Jong Dietschland (1927-1933)

Uit NEVB Online
Ga naar: navigatie, zoeken

"Algemeen Weekblad voor Katholiek Vlaamsch-nationaal Leven".

Op 25 december 1926 kwam het als prospectus bedoelde nulnummer (het zogenaamde Kerstnummer) van het nieuwe weekblad uit. Vanaf januari 1927 verscheen het elke vrijdag op 16 bladzijden. Het Vlaamsche Land was de onmiddellijke voorloper van Jong Dietschland. Berten Catry en Gustaaf Baeten (beiden uit het Algemeen Katholiek Vlaamsch Studentenverbond-AKVS afkomstig) traden op als de belangrijkste financiële beheerders van het blad. Het aantal abonnees schommelde rond de duizend. Angela Tysmans nam tot en met 1932 het redactiesecretariaat waar. Zij werd door Leo Wouters opgevolgd. Hoofdredacteur was Victor Leemans. Hij ondertekende zijn artikels veelal met V. van Waas. In zijn bijdragen behandelde hij vooral de Duitse en Oostenrijkse katholieke corporatieve school, en later ook het ideeëngoed van de fascistische en nationaal-socialistische stelsels.

De vier belangrijkste medewerkers van Jong Dietschland waren West-Vlaamse priesters: Cyriel Verschaeve, Odiel Spruytte, Leo Dumoulin en Maurits Geerardyn. Het waren vooral de artikels van Spruytte die in hoge mate de politieke lijn van het blad bepaalden. Heel wat ideeën ontleende hij aan de Weense hoogleraar Othmar Spann. In tegenstelling tot die van Leemans waren zijn artikels leesbaar en logisch opgebouwd. Spruytte ondertekende zijn bijdragen met een hele gamma pseudoniemen, maar het waren vooral degenen die onder H.P. Verdonck verschenen die voor Jong Dietschland richtinggevend waren. Naar aanleiding van Spruyttes negatieve commentaar op het Federaal Statuut van Herman Vos, werd in het blad in de zomer van 1932 een heftige polemiek tussen Spruytte en Pieter Geyl gevoerd. Vooral na 1931 liet het weekblad zijn afkeer voor het parlementair-democratisch stelsel blijken. Een virulent anti-belgicisme hoorde hier ook bij. Als alternatief werd een Groot-Nederlandse, katholiek-corporatistische staat die geleid werd door een elite, naar voren gebracht. Een reeks artikels van de hand van losse medewerkers als Alfons Jonckx en Jan Pulinx (pseudoniem van Clemens Daenen) leverde de nodige munitie hiervoor. De eenheid van Noord en Zuid werd de lezers als hoogst na te streven ideaal vooropgesteld. Naast Spruytte was Geerardyn (onder pseudoniem van Maurits van Schelvenhoeve) de meest Groot-Nederlandsgezinde medewerker. In 1929 staakte hij echter al zijn medewerking. Occasionele medewerkers waren onder anderen Frans Daels, Wies Moens, Ernest van der Hallen, Ward Hermans, Hendrik Elias, Franz Sarre en Dirk Vansina.

Jong Dietschland telde slechts twee vaste rubrieken: "Kunst en Letteren" en "Buitenlandsche Politiek". De rest van het blad werd gevuld met (politieke, theologische, economische en sociale) artikelen die niet onder één hoofd ondergebracht kunnen worden. Hoewel het weekblad een algemeen vormingsblad wilde zijn, werden de kolommen grotendeels gevuld met bijdragen die de rooms-katholieke Vlaams-nationale elite het meest interesseerde: de politieke en religieuze problematiek. Tijdens de jaren 1927-1930 werd in het blad de meeste aandacht besteed aan het conflict met de kerkelijke overheid en aan de studentenbeweging. Jong Dietschland koos in dit conflict consequent de zijde van het AKVS (speciaal studentennummer van 27 augustus 1927).

Op zuiver politiek terrein droeg het weekblad bij tot de vorming van een Vlaams-nationalistische eenheidspartij met een Groot-Nederlands en rechts-corporatistisch programma. Was de houding tegenover het Verdinaso eerder afstandelijk tot actief bestrijdend, dan was het tegendeel waar voor wat betreft het Vlaamsch Nationaal Verbond, dat met sympathie onthaald werd. Toch koesterde het blad de hoop dat beide organisaties elkaar zouden vinden, en tot eenheid in de Dietse strijd zouden komen.

Eind 1933 werd de financiële toestand van Jong Dietschland onhoudbaar. Er kwam een fusie met Vlaanderen. Belangrijke medewerkers als Leemans en Spruytte haakten echter af. Het nieuwe weekblad Vlaanderen – Jong Dietschland kende slechts een kortstondig bestaan: van 13 januari tot 15 september 1934. Hierna werd teruggegrepen naar de titel Jong Dietschland dat nagenoeg volledig door Kamiel de Vleeschauwer volgeschreven werd. Het verscheen van 23 september 1934 tot 7 juli 1935.

Literatuur

H.J. Elias, 25 jaar Vlaamse Beweging 1914-1939, II, 1969; 
H. Descamps, Het weekblad Jong Dietschland, RUG, onuitgegeven licentiaatsverhandeling, 1975; 
P.J. Verstraete, 'Het weekblad Jong Dietschland (1927-1933) en de Vlaamse Beweging', in Verschaeviana (1982), p. 121-162; 
G. van Haver, 'Het 'nieuwe orde'-vuur van Jong Dietschland (1927-1932)', in WT, jg. 42, nr. 2 (1983), p. 104-114; 
P.J. Verstraete, 'De medewerking van Cyriel Verschaeve aan het weekblad Jong Dietschland', in Verschaeviana (1987), p. 119-166.

Auteur(s)

Pieter Jan Verstraete