Leurs, Stan (eigenlijk Constant)

Uit NEVB Online
Ga naar: navigatie, zoeken

(Turnhout 17 november 1893 – Antwerpen 19 maart 1973).

Groeide op in een ambtenarengezin en liep school in Turnhout, Mechelen en Antwerpen. Daarna ging Leurs voor de opleiding burgerlijk ingenieur-architect naar de Leuvense universiteit, maar hij moest deze studie door het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog onderbreken. Samen met zijn familie vluchtte hij naar Bergen-Op-Zoom en 's Hertogenbosch. Daar gaf hij voor de Belgische vluchtelingen les aan het Collège Catholique belge. Na de oorlog zette hij zijn ingenieursstudies voort. Hij behaalde zijn diploma in 1919 en doctoreerde in 1922 in de archeologie en de kunstgeschiedenis. In 1925 werd hij benoemd tot docent in de kunstgeschiedenis aan de Gentse universiteit. In 1936 werd hij bevorderd tot hoogleraar.

Als student was Leurs lid van het Algemeen Katholiek Vlaamsch Studentenverbond en medeorganistor van het Groot-Nederlands Studentencongres in 1920. Reeds in 1914 lanceerde hij de idee van een Vlaamse toeristenbond. Doel van deze organisatie zou zijn door middel van voordrachten, wandelingen en reizen de Vlamingen bewust te maken van hun eigen cultuur. Op 9 juni 1921 belegde hij samen met Chris de Does en Frits Henderickx een eerste vergadering waar de krachtlijnen van de Vlaamse Toeristenbond (VTB) werden vastgelegd. Het jaar daarna was de VTB een feit. Leurs was algemeen secretaris (1926), voorzitter (1928) en erevoorzitter (1948) van de VTB. In die periode (1924-1938) was hij ook actief als architect van woningen, scholen en kerken. In 1938 stichtte hij samen met Huib Hoste de Vlaamsche Architectenvereniging. Hetzelfde jaar werd hij lid van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Wetenschappen, Letteren en Schone Kunsten van België (KVAWLSKB).

Leurs, die zich ideologisch tussen het Vlaamsch Nationaal Verbond (VNV) en de Katholieke Vlaamsche Volkspartij (KVV) bewoog, ondertekende na het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog mee het manifest van de Volksbeweging (augustus 1940). Hij leidde de afdeling Monumentenzorg van het Commissariaat-Generaal voor 's lands wederopbouw. Daarnaast werd hij voorzitter ad interim van de Hoge Raad voor Toerisme, was hij actief bij de Federatie van Vlaamsche Kunstenaars en trad hij op als gids bij de Duits-Vlaamse Kultuurdagen van de Duitsch-Vlaamsche Arbeidsgemeenschap in 1941. Voor deze feiten werd hij na de oorlog uit zijn ambt van hoogleraar ontzet en vervielen zijn andere benoemingen en lidmaatschappen. In 1947 werd hij opnieuw lid van de KVAWLSKB en vanaf 1950 kreeg hij zijn pensioenswedde van hoogleraar. Ondertussen was in 1946, na een beroerte, de rechterhelft van zijn lichaam verlamd geworden. Hij trok zich uit het publieke leven terug en schreef tot een jaar voor zijn dood bijdragen over architectuur en kunstgeschiedenis.

Literatuur

Rijksuniversiteit te Gent. Liber Memorialis 1913-1960, I, 1960; 
F. de Smidt, 'In memoriam prof. dr. Constant Leurs', in Jaarboek van de KAWLSKB (1973), p. 383-386; 
P.J.A. Nuyens, 'Leurs, Constant', in NBW, VII, 1977; 
E. Boddez, Stan Leurs (1983-1973), tussen restauratie en modernisme, 1989.

Auteur(s)

Bernard van Causenbroeck