Kolenverdeeling voor Vlaanderen

Uit NEVB Online
Ga naar: navigatie, zoeken

werd in de zomer van 1917 opgericht naar het voorbeeld van de Duitse Kohlenverteilung en na overleg van de leidende figuren van Volksopbeuring en het bezettingsbestuur.

Kolenverdeeling voor Vlaanderen moest een instrument worden dat – dankzij een monopoliepositie – Duitse geldmiddelen naar het activisme deed vloeien zonder meteen beslag te leggen op de opbrengsten van de belastingen. Daarnaast moest het de greep van het Belgischgezinde Nationaal Hulp- en Voedingscomité op de bevolking fnuiken. De voornaamste activisten die deelnamen waren de leiders van Volksopbeuring, namelijk Leo Meert en Karel Angermille. Dankzij Duitse druk werd een systeem opgezet waarbij de gemeenten gedwongen werden tussenpersoon te spelen en voorschotten te betalen. Alleen het activisme gunstig gezinde schippers en kolenhandelaars werden aangeduid als transporteurs. Er was een netwerk van bezoldigde inspecteurs en verkopers, ongeveer 1100 man, vaak bestaande uit betrouwbare activisten.

Het systeem werkte echter niet zoals voorzien omdat de Belgische steenkoolmijnen het vertikten om op die manier omvangrijke geldmiddelen naar het activisme te doen toevloeien en hun protesten hadden effect bij de bezetter die grootschalig oproer vreesde als de brandstofsituatie zou verslechteren. De bezetter zag zich zelfs gedwongen Duitse kolen in te voeren om Kolenverdeeling te redden. Het systeem liet overigens talrijke misbruiken toe en was bij het publiek en de plaatselijke mandatarissen zeer gehaat. Toch bleek het mogelijk om een zeer omvangrijke som in Duitsland op de bank te zetten. Na de Duitse aftocht probeerde Meert nog om dit geld los te krijgen ter financiering van de verdere anti- Belgische agitatie, maar de Duitsers gebruikten het liever als reserve in het kader van de hen opgelegde herstelbetalingen.

Literatuur

L. Vandeweyer, 'Kolenverdeeling voor Vlaanderen en de financiering van het activisme', in WT, jg. 50, nr. 1 (1991), p. 7-27.

Auteur(s)

Luc Vandeweyer