Jeugdverbond der Lage Landen

Uit NEVB Online
Ga naar: navigatie, zoeken

Groot-Nederlandse, Vlaams-nationalistische jeugdvereniging, ontstaan te Loppem op 27 juli 1947 met de bedoeling enkele losse nationalistische jeugdkernen rond Vive le Gueux! in een strakker verband te groeperen.

De keuze een nieuwe jeugdgroep op te richten, duidt op de duidelijk aparte (Dietse) positie die men wilde innemen, namelijk onafhankelijk van de bestaande jeugdorganisaties en van elke partijpolitiek. De leidende jeugdraad van het Jeugdverbond bestond uit Jan Olsen, Rudolf van Moerkerke, Wim de Roy, Staf Vermeire en (later) Staf Verrept. De organisatie was de ideologische erfgenaam van Nederland Eén!, de dissidente, tijdens de bezetting aan de marge van de collaboratie opererende Groot-Nederlandse groep waarin Vermeire en Olsen actief waren geweest. Het Jeugdverbond was katholiek en vooral radicaal Groot-Nederlands. Het groepeerde diverse plaatselijke vendels in Gent (vendel Artevelde en de schaar Katelijne), Antwerpen (Sint-Arnout-Vendel en de Beatrijsschaar), Brussel (vendel Egmont), Brugge (vendel Bert Claeys) en andere.

Een intern conflict, waarbij De Roy tegenover Vermeire kwam te staan, leidde reeds in 1949 tot een breuk in het Jeugdverbond. De Roy richtte de vereniging zonder winstoogmerk Jeugdverbond der Lage Landen op, terwijl de kern rond Vermeire het Algemeen Diets Jeugdverbond (ADJV) stichtte. Onder impuls van Jaak de Meester (dienstleider van het Rodenbachvendel, een vereniging binnen de oude Jeugdraad) werd getracht de verloren eenheid te herwinnen. Dit lukte op 10 april 1951 toen het Rodenbachvendel zichzelf ontbond en haar leden liet aansluiten bij het ADJV. Ook Het Pennoen, het blad van het Jeugdverbond, werd vanaf dat ogenblik door het ADJV uitgegeven.

Literatuur

L. Vandenberghe, De Vlaams-nationale jeugd (vanaf 1934). Historiek en situering, 1968; 
M. van Hoorebeeck, Oranjedassen 1944-1961. Geschiedenis van het Algemeen Diets Jeugdverbond, 1986; 
M. Cailliau, Staf Vermeire, 1926-1987. Diets jeugdleider en rebel, 1988.

Auteur(s)

Nico Wouters