Langlois, Jean B.L.

Uit NEVB Online
Ga naar: navigatie, zoeken

(Antwerpen 16 oktober 1835 – Brussel 1 mei 1860).

Genoot onvolledig middelbaar onderwijs en hield zich daarna in samenwerking met de Antwerpse liberaal Pieter F. van Kerckhoven bezig met culturele activiteiten. Langlois gaf les op een door De Olijftak opgerichte zondagsschool voor arbeiders. Na zijn vertrek naar Brussel in 1855 werd hij bediende bij een verzekeringsmaatschappij.

In Brussel stelde Langlois zich dezelfde opvoedende taak. Zijn veelzijdige vrijzinnige, progressieve arbeid bracht hem weldra in aanraking met Brusselse progressieve liberalen als Eugène van Bemmel. Hij werd lid van het Vlaemsch Midden-Comiteit (1849). Onder zijn impuls scheurde een groep liberale flaminganten (onder anderen Van Bemmel) zich af van het Midden-Comiteit en richtte in november 1857 het Vlaemsch Liberael Kiesgenootschap op, dat de Vlaamse kwestie zag als essentieel liberaal, omdat deze partij voorstander was van vrijheid en vooruitgang.

Belangrijk was Langlois' voordracht "Le mouvement flamand au point de vue politique" (later verschenen in het tijdschrift Revue trimestrielle), die groot opzien baarde en aanleiding gaf tot de stichting van de vereniging Vlamingen Vooruit op 27 mei 1858. Hij behoorde tot de opstellers van het programma en de statuten van deze vereniging. Hij was hierbij gewonnen voor een federalistische hervorming van de Belgische staat. Merkwaardig was dat Langlois, net als Vlamingen Vooruit, zei te streven naar eenheid onder alle Vlaamsgezinden, hoewel leden als Langlois tegenstanders van de klerikalen waren. Vlamingen Vooruit telde dan ook nooit aanhang onder de katholieke flaminganten.

In enkele lezingen en artikels legde Langlois het verband tussen de verpaupering van de arbeidersklasse en de slechte functionering van de staat. Hij ging samen met Emiel Moyson naar de Gentse arbeiders, tijdens de sociale onrust in die stad (1858). Hij was doordrongen van het sociale element in de V.B. en betreurde zeer dat de Waalse landgenoten geen beter inzicht hadden in de Vlaamse kwestie. Van Bemmel publiceerde na het overlijden van Langlois zijn tekst "Wie zijn de revolutiemakers?" in het tweede Jaarboekje van Vlamingen Vooruit in 1861. Hierin pleitte Langlois voor een sociale revolutie tegen de onderdrukking van de arbeidersklasse. Die revolutie moest op een geweldloze manier doorgang vinden door onder andere de arbeiders te laten deelnemen aan het staatsbestuur. Verder verdedigde Langlois de schoolplicht en veroordeelde hij liefdadigheid omdat dit aanzette tot luiheid.

Langlois publiceerde in 1859 in naam van Vlamingen Vooruit in de Revue trimestrielle een antwoord op het tegenrapport van minister Charles Rogier tegen het verslag van de zogenaamde Grievencommissie. Hierin ontkende Langlois het bestaan van een Belgisch volk en stelde hij dat Vlamingen en Walen alleen konden samenleven als ze elkaar respecteerden. Hij behoorde tot degenen die een onafhankelijk België verdedigden, maar in die gegeven staatkundige situatie tot een gelijkwaardige plaats voor Vlamingen en Walen wilden komen.

Langlois overleed op 25-jarige leeftijd ten gevolge van een longziekte.

Werken

Artikelen in Revue trimestrielle; Het Letterblad en Volksblad; 
'Wie zijn de revolutiemakers?', in Een Jaerboek voor het volk, 1861; 
talrijke onuitgegeven werken opgenomen en besproken in E. van Bemmel, 'Jean Langlois', in Revue trimestrielle, jg. 39 (1861), p. 268-287.

Literatuur

E. Gubin, Bruxelles au XIXe siècle: berceau d'un flamingantisme démocratique (1840-1873), 1979; 
M. Bots, Bibliografie van de liberale tijdschriften. Bibliographie des revues libérales. Revue trimestrielle (1854- 1868), 1994.

Auteur(s)

Michel Oukhow; Sam van Clemen