Jonckheere, Karel

Uit NEVB Online
Ga naar: navigatie, zoeken

(Oostende 9 april 1906 – Rijmenam 13 december 1993).

Studeerde aan het atheneum van zijn geboortestad en aan de rijksmiddelbare normaalschool te Gent, waar hij geaggregeerd leraar middelbaar onderwijs werd, afdeling Germaanse talen. Na zijn militaire dienst was Jonckheere een tijdje ambtenaar op het stadhuis in Oostende; daarna werd hij leraar, achtereenvolgens in Gembloux, Nieuwpoort en Gent. In 1945 was hij secretaris van de minister van binnenlandse zaken, daarna directeur van de rijksmiddelbare school te Veurne en in 1946 inspecteur van de openbare bibliotheken. In 1954 volgde hij Maurice Roelants op als literair adviseur van de minister van openbaar onderwijs, bestuur Kunst en Letteren, en in 1958 werd hij hoofd van de dienst Kunst en Letteren. In 1964 werd hij belast met de verbreiding van de Vlaamse literatuur in het buitenland. In 1966 werd hij lid van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde.

Jonckheere werd twee keer bekroond met de Driejaarlijkse Staatsprijs voor poëzie: voor Spiegel der Zee in 1947 en voor Van Zee tot Schelp in 1956. Hij bereisde Cuba, Mexico, de Verenigde Staten en Canada, Kongo, Zuid-Afrika, India, het nabije Oosten, Midden- en West-Europa. Hij schreef een twintigtal dichtbundels, die werden verzameld in een Poëtische inventaris (1972), naast een hele reeks prozawerken: reisverhalen, novellen, kritisch proza en essays, literair-historisch werk, aforistische en anekdotische teksten. Veel van zijn werk werd vertaald in het Frans, Engels, Duits en nog een zevental andere talen.

Behalve als dichter en schrijver heeft Jonckheere een bijzondere betekenis als propagandist van onze letteren in het land zelf en in den vreemde. Als polyglot en vlot improviserend spreker heeft hij zowel in Vlaanderen en Nederland als in het buitenland de belangstelling voor onze cultuur en literatuur weten te wekken. Jonckheere is als strijdbaar Vlaming actief geweest in de Willemsfondsafdeling te Oostende en heeft in woord en daad gepleit voor een culturele toenadering en samenwerking tussen Vlaanderen en Nederland. Hij werd herhaaldelijk met de titel 'ambassadeur van de Vlaamse literatuur' bedacht.

In 1968 begon hij zijn gedenkschriften te boek te stellen, waarvan het zevende deel, Wuiven naar gisteren, verscheen in 1988. Het zijn speelse, pittig en spits geformuleerde teksten, vol anekdoten over de vele kunstenaars die hij heeft ontmoet.

Werken

De Vlaamse letteren vandaag, 1958; 
De poëziemuur doorbreken, 1958; 
met J. Brandt Corstius, De literatuur van de Nederlanden in de moderne tijd, 1959; 
De vogels hebben het gezien, 1968 (autobiografie); 
De Vlamingen, 1969; 
Oostende verteld, 1970; 
Denkend aan de Nederlanden. Ernst en luim in de culturele eenheid Noord/Zuid, 1970.

Literatuur

M. Gijsen, K. Jonckheere, 1964; 
R. Roemans en H. van Assche, Bibliografie van Karel Jonckheere, 1967; 
Zeven over Jonckheere, 1967; 
B. Decorte, Karel Jonckheere, 1974.

Auteur(s)

Bert Decorte; Anne Marie Musschoot