Leën, Eugeen

Uit NEVB Online
Ga naar: navigatie, zoeken

(Hasselt 26 juli 1862 – Hasselt 20 augustus 1932).

Studeerde moderne humaniora aan het atheneum te Hasselt, waar Désiré Claes zijn inspirerende leraar Nederlands was. In 1884 stichtte Leën te Hasselt de katholieke Vlaamse studentengilde Jonge Klauwaarts, die in 1886 te Hasselt de eerste Limburgse studentengouwdag organiseerde. In hetzelfde jaar verhuisde Leën naar Brussel, waar hij tot en met 1891 hoofdredacteur was van het weekblad De Vlaamsche Illustratie. Ook te Brussel richtte hij in 1887 een studentengilde op met de naam De Jonge Klauwaarts.

In 1892 kwam Leën terug naar Hasselt, waar hij de nu nog bestaande Sint-Quintinusdrukkerij oprichtte, die hem bij zijn Vlaams sociaal engagement van groot nut zou zijn. Gedurende veertig jaar profileerde hij zich als de bezieler en inspirerende kracht van het katholieke Vlaamse culturele leven in Limburg. In 1893 stichtte hij Het Leesgezelschap, waarin hij als secretaris zo actief was dat het schertsend ook "Leengezelschap" werd genoemd. Hij zou later (in 1903) het initiatief nemen tot de publicatie van de Limburgsche Bijdragen door Het Leesgezelschap, waarin de beste voordrachten en studies uitgegeven werden.

In 1893 startte hij de publicatie van De Banier, het tijdschrift van de Limburgse afdeling van de Vlaamsche Katholieke Landsbond. Leën voerde niet alleen de redactie van het blad, maar schreef, soms onder het pseudoniem van Jan Frans, ook verhalen, essays, boekbesprekingen, vertalingen en literaire kritieken.

In december 1895 nam Leën van Lodewijk Plessers de redactie van De Kabouter uit het Land van Loon over, het Vlaamsgezinde driemaandelijkse tijdschrift waarvan hij reeds sinds nummer twee van jaargang 1891-1892 medewerker en drukker-uitgever was. In een poging het met verdwijnen bedreigde blad te redden, liet hij het vanaf juli 1897 op groter formaat en als maandblad verschijnen en gaf hij het de nieuwe titel De Kabouter, "Tijdschrift voor eigen taal en eigen zeden, tegen ontaarding en verbastering". Leëns opzet mislukte echter; het blad ging op 27 augustus 1898 toch ter ziele.

Rond de eeuwwisseling was Leën medestichter van de Katholieke Volksboekerij te Hasselt. Zij was zes uur per week geopend en Leën verzorgde persoonlijk de uitleningen. Omdat de Hasseltse krant De Onafhankelyke der Provincie Limburg naar de mening van Leën niet strijdend Vlaams genoeg was, begon hij in 1904 met de publicatie van het katholieke Vlaamsgezinde weekblad De Gazet van Hasselt, dat tot 1914 verscheen onder het motto Credo et pugno (ik geloof erin en vecht ervoor). Leën voerde zelf de redactie en nam de meeste stukken over uit Oost- en West-Vlaamse bladen. Daarnaast schreef hij zelf onder diverse pseudoniemen talrijke bijdragen over Vlaamse en andere kwesties. Andere medewekers aan 'zijn' weekblad waren Paul Bellefroid, Jozef Geurts en Alfred Habets.

Leën was ook de drijvende kracht achter het Hasseltse Davidsfonds, waarvan hij van 1909 tot aan zijn dood secretaris was. Het ledenaantal steeg in deze periode spectaculair van 123 (1909) over 208 (1914) en 450 (1928) tot 617 in 1932. Regelmatig gaf hij voordrachten, vooral over de grote internationale schrijvers. Net als elders was hij ook hier de 'man achter de schermen', die ook de jongeren in het verenigingsleven wist te betrekken. Binnen het Davidsfonds was Leën ook lid van het gouwbestuur en 'keurmeester' voor de boekenuitgaven.

Leën had ook een belangrijk aandeel in de realisatie van het monument voor Hendrik van Veldeke, dat in 1928 te Hasselt onthuld werd. De beeldhouwer liet zich bij de weergave van de gelaatstrekken van onze eerste Dietse dichter duidelijk inspireren door de fysionomie van Leën.

Na zij dood werd door het Hasseltse Davidsfonds een literaire Eugeen Leënprijs gesticht.

Werken

Artikelen in De Vlaamsche Illustratie; De Banier; De Gazet van Hasselt; Limburgse Bijdragen.

Literatuur

H. Offergelt, Davidsfonds Hasselt jubileert, mei 1875-oktober 1950, z.j.; 
A. Théatre, 'In memoriam Eugeen Leën', in Limburgsche Bijdragen, nr. 22 (1933), p. 89-109; 
Gedenkboek Eugeen Leën (Limburgsche Bijdragen, nr. 24, 1939); 
G. Michiels, 'Eugeen Leën', in De Tijdspiegel, jg. 13 (1958), p. 188-189; 
P. Leenders, Vijftig Limburgse profielen, 1961; 
L. Gevers, Honderd jaar katholieke studerende jeugd 1884- 1984. De geschiedenis van de Hasseltse Jonge Klauwaarts, 1986; 
id., Bewogen Jeugd. Ontstaan en ontwikkeling van de katholieke Vlaamse studentenbeweging (1830-1894), 1987; 
L. Vandeweyer, 'Het activisme in Limburg tijdens de Eerste Wereldoorlog', in Limburg - Het Oude Land van Loon, nrs. 2-3 (1997), p. 97-139 en p. 193-230.

Auteur(s)

Martin Kellens