Jonckbloet, Willem J.A.

Uit NEVB Online
Ga naar: navigatie, zoeken

('s-Gravenhage 6 juli 1817 – Wiesbaden 19 oktober 1885).

Verkreeg in 1841 te Leiden een doctoraat honoris causa vanwege zijn verdiensten op het terrein van de bestudering van Middelnederlandse teksten. Jonckbloet had zijn gymnasiumopleiding niet afgemaakt en kon daardoor geen universitaire examens afleggen. Van 1847 tot 1854 was hij hoogleraar Nederlandse taal en geschiedenis aan het Atheneum te Deventer. De universiteit te Groningen benoemde hem in 1854 in een gelijkaardige functie. In Groningen ging hij ook in de politiek en werd hij in 1864 gekozen tot lid van de Tweede Kamer. Hij heeft zich daar tot 1877 onder andere met wetgeving op het gebied van het onderwijs beziggehouden. In 1877 volgde een benoeming tot hoogleraar Nederlandse letterkunde aan de universiteit te Leiden. Gezondheidsproblemen dwongen hem in 1883 ontslag aan te vragen.

Jonckbloets Middelnederlandse studies brachten hem in contact met Jan F. Willems, Philip M. Blommaert en Ferdinand A. Snellaert. Hij publiceerde in Willems' Belgisch Museum. In 1847 overlegde hij met Snellaert over een mogelijk in samenwerking tussen Noord en Zuid te houden taal- en letterkundig congres. Jonckbloet kende aan de Nederlandse congressen (het eerste vond plaats in 1849) een politieke functie toe. Hij schreef aan Snellaert in 1849 dat via de taal het mogelijk moest zijn politieke zelfstandigheid te bewaren tegenover zowel Frankrijk als tegenover een dreigende Duitse eenheid. Anderzijds wees hij in de volgende jaren politiek en maatschappelijk gerichte voordrachten op de congressen af. Duidelijk gaf hij dat te kennen bij het door hemzelf voorbereide en voorgezeten 10de Nederlandsch Taal- en Letterkundig Congres in 1869 in Den Haag.

Literatuur

Ramaer, 'Willem Jozef Andreas Jonckbloet', in Nieuw Nederlandsch Biografisch Woordenboek, IX, 1933; 
Cath. C. ter Haar, Nederland en Vlaanderen, 1933.

Auteur(s)

Pieter van Hees