Jorissen, Wim

Uit NEVB Online
Ga naar: navigatie, zoeken

(Tongeren 28 april 1922 – Mechelen 9 juni 1982).

Was de jongste zoon van een Haspengouwse landbouwersfamilie. Jorissen volgde middelbaar onderwijs te Ferrières, werd regent in de Germaanse talen in Gent (1943), legde de proeven voor Grieks en Latijn af voor de Centrale Examencommissie (1944), behaalde een licentiaatsdiploma in de Germaanse filologie aan de Gentse Rijksuniversiteit (1948) en studeerde tenslotte ook kunstgeschiedenis en oudheidkunde tot en met de eerste licentie. Hij werd achtereenvolgens studiemeester aan de Rijksmiddelbare school in Gent (1948), leraar aan het atheneum van Tienen (1949) en aan het atheneum van Halle (1950-1965).

Tijdens zijn studententijd in Gent werd Jorissen actief in de Vlaamse studentenbeweging. In 1945 stichtte hij de Oranjekring. Tevens was hij actief in de Gentse afdeling van het Katholiek Vlaams Hoogstudentenverbond, waarvan hij in het academiejaar 1947-1948 preses was en die onder zijn leiding opnieuw een radicaal nationalistische koers ging varen. Jorissen studeerde samen met Herman Todts en werd toen duidelijk beïnvloed door diens ideeën: zo stelde hij het Diets-nationalisme boven het 'kleine' Vlaams-nationalisme. In mei 1949 raakte Jorissen op die manier betrokken bij de stichting van een solidaristische en Diets-nationalistische partij onder de naam Volksunie, evenwel zonder succes. Samen met Todts en anderen behoorde hij ook tot de initiatiefnemers van het eerste Paascongres der Vlaamse jongeren in april 1948. Een tweede Paascongres ging door onder het voorzitterschap van Jorissen in april 1951. Het werd de aanloop voor de organisatie van de Jongerencongressen der Nederlanden waarop Jorissen fungeerde als spreker (Maastricht 1952) of als voorzitter (Brussel 1953).

Jorissen behoorde tot de initiatiefnemers van de Stichting-Lodewijk de Raet (1950) en maakte deel uit van de raad van beheer tot hij ontslag moest nemen wegens het bekleden van een politiek mandaat (1965). Daarna werd hij lid van het financieel comité van de vereniging. In november 1952 was Jorissen medestichter van de Vlaamse Volksbeweging (VVB). Eind 1952 werd hij ook opgenomen in de raad van deelgenoten van het Algemeen Nederlands Zangverbond. Hij zou erin blijven zetelen tot zijn dood. Jorissen was tevens actief in het Algemeen Vlaams Oud-Hoogstudentenverbond, de voorloper van het Verbond der Vlaamse Academici, waarvan hij in 1962 ondervoorzitter werd.

Naar aanleiding van de parlementsverkiezingen van 1954 kondigde Jorissen in het blad van de VVB aan dat hij lijsten zou indienen in Limburg. Uiteindelijk was hij kandidaat voor de Kamer in het kader van het kartel Christelijke Vlaamse Volksunie. Na de nederlaag daarvan verliet Jorissen de VVB om in 1954 medestichter te worden van de Volksunie (VU). Hij werd hoofdbestuurslid en volgde vanaf 1957 Rudi van der Paal op als algemeen secretaris. Tot 1961 was Jorissen eveneens redactiesecretaris van het partijblad waarbij hij steeds sterk betrokken zou blijven. Tevens zat hij sinds de stichting in de raad van beheer van het Dosfelinstituut (1967). Jorissen maakte zich ook bijzonder verdienstelijk bij de zogeheten financiële mobilisatie voor de VU. Op lokaal vlak zetelde hij sinds de gemeenteraadsverkiezingen van 1970 in de gemeenteraad van Mechelen, waar hij sinds 1964 woonachtig was.

In de eerste helft van de jaren 1960 ontpopte Jorissen zich in de VU tot een voorstander van een programmatische verruiming van de partij in sociaal-democratische richting. Dit kaderde in het plan om bij de parlementsverkiezingen van 1965 uit te pakken met een 'Vlaams Front' waarin naast de VU personaliteiten uit de niet-partijpolitieke V.B. zouden aantreden. Jorissen was in de VU een van de belangrijkste promotors van deze idee. Toen begin 1965 bleek dat de VU de 'Vlaamse frontvorming' niet wenste te aanvaarden, bleef hij trouw aan de partijlijn en liet hij het plan varen (Vlaamse Democraten). Bij de parlementsverkiezingen kort daarna werd hij gecoöpteerd tot provinciaal senator en meteen fractieleider voor de VU in de Senaat. Jorissen evolueerde daarna snel tot een boegbeeld van de traditionele en rechtse nationalisten in de VU. Vanaf de volgende verkiezingen in 1968 werd hij telkens rechtstreeks verkozen tot senator voor het arrondissement Mechelen-Turnhout. Een van de zaken die hem als senator sterk bezig hield, was het statuut van de Duitstalige Belgen. In 1972 diende hij daarover een pakket van 14 wetsontwerpen in.

In 1976 riep Jorissen samen met de Franstalige christen-democraat André Saint-Remy een Interparlementaire Vereniging België-Zuid-Afrika in het leven. Een jaar later was hij de belangrijkste initiatiefnemer bij de oprichting van de vereniging Protea.

In oktober 1973 veranderde de VU haar statuten zodat Jorissen en Frans van der Elst zichzelf bij de volgende bestuursverkiezingen niet meer konden opvolgen als respectievelijk algemeen secretaris en voorzitter van de partij. Ze bleven nog in functie tot januari 1976, waarna beiden statutair lid bleven van het hoofdbestuur. Jorissen verzette zich niet tegen deze opvolgingsregeling. Wel deed hij, samen met Van der Elst, al het mogelijke om te vermijden dat Hugo Schiltz de post van voorzitter van het partijbestuur en later de post van algemeen voorzitter in handen zou krijgen. Jorissen meende immers dat Schiltz zich te veel liet leiden door persoonlijke ambities en daardoor een te grote bereidheid had om de VU in een regeringsdeelname te loodsen. De stagnatie van de VU bij de parlementsverkiezingen van 1977 was volgens hem aan dit "participationisme" te wijten. Jorissen was dan ook resoluut tegen de beslissing om na deze verkiezingen op basis van het Egmontpact tot de regering toe te treden. Bij de vertrouwensstemming in de Senaat onthield hij zich en gaf het fractieleiderschap op. Jorissen behoorde duidelijk tot de tegenstanders van het Egmontpact. Hij nam onder meer deel aan de grote betoging van het Anti-Egmontkomitee op 23 oktober 1977. Toen bleek dat Schiltz na de grote verkiezingsnederlaag van de VU eind 1978 een grote invloed in de partij kon handhaven, raakte hij daarover verbitterd en voelde hij zich steeds meer geïsoleerd.

Werken

Artikelen in De Volksbeweging; De Volksunie; Wij; 
Zondebok Zuid-afrika, een positieve balans, 1980.

Literatuur

W. Roggeman, Over zeven stichtende mannen, 1984.

Verwijzingen

zie: 't Pallieterke, Volksunie.

Auteur(s)

Bart de Wever