Lambrecht, Victor Z.

Uit NEVB Online
Ga naar: navigatie, zoeken

(Oostrozebeke 28 oktober 1864 – Oostrozebeke 22 november 1948).

Studeerde rechten aan de Leuvense universiteit en was er als lid van Met Tijd en Vlijt actief in de katholieke Vlaamse studentenbeweging. Lambrecht was tevens lid van de Vlaamsche Strijdersbond en medeoprichter van Ons Leven. Toen naar aanleiding van de viering van Albrecht Rodenbach in 1880 in tijdschriften als De Student en De Vlaamsche Vlagge artikels verschenen die de Roeselaarse strijder de eretitel van stichter van de Vlaamse studentenbeweging betwistten, reageerden Lambrecht en andere West-Vlaamse studenten uit Met Tijd en Vlijt ongemeen heftig. Toen in diezelfde vereniging de discussie oplaaide over de wenselijkheid van een hereniging van Vlaanderen met Nederland, ontpopte Lambrecht zich tot een verwoed tegenstander van de Groot-Nederlandse gedachte.

Na zijn studie vestigde Lambrecht zich als advocaat te Kortrijk. Hij werd een actief lid van de Oud-Hoogstudentenbond van West-Vlaanderen. In dat midden kwam het tot een vervlechting van het katholiek flamingantisme met de beginnende christen-democratie en ontstond de idee van een Vlaams-sociale partij. Leden van die bond traden ook op bij De Vrije Vlamingen te Brugge en in de Zuidvlaamsche Sprekersbond, twee verenigingen waar Vlaamsgezindheid en democratie hand in hand gingen. Van 1891 tot 1896 was Lambrecht penningmeester van de Zuidvlaamsche Sprekersbond en raadgever van zijn stichter Léonce du Castillon. Als spreker van de bond trad Lambrecht geregeld op voor verenigingen van landbouwers in de plattelandsgemeenten rond Kortrijk. Zelf stammende uit een boerengeslacht wist hij de juiste toon te vinden tegenover zijn luisteraars. Naast "dierenplagen" bestonden er volgens hem ook "menschenplagen", namelijk de "socialistenplaag" en de "Franschenplaag". Beide moesten met alle middelen geweerd en bestreden worden ten bate van "godsdienst en vaderland". Maar geleidelijk kwamen in Lambrechts redevoeringen ook democratische verzuchtingen aan de orde. Toen in april 1893 de Christene Volkspartij van priester Adolf Daens gesticht werd, namen de initiatiefnemers onmiddellijk contact op met de Zuidvlaamsche Sprekersbond. Lambrecht trad toen op als spreker op meetings van de nieuwe partij. Hij was betrokken bij de oprichting in december 1894 van een Christene Volkspartij in het arrondissement Kortrijk onder impuls van Du Castillon en Hector Plancquaert. Alhoewel hijzelf geen kandidaat was voor een politiek mandaat, gaf hij geregeld meetings in het arrondissement Kortrijk. Hij werkte ook mee aan het lokale daensistische blad De Waarheid van de gebroeders Nys uit Kortrijk.

In 1911 werd Lambrecht lid van de Kortrijkse afdeling van de Tweede Vlaamsche hogeschoolcommissie. In de Eerste Wereldoorlog koos hij voor het activisme. Hij werd ambtenaar bij het Vlaams ministerie van justitie en lid van de Raad van Vlaanderen (vanaf 1917). Eind 1918 week Lambrecht uit naar Nederland, waar hij een tijd verbleef in het gezelschap van Plancquaert.

Lambrecht stond in zijn streek bekend als een talentvol amateurtoneelspeler. Hij waagde zich ook aan het schrijven van een aantal toneelstukken, onder andere Filippinne van Vlaanderen.

Literatuur

L. Gevers, Bewogen Jeugd. Ontstaan en ontwikkeling van de katholieke Vlaamse studentenbeweging (1830-1894), 1987; 
P. Maes, 'Victor Zeger Lambrecht, een Vlaams aktivist in Oostrozebeke', in De Roede van Tielt, jg. 19 (1988), p. 158-160; 
K. Rotsaert, Het Daensisme in West-Vlaanderen, 1989; 
F. van Campenhout, LDB, 1993.

Verwijzingen

zie: Daensistische Beweging.

Auteur(s)

Koen Rotsaert