Laureys, Jan

Uit NEVB Online
Ga naar: navigatie, zoeken

(Lier 31 maart 1881 – Borgerhout 7 maart 1955).

Werkte als bedrijfsarts op de koolmijn in Winterslag (eigendom van de familie Coppée). Laureys richtte er een Davidsfondsafdeling op waarvan hij voorzitter werd. Hij zocht toenadering tot het activisme en verliet de mijn begin 1918. Hij verhuisde naar Hasselt en werkte daar in het propagandanetwerk van de Raad van Vlaanderen als "opzichter der propaganda in Limburg". Hij zou ook aangeduid worden als lid van de Gouwraad Limburg maar die heeft nooit gewerkt. Laureys dacht erg Limburgs-particularistisch en zijn flamingantische keuze was een gevolg van zijn afkeer voor het patronaat van de mijnen die hij verantwoordelijk achtte voor de verfransing van de streek en de morele degeneratie van de bevolking. Hij had een afkeer voor de oude partijpolitiek en zag in het activisme een "echt nationaal- Vlaamse partij" die dat gevaar zou kunnen keren.

Na de aftocht van de Duitsers bleef Laureys en bij de intocht van de Belgische troepen stak hij een Belgische driekleur uit met daarnaast een kleine rode vlag. Hij was ervan overtuigd dat zijn actie in de eerste plaats sociaal-bewogen en patriottisch was geweest. Hij werd gearresteerd maar vrijgesproken omdat hij onder meer vrijwilligers voor het Belgisch leger de grens overhielp, zich openlijk anti-Duits toonde en door de Duitsers gezochte personen waarschuwde.

De Limburgse gevoeligheid bleef Laureys houden en vanaf het nummer van 7 oktober 1922 schreef hij in Vlaanderen een reeks bijdragen onder de titel: "Vlaanderen redt Limburg!", waarin hij fel fulmineerde tegen de koolmijnen die heel Vlaanderen bedreigden. De zelfstandigheidsgedachte was volgens hem de enige uitweg.

Na de oorlog verhuisde hij niettemin naar Antwerpen, al beschouwde hij zichzelf nog lang als Limburger. Hij werd verkozen in het Antwerpse bestuur van Het Vlaamsche Front, hij speelde er een belangrijke rol in het bestuur en stimuleerde de partij in de amnestie-actie. Korte tijd zetelde hij in de provincieraad, maar in 1936 nam hij als ondervoorzitter ontslag uit de partij omdat hij geen toenadering wilde tot het Vlaamsch Nationaal Verbond. In Antwerpen had hij zich gevestigd als tandarts en was er erg actief in de plaatselijke kern van het Algemeen Vlaamsch Geneesherenverbond. Hij zou ook mee aan de wieg staan van Het Vlaamse Kruis waarvan hij van 1927 tot 1930 voorzitter werd.

In de jaren 1930 ontwikkelde Laureys een sociaal-economisch programma dat hij "normalisme" noemde. Dit kwam erop neer dat alles moest gericht worden op een koopkrachtverhoging. Hij oordeelde zeer negatief over de leidende standen en over het economische systeem dat de samenleving volgens hem deed desintegreren en voorzag het einde van het kapitalisme. Die overwinning zou ook een Vlaamse zijn. Iedere Vlaamse patriot moest per definitie een tegenstander zijn van de bestaande inrichting van de maatschappij. Dergelijke standpunten marginaliseerden hem, al schreef hij nog vrije tribunes in De Dag en werkte hij ook mee aan De Technokraat, "Blad voor Volksontwikkeling", van de gewezen communist Leo Frenssen.

In de Tweede Wereldoorlog stapte Laureys in de collaboratie als tandarts bij de Organisation Todt. Bij de bevrijding vluchtte hij naar Duitsland. In 1947 werd hij door de Antwerpse krijgsraad tot een jaar gevangenis veroordeeld. Zijn zoon, Stefaan, die in Duitse krijgsdienst was, werd ter dood veroordeeld en geëxecuteerd. Op het einde van zijn leven probeerde Laureys, onder de indruk van de vernietigende kracht van de kernwapens, nog een pacifistische beweging op touw te zetten om een derde wereldoorlog die hij zag aankomen te vermijden.

Werken

Het collectivisme in 't jaar 2000, 1935; - - Het licht over den chaos, 1937; 
Waarom de krisis niet kan worden opgelost door het kapitalisme maar wel door eene nieuwe regeling van het koopkrachtvraagtsuk, 1938.

Literatuur

L. Vandeweyer, 'De jeugdjaren van het Limburgse Vlaams-nationalisme', in Het Oude Land van Loon (1995), p. 7-22; 
B. de Wever, Greep naar de macht. Vlaams-nationalisme en Nieuwe Orde. Het VNV 1933- 1945, 1994; 
L. Vandeweyer, 'Een geneesherenkorps tussen scalpel en Vlaamse Leeuw. De machtsstrijd van de communautair verdeelde artsenverenigingen', in BEG, jg. 1, nr. 2 (1997), p. 199-226; 
F. Seberechts, Niets dan het welzijn van ons volk. Het Vlaamse Kruis 1927-1997, 1997; 
L. Vandeweyer, 'Het activisme in Limburg tijdens de Eerste Wereldoorlog', in Limburg, nrs. 2-3 (1997), p. 97-139 en p. 193-230; 
P.J. Verstraete, 'Dr. Jan Laureys: volkseconoom en Vlaams-nationalist', in Malpertuus (oktober 1997), p. 2-14; 
id., Stefaan Laureys. Het tragische lot van een Finland- en Oostfrontvrijwilliger, 1998.

Auteur(s)

Luc Vandeweyer