Kimpe, Reimond J.P.

Uit NEVB Online
Ga naar: navigatie, zoeken

(Gent 8 december 1885 – Goes 11 mei 1970).

Onderging aan het atheneum van Gent de flamingantische invloed van Jozef Haller von Ziegesar. Tijdens zijn studie aan de Technische Hogeschool te Gent kwam Kimpe in aanraking met Julius Mac Leod en met diens radicale Vlaamsgezinde studentenkring Ter Waarheid. Hij was in die tijd ook actief op het literaire terrein, maar toonde in het bijzonder belangstelling voor de schilderkunst. Na het behalen van zijn diploma van burgerlijk ingenieur aan de Gentse universiteit volgde in 1909 een benoeming tot conducteur van bruggen en wegen te Lier. Daar raakte Kimpe bevriend met Felix Timmermans en Antoon Thiry en trad hij toe tot het Vlaamsche Veem, aldaar opgericht in 1912 door Alfred Bogaerts. Tegelijk was hij actief in de Lierse afdeling van het Algemeen-Nederlands Verbond (ANV). Kimpe's radicale Vlaamse idealen bleken ook uit zijn toetreding in 1914 tot de redactie van het Gentse maandblad De Bestuurlijke Scheiding.

Bij de Duitse inval vluchtte Kimpe naar Gent, waar hij in oktober eerste secretaris werd van de radicale activistische groep Jong-Vlaanderen. Hier steunde hij aanvankelijk de pro-Duitse idealen van Jan D. Domela Nieuwenhuis Nyegaard en stelde er mede het beginselprogramma op dat koos voor een zelfstandige, liefst monarchale, Vlaamse staat, die politiek zeer nauw met Duitsland verbonden zou zijn. Bij zijn terugkeer naar Lier in 1915 zorgde hij ervoor dat de plaatselijke ANV-vleugel uitgroeide tot een van de steunpilaren van de Jong-Vlaamse actie en schreef hij het zogenaamde Lierse manifest. In dit manifest bleef zowel de politieke zelfstandigheid van Vlaanderen als de pro-Duitse toon overheersend. Vanaf 1916 keerde hij zich binnen Jong-Vlaanderen tegen Domela en eind 1916 bleek Kimpe zelfs een federale oplossing voor Vlaanderen binnen de Belgische staat te kunnen aanvaarden. Een jaar later volgde het lidmaatschap van de Raad van Vlaanderen, waarin hij tot het einde toe zitting zou hebben. In 1917 volgde ook de benoeming tot docent aan de vernederlandste Technische Hogeschool te Gent.

Na de oorlog werd Kimpe bij verstek veroordeeld tot de doodstraf door het Belgische gerecht. Hij was echter naar Nederland uitgeweken, waar hij zich in Middelburg vestigde en er zich ontwikkelde tot een zeer verdienstelijk internationaal gewaardeerd kunstschilder. De Vlaamse politieke idealen verdwenen niet geheel en al. In mei 1940 ondertekende Kimpe de door De Groot-Nederlandsche Actie uitgegeven Groot-Nederlandsche Verklaring waarin hij zich uitsprak voor een "Groot-Nederlandse Gemeenschap in een Herordend Europa". Verdere politieke activiteiten heeft hij echter niet meer ontplooid.

Werken

Artikelen in De Bestuurlijke Scheiding (1914); De Vlaamsche Post (1915-1916); 
Iphigeneia in Tauris, 1909; 
Levenswetten, 1911; 
Langsheen den Gulden Middenweg, 1912.

Literatuur

A.L. Faingnaert, Verraad of zelfverdediging?, 1933; 
J. Florquin, R. Kimpe, 1972; 
L. Buning 'Kimpe, Reimond, Jozef, Pieter', in NBW, VII, 1977; 
J. Juffermans, 'Het stille heimwee van Reimond Kimpe', in Tableau, jg. 4, nr. 1 (1981); 
D. Vanacker, Het aktivistisch avontuur, 1991; 
H. van den Donk en H. Verboeket, De Gulden middenweg. Reimond Kimpe, 1885-1970, 1997.

Auteur(s)

Karen van Hoorick; Pieter van Hees