Jottrand, Lucien L.J.

Uit NEVB Online
Ga naar: navigatie, zoeken

(Genappe 31 januari 1804 – Sint- Joost-ten-Node 17 december 1877). Vader van Gustave Jottrand.

Was de zoon van een notaris, volgde in het Nederlands middelbaar onderwijs te Vilvoorde, promoveerde in 1825 tot doctor in de rechten te Luik en werd daarna advocaat.

Hoewel Jottrand een overtuigd aanhanger van de eenheid van het Verenigd Koninkrijk was, kritiseerde hij Willem I. Na de Belgische Revolutie van 1830 werd hij lid van het Nationaal Congres, maar toen het Congres een jaar later ontbonden werd, wees hij een verdere politieke loopbaan af; als advocaat en journalist meende hij consequenter te kunnen strijden voor zijn politieke en sociale ideeën, waarop ook zijn flamingantisme gebaseerd was.

Jottrand was een progressieve Vlaamsgezinde democraat. Hij toonde zich tegenstander van een centralistische staat en pleitte voor decentralisatie en zelfregering. Het behoud van de eigen aard en van de onafhankelijkheid van België verbond Jottrand met de gelijkberechtiging van Vlamingen en Walen. Vanuit deze hypothese beschouwde hij de Vlaamse kwestie als het verbreken van het historisch evenwicht tussen Vlaanderen en Wallonië. De verfranste burgerij gaf hij alle schuld voor de taal- en sociale verdrukking in het Vlaamse land. Om de macht van deze aan het volk vreemde oligarchie te breken gold slechts één middel: invoering van het algemeen stemrecht. Hij vond dat de Belgische staat moest worden aangepast aan de heterogene bevolking en was trouwens voorstander van de republiek. Tot 1855 was hij vrijwel de enige flamingant die ook een politieke visie had op de V.B. en de V.B. koppelde aan verruiming van het stemrecht.

Jottrand was reeds in 1843 betrokken bij de V.B. als sympathisant van het Nederduitsch Tael- en Letterkundig Genootschap. Hij steunde Jacob Kats in diens streven naar Nederlandstalig toneel in de hoofdstad. Hij was zelf lid van de in 1850 opgerichte progressief-liberale toneelvereniging De Morgenstar. In dagbladen en tijdschriften en op meetings ontleedde Jottrand de positie van Vlaanderen en pleitte voor een eensgezinde V.B., boven confessionele en politieke verschillen en zonder aansluiting bij Duitsland of Nederland. De overwinning van de V.B. zag hij in een eerlijke tweetaligheid van Vlaanderen. Dit werd ook door de zogenaamde Grievencommissie (1856-1857) waarvan de Franstalige Jottrand voorzitter was, als einddoel van de V.B. gesteld. Op een banket ten voordele van de Grievencommissie stelde hij de V.B. gelijk met de strijd tegen de centralistische staat. Als lid van de in 1858 opgerichte vereniging Vlamingen Vooruit wilde hij vooral voor een solide basis voor de V.B. zorgen door de krachten te bundelen om zo beter actie te kunnen voeren. Hij verkreeg in 1859 van de Brusselse gemeenteraad dat het gemeentelijk bulletin in beide landstalen werd gedrukt en hij werd in 1861 lid van het centraal bureau van het Vlaamsch Verbond.

Jottrands hardnekkige pleidooi voor het algemeen stemrecht, bevorderde in de tweede helft van de 19de eeuw de overgang in de V.B. van literaire beweging naar politieke strijd. Toen deze wending zich van 1860 af duidelijk aftekende, trok Jottrand zich grotendeels terug uit de actieve V.B. Hij was nog wel betrokken bij de strijd voor een Nederlandstalig theater in Brussel en bij een poging tot een Vlaamse eenheidslijst bij de parlementsverkiezingen van 1872.

Werken

Artikelen in Courrier des Pays-Bas; De Vlaemsche Stem; Vlaemsch België; Het Vrije Woord; Le Courrier Belge; Revue Trimestrielle; 
Notre frontière du Nord-Ouest, 1843; 
Over het toneel en zijn strekking en nut in België, 1852; 
La question flamande/De Vlaemsche kwestie, 1865; 
Lettres unionistes sur la réforme électorale en Belgique, 1869; 
Nederduitsche gewrochten van eenen Nederlandschen Wael, 1872.

Literatuur

H.J. Elias, Geschiedenis van de Vlaamse Gedachte, II, 1963; 
E. Gubin, Bruxelles au XIXe siècle: berceau d'un flamingantisme démocratique (1840- 1873), 1979.

Verwijzingen

zie: Vlaemsche Commissie.

Auteur(s)

Mark d'Hoker; Sam van Clemen