Lefever, Germain

Uit NEVB Online
Ga naar: navigatie, zoeken

(Gent 4 mei 1896 – Kortrijk 7 januari 1969).

Studeerde voor onderwijzer aan de Gentse rijksnormaalschool. Bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog onderbrak Lefever zijn studies en trok naar Frankrijk, waar hij in januari 1916 werd opgeroepen voor dienstneming in het leger. Midden 1916 aangesteld als brancardier in de zesde legerdivisie, nam hij spoedig actief deel aan de Frontbeweging. Met het eindoffensief van 1918 verloor hij contact met de beweging. Hij hervatte als soldaat in maart 1919 zijn studies en behaalde zijn diploma van onderwijzer. Na de demobilisatie werd hij aan een der Gentse stadsscholen aangesteld.

Pas in februari 1920 kreeg Lefever via Jozef Goossenaerts opnieuw contact met de V.B. Hij werd onmiddellijk actief in Verbond der Vlaamse Oud-strijders (VOS), eerst als secretaris (later voorzitter) van de Gentse afdeling, vervolgens ook als secretaris voor Oost-Vlaanderen. Samen met Gaston Rombaut legde hij er een drukke activiteit aan de dag en bouwde zowel de afdeling als de provincie uit tot een bolwerk van VOS. Vanaf eind 1923 werd hij afgevaardigd naar het hoofdbestuur en tegen het einde van 1928 werd hij als ondervoorzitter opgenomen in het dagelijks bestuur. Daar profileerde hij zich als een pacifist en een gematigd Vlaams-nationalist, die op levensbeschouwelijk vlak het Godsvredestandpunt nastreefde. Lefever werd in 1928, als vertegenwoordiger van VOS, ook raadslid in het IJzerbedevaartcomité en werkte in dit verband nauw samen met Frans Daels.

In november 1932 werd Lefever algemeen voorzitter van VOS (tot 1945). Vanuit deze functie slaagde hij erin de financiële en bestuurlijke crisis waarin VOS zich de laatste jaren had bevonden, te overwinnen. Toen hij in 1933 werd aangetast door longtuberculose, een gevolg van de oorlog, werd hij als onderwijzer gepensioneerd. Tot 1939 moest hij een relatieve rust in acht nemen. Toch kon hij, vooral ook dankzij de inzet van algemeen secretaris Karel de Feyter, van VOS een van de belangrijkste verenigingen van de niet-partijpolitieke V.B. maken. Samen gaven zij VOS een strijdbaar profiel op het gebied van de Vlaamse belangen, amnestie, de oud-strijdersbelangen, het pacifisme en de internationale politiek (Los van Frankrijk-actie). Ze wisten op deze gebieden effectieve successen te boeken.

Na mei 1940 steunde Lefever Leopold III en Hendrik de Man in hun plannen tot de vestiging van een autoritair monarchistisch regime. In dit kader leidde hij VOS naar de collaboratie. In februari 1941 werd Lefever kabinetschef van Hendrik Elias (commissaris-burgemeester van Gent), in november 1941 schepen van onderwijs en in februari 1943 burgemeester van Groot-Gent. Sedertdien kwam het dagelijks bestuur van VOS volledig in handen van De Feyter, al bleef Lefever als voorzitter mee het beleid bepalen. Zo was hij onder meer medeverantwoordelijk voor de stichting van de Vlaamsche Wacht in mei 1941.

In september 1944 dook hij onder en hij werd pas op 4 augustus 1945 aangehouden. In februari 1946 tot de doodstraf veroordeeld, wat later in beroep werd bevestigd, kwam hij in februari 1951 voorwaardelijk vrij. Lefever werd in 1963 weer opgenomen in het hoofdbestuur van VOS, alsook in de raad van beheer van het IJzerbedevaartcomité, maar hij bleef er voortaan op de achtergrond.

Literatuur

G. Provoost, De Vossen. 60 jaar Verbond van Vlaamse Oudstrijders (1919-1979), 1979; 
P. Lemmens, 'Het Verbond V.O.S., H. de Man en Leopold III na de Belgische Capitulatie van 28.5.1940', in WT, jg. 52, nrs. 3-4 (1993), p. 176-182 en p. 193-213.

Verwijzingen

zie: Verbond der Vlaamse Oud-strijders (derde links).

Auteur(s)

Peter Lemmens