Jonckx, Alfons T.M.

Uit NEVB Online
Ga naar: navigatie, zoeken

(Gent 29 oktober 1872 – Gent 20 januari 1953).

Volgde lager onderwijs aan het Sint-Lievensgesticht, Grieks- Latijnse humaniora aan het Sint-Barbaracollege te Gent en daarna rechten aan de Rijksuniversiteit Gent. Jonckx promoveerde in 1899 en vestigde zich als advocaat in zijn geboortestad. Behalve als jurist en als flamingant geraakte Jonckx in de jaren voor de Eerste Wereldoorlog ook bekend als felle rooms-katholiek in het kamp van de anti- modernistische en behoudsgezinde integralisten. Zo was hij hoofdredacteur van De Katholiek en later van Correspondance catholique. Tijdens de oorlog doceerde hij aan de Gentse universiteit strafrecht en fiscaal recht. Nadien was hij in Den Haag verbonden aan het Internationaal Intermediair Instituut en belast met de studie van buitenlandse wetgeving. Nog in Den Haag werd hij toen redactielid van het Bulletin de l'Institut juridique international en voorts medewerker aan de Annuaire pontifical catholique te Parijs.

Jonckx was van in zijn schooltijd flamingant. Zo stichtte hij op het college met enkele vrienden de Vlaamsgezinde spaarvereniging Wij Hopen. Als student in de rechten werd hij in 1898 redactiesecretaris van het Gentse burgerblad La Liberté, waardoor hij het franskiljonisme in eigen milieu kon bestrijden. Een opmerkelijke artikelenreeks van zijn hand, Le fransquillonisme est un mal, leidde tot polemieken met L'Etoile belge en Le Soir. In die vooroorlogse jaren was hij als Vlaams-nationalist bovendien ook actief in de internationale nationalistische beweging voor de bevrijding van onderdrukte volkeren, waartoe onder meer de katholieke Vlamingen, Ieren en Polen werden gerekend. Dit maakt meteen ook de nauwe band duidelijk die er bij Jonckx bestond tussen Vlaams-nationalisme en katholicisme.

Tijdens de Eerste Wereldoorlog speelde Jonckx een belangrijke rol in het activisme. In oktober 1916 werd hij buitengewoon, het jaar nadien gewoon hoogleraar in de rechtsfaculteit aan de von Bissing Universiteit. Van 1915 af behoorde hij tot de kerngroep van het radicale Jong-Vlaanderen dat hij als een van zijn voormannen zowel in de eerste Raad van Vlaanderen als in de tweede vertegenwoordigde. Nadat die in januari 1918 de Vlaamse onafhankelijkheid had uitgeroepen, werd in Gent de Vlaamsche Nationalistenbond gesticht, waarvan Jonckx met Jan D. Domela Nieuwenhuis Nyegaard leider werd. Begin januari van datzelfde jaar werd Jonckx lid van de Commissie van Gevolmachtigden en bevoegd voor Buitenlandse Zaken. Nog in 1918 was hij lid van de Oost-Vlaamse Gouwraad. Begin 1918 werd op 41.000 exemplaren een pamflet van zijn hand verspreid, gericht tegen de Gentse magistraten, getiteld Een Gentsche klucht der Vlaamschverdrukkende rechters op het Paleis van Justitie ofte de geldzak en het Fransch patriotardisme in drie schuifkens.

Op het einde van de oorlog vluchtte Jonckx zoals vele andere activisten eerst naar Duitsland, waar hij in Düsseldorf verbleef, en vandaar in het voorjaar van 1919 naar Nederland. Daar bleef hij werkzaam als jurist en schreef hij onder andere talrijke deskundige artikelen over amnestie, waarvoor hij ijverde op grond van een clausule in het vredesverdrag van Versailles. Inmiddels was hij in 1919, in tegenstelling tot de meeste gevolmachtigden en zaakgelastigden, niet ter dood maar tot levenslang veroordeeld. Teruggekeerd naar België in 1936 was hij tijdens de Tweede Wereldoorlog lid van de Bormscommissie. Tijdens de naoorlogse repressie werd hij hierom eind 1944 gevangengezet en tot vijftien jaar hechtenis veroordeeld, maar gezien zijn hoge leeftijd na een paar jaar in vrijheid gesteld.

Werken

Een Gentsche klucht der Vlaamschverdrukkende rechters op het Paleis van Justitie ofte de geldzak en het Fransch patriotardisme in drie schuifkens, 1918; 
De amnestie in het Vredesverdrag van Versailles en in andere Tractaten - L'amnistie dans le Traité de Versailles et dans d'autres Traités de paix. Documents, 1923; 
'Les anciens évêchés des Pays-Bas (Hollande, Belgique, Nord de la France)', in Annuaire pontifical catholique de 1926 (1926); 
'Belgica intangibilis', in Jong Dietschland (11 maart 1927); 
'De Amnestie van Compiègne', in Jong Dietschland (13 en 20 mei, 15 en 22 juli 1927) (apart uitgegeven in 1928); 
'De Kerk in Vlaanderen', in Jong Dietschland (2, 9, 16, 23, 30 september en 6 oktober 1927); 
'Belgica juris contemptrix', in Jong Dietschland, nrs. 12, 13, 15 en 16 (1931) (ook apart uitgegeven in 1932); - - De verschuldigde amnestie, 1933.

Literatuur

M. Basse, De Vlaamsche Beweging van 1905 tot 1930, 2 dln., 1933; 
A.L. Faingnaert, Verraad of zelfverdediging?, 1933; 
M. van de Velde, Geschiedenis der Jong Vlaamsche Beweging 1914-1918, 1941; 
H.J. Elias, 25 jaar Vlaamse Beweging 1914-1939, I, 1969; 
A.W. Willemsen, Het Vlaams-nationalisme. De geschiedenis van de jaren 1914-1940, 19692; 
E. Defoort, Charles Maurras en de Action française in België, 1978; 
D. Vanacker, Het aktivistisch avontuur, 1991.

Verwijzingen

zie: activisme.

Auteur(s)

Reginald de Schryver