Hymans, Paul

Uit NEVB Online
Ga naar: navigatie, zoeken

(Elsene 23 maart 1865 – Nice 8 maart 1941).

Was volksvertegenwoordiger voor het arrondissement Brussel (1900-1941), minister van Staat (augustus 1914), minister zonder portefeuille (januari 1916-oktober 1917), van economische zaken (oktober 1917-januari 1918), van buitenlandse zaken (januari 1918-augustus 1920, maart 1924-mei 1925, november 1927-juni 1934, november 1934-maart 1935), van justitie (mei 1926-november 1927), zonder portefeuille (maart 1935-mei 1936), hoogleraar parlementaire en wetgevende geschiedenis aan de Université libre de Bruxelles-ULB (1897-1918).

Hymans studeerde rechten aan de ULB (1885). Na zijn verkiezing tot Kamerlid in 1900 speelde hij een grote rol bij het herstel van de eenheid in de liberale rangen. Eind februari 1915 werd hij buitengewoon gezant in Londen. Hij groeide al vlug uit tot een van de invloedrijkste posthoofden, maar zijn ambities bleven op het binnenland gericht. In 1918 haalde hij met zijn aanstelling tot minister van buitenlandse zaken eindelijk zijn slag thuis.

Hymans stond aan het hoofd van de Belgische delegatie tijdens de vredesconferentie van Versailles in 1919. Hij steunde voluit de expansionistische politiek, die tot uiting kwam in gebiedseisen aan Nederland (Nederlands Limburg en Zeeuws-Vlaanderen). Dat bekoelde zijn betrekkingen met de Vlaamsgezinden nog meer dan al het geval was: Hymans had als rechtgeaard lid van de Franstalige Brusselse bourgeoisie nooit veel begrip kunnen opbrengen voor de Vlaamse eisen. De V.B. was voor hem een onbekende wereld, bevolkt door prêtres démagogues en dito onderwijzers. Hij stond vijandig tegenover de aspiraties van de Frontbeweging en na de oorlog kantte hij zich tegen amnestie, de vrijlating van August Borms en de realisatie van het Vlaams minimumprogramma. Voor le ministre des Affaires Etrangères waren de Vlaamse eisen, vergeleken met de grote internationale problemen, parochiaal en weinig belangrijk.

Hymans' onbegrip voor de Vlaamse eisen had tot gevolg dat zijn buitenlands beleid lange tijd verkeerd beoordeeld werd. In de tussenoorlogse periode was het debat over de buitenlandse politiek geregeld sterk communautair gekleurd. Niet alleen werden buitenlandse en taalproblemen aan elkaar gekoppeld, maar door de aanslepende onduidelijkheid rond het Frans-Belgisch Militair Akkoord won de Groot-Nederlandse kijk op het beleid – als was België een willoze vazal van Parijs – aan invloed, ook bij meer gematigde Vlaamsgezinden. Tegenstanders van de Vlaamse eisen, zoals Hymans er een was, werden bijna automatisch beschouwd als voorstanders van een bondgenootschap met de zuiderbuur. Niets was in zijn geval minder waar: Hymans was ervan overtuigd dat een alliantie met Frankrijk alléén een reëel gevaar betekende voor de Belgische zelfstandigheid. Zijn hardnekkige pogingen om voor België een middenpositie af te bakenen tussen Groot-Brittannië en Frankrijk werden aan Vlaamse kant echter nauwelijks opgemerkt.

Werken

Fragments d'histoire. Fragments et souvenirs, 1940; 
F. van Kalken en J. Bartier (ed.), Mémoires, 2 dln., 1958.

Literatuur

R. Fenaux, Paul Hymans, un homme, un temps, 1946; 
Baron Jaspar, Le centenaire de Paul Hymans, 1965; 
M. de Waele, Naar een groter België! De Belgische territoriale eisen tijdens en na de Eerste Wereldoorlog. Een onderzoek naar de doeleinden, de besluitvorming, de realisatiemiddelen en de propagandavoering van de buitenlandse politiek, RUG, onuitgegeven doctoraatsverhandeling, 1989.

Verwijzingen

zie: leger.

Auteur(s)

Maria de Waele