde bisschop Martinus-Hubertus Rutten aantrad die vanuit het adagium "houdt uw volk Vlaams, zo houdt gij het katholiek" de beweging alle faciliteiten gaf. Dat leidde tot de oprichting van een aantal nieuwe plaatselijke studentenbonden zodat er in 1908 in totaal 15 waren, vier in Haspengouw, vijf in Kempenland en zes in Maasland. De steun van de bisschop had ook een keerzijde. Onder zijn druk schortte de bond zijn propaganda op voor het wetsvoorstel-Edward Coremans dat het katholiek middelbaar onderwijs een wettelijk taalregime wilde geven en waarvoor het op de gewestdagen in 1903 en 1904 nog gepleit had. Daarentegen richtte de LKVS zich in het decennium voor de Eerste Wereldoorlog vooral op zelfvorming, cultuurspreiding en volksontwikkeling, waardoor katholieke, sociale en Vlaamse oriëntering nog sterker werden verstrengeld. Tijdens de Eerste Wereldoorlog bleef de LKVS als enige van de vooroorlogse overkoepelende gouwbesturen functioneren, vasthoudend aan het vooroorlogse vormingsdoel van de beweging en buiten het activisme. Ze belegde op 6 september 1916 zelfs een succesvolle "Algemene studentenstudiedag" in Hasselt. Ook na de oorlog bleef Luik aanvankelijk het bestuurscentrum van de LKVS dat pas in de lente van 1920 aansloot bij het Leuvense Algemeen Katholiek Vlaamsch Studentenverbond (AKVS), waarvan het de Limburgse gouwbond werd, met aan de top een tandem van een Leuvense student als voorzitter en een Luiks seminarist als schrijver. Na korte tijd ontstond een zekere spanning tussen 'Luik' en 'Leuven', maar die werd in de zomer van 1921 bijgelegd. In het jaar 1923-1924 leek de Limburgse gouwbond op weg naar een niet gekende bloei. Ze werd heringedeeld in vier gewesten die samen 36 bonden telden: Kempen (11) Maasland (8), Middengewest (11) en Haspengouw (6).

Zoals hun collega's in andere provincies probeerden de Leuvense studenten zowel organisatorisch als ideologisch de impact van 'Leuven' op de plaatselijke bonden te vergroten, en propageerden in 1923-1924 het Vlaams-nationalisme in de bonden. Dat lokte zowel reactie uit aan de basis als aan de top, waar voor bisschop Rutten de maat vol was, toen in februari 1925 de Leuvense studenten in conflict met rector Paulin Ladeuze zo ver gingen dat ze de gelovigen opriepen de jaarlijkse kerkomhaling ten voordele van de katholieke universiteit te boycotten. Rutten besloot de Limburgse studentenbonden los te haken uit het AKVS, en opnieuw te laten leiden door de Luikse seminaristen in een nu volledig herstelde LKVS, waaruit universiteitsstudenten werden geweerd. De LKVS had in 1926 nog enige moeite om van de grond te raken, maar toen vanaf 1927 Gerard Philips uit Sint-Truiden de diocesane jeugdproost werd, kende het meer succes, en werd ook weldra ingeschakeld in het officieel in 1928 gelanceerde Jeugdverbond voor Katholieke Actie. Dat gebeurde met de volledige steun van de nieuwe bisschop Louis-Joseph Kerkhofs die sinds 1927 Rutten was opgevolgd. In september 1927 verscheen als eigen tijdschrift van de LKVS Jong Limburg, dat vanaf 1929 tijdelijk vervangen werd door het interdiocesane Lenteweelde en dat in 1932-1933 – toen Hernieuwen in heel Vlaanderen het blad van de Katholieke Studentenactie (KSA) werd – nog één jaar als leidersblad voor Vlaamse actie verscheen. In de zomer van 1934 besloot de Limburgse KSA/LKVS een apart gouwbestuur in te richten voor de Katholieke Actie en de Vlaamse actie, waarbij de tweede ondergeschikt bleef aan de eerste. De twee takken zouden samen één beweging vormen onder de benaming KSA-Jong Limburg die in 1943 zou aansluiten bij de federatie KSA – Jong Vlaanderen.

Literatuur

L. Vos, Bloei en ondergang van het AKVS, 2 dln., 1982; 
L. Gevers, Honderd jaar Katholieke Studerende jeugd. 1884-1984. De geschiedenis van de Hasseltse Jonge Klauwaarts, 1986.

Auteur(s)

Louis Vos