Jacques, Emiel

Uit NEVB Online
Ga naar: navigatie, zoeken

(Moorslede 17 juli 1874 – Bellaire 16 augustus 1937).

Kreeg na de lagere school te Moorslede een opleiding tot huisschilder. Van 1890 tot 1893 volgde Jacques avondlessen aan de Stedelijke Academie voor Schone Kunsten te Roeselare (1890-1893), waar hij bevriend werd met zijn leraar en directeur Hendrik Horrie. Tijdens zijn legerdienst in Antwerpen studeerde hij 's avonds aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten en werd er nadien, in oktober 1897, toegelaten tot het Hoger Instituut voor Schone Kunsten. Hij voltooide er zijn kunstenaarsopleiding en vestigde zich als kunstschilder in Tervuren en nadien in Schaarbeek. In december 1913 werd hij benoemd tot leraar tekenen aan de Stedelijke Academie te Mechelen. Een opdracht van de Leuvense studentenclub Westland bracht hem in contact met Vlaamsgezinden als Jules Spincemaille en Jef van den Eynde, die zijn vrienden werden.

Onder hun invloed raakte Jacques betrokken bij het activisme. Op de Vlaamsch Nationale Landdag van 4 februari 1917 werd hij tot lid van de Raad van Vlaanderen gekozen. Hij werd eveneens lid van de Commissie Opvoeding en Cultuur, en schreef in die functie in september 1917 een verslag over Onderwijs en Beeldende Kunsten in Vlaanderen. In ideologisch opzicht stond hij achter de idealen van Jong-Vlaanderen en wenste hij een politiek zelfstandige Vlaamse staat.

In november 1918 week Jacques uit naar Nederland en in 1920 werd hij door het Assisenhof van Brabant bij verstek tot tien jaar gevangenis veroordeeld. Hij verbleef in Nijmegen, daarna in Den Haag, en hield tentoonstellingen in verschillende Nederlandse steden. In 1921 reisde hij naar Oostenrijk en Duitsland, waar hij in Hannover Hippoliet Meert bezocht en portretteerde. In maart 1923 emigreerde hij naar de Verenigde Staten, waar een broer van hem woonde. Hij doceerde er plastische kunsten aan de Columbia University en aan de University of Notre Dame in South Bend (Indiana). Als kunstenaar kreeg hij opdrachten om religieuze voorstellingen in katholieke kerken te schilderen. In de Flemish-American League te Detroit, waarvan hij in 1926 lid werd, en in een reeks Engelstalige publicaties over Vlaamse en Belgische toestanden, toonde hij zich een overtuigd Vlaams-nationalist. In de loop van de jaren 1930 verflauwde zijn aandacht voor de V.B. Hij interesseerde zich meer en meer voor de Amerikaanse politiek en nam in 1935 het Amerikaanse staatsburgerschap aan.

Werken

'J. gives Flemish View of the Belgian Language Conflict', in The Catholic Sentinel (27 november 1924); 
'Belgium versus Flanders', 'The Belgian Revolution' en 'About Flemish Duty' (een Engelse vertaling van de in het weekblad Vlaanderen verschenen "Tien geboden van de Vlaamsch-nationalist"), in De Goedendag (gelegenheidsuitgave te Detroit), 1927; 
'Why we are called Belgians', in Anti-30 (gelegenheidsblaadje), 1927; 
'History of Flemings is Story of Oppression, Jacques claims', in The News Time en South Bend Tribune (18 augustus 1930).

Literatuur

G. Gyselen, 'Het vlas in een schilderijcyclus van Emiel Jacques van Moorslede 1874-1937', in Biekorf, jg. 63 (1962), p. 15-20; 
id., 'De schilderijencyclus "Het Vlas" van Emiel Jacques', in West-Vlaanderen, nr. 63 (mei-juni 1962), p. 192-193; 
M. de Bruyne (e.a.), Emiel Jacques Kunstschilder 1874-1937, 1987; 
A. Vaeck, 'Kunstschilder Emiel Jacques te Mechelen', in Handelingen van de Koninklijke Kring voor Oudheidkunde, Letteren en Kunst van Mechelen, XCII (1988), p. 315-322; 
G. Gyselen, Woorden in de Wind, 1989; 
M. de Bruyne, 'Jacques, Emiel', in NBW, XIII, 1990. 

Auteur(s)

Michiel de Bruyne