Hooger Onderwijs voor het Volk

Uit NEVB Online
Ga naar: navigatie, zoeken

de Vlaamse hogeschooluitbreiding aan de Gentse universiteit, opgericht in 1892.

In de context van het cultuurflamingantisme en geïnspireerd door eerdere radicaal-liberale initiatieven gericht op volksverheffing, raakten in het begin van de jaren 1890 enkele liberale Vlaamsgezinden aan de Gentse universiteit geboeid door het Engelse model van University Extension of hogeschooluitbreiding. Een aantal leden van het vrijzinnig-flamingante studentengenootschap 't Zal wel gaan nam het voortouw op de vrijzinnige studentenlanddag van 1 mei 1892 te Brugge. Twee onder hen, Pieter Tack en Lodewijk de Raet, publiceerden in het Nederlandsch Museum een uitgebreid overzicht van de Engelse extensie-beweging en hielden een pleidooi voor de toepassing ervan op de V.B. Paul Fredericq reageerde enthousiast op dit appel; onder zijn leiding ging in september 1892 aan de Gentse universiteit een extension-comité van start. Het was de bedoeling middels hogere leergangen voor een breed publiek zowel bij te dragen tot de culturele en morele verheffing van het Vlaamse volk, als aan te tonen dat wetenschappelijk onderricht in de Nederlandse taal mogelijk was. De eerste leergangen behandelden overwegend taal- en letterkundige onderwerpen, maar in de volgende jaren werden ook in andere secties lesgevers gevonden en konden historische, natuurwetenschappelijke en zelfs medische thema's worden geprogrammeerd. Fredericq, die onbetwistbaar de leidende rol vervulde in het initiatief en er ook persoonlijk veel geld en energie in stak, waakte nauwlettend over de strikte politieke neutraliteit van de lessen, dit in tegenstelling tot bijvoorbeeld de meer progressistische Brusselse extensie. Vanaf 1893-1894 ontplooide het comité ook activiteiten in andere Vlaamse dorpen en steden, vaak in samenwerking met het Algemeen-Nederlands Verbond of het Willemsfonds. De gedetailleerde verslagen in De Goedendag, Het Volksbelang of soms zelfs de Vooruit laten toe te stellen dat de leergangen op een vrij ruime publieke belangstelling konden rekenen. Onderwijzers, studenten en scholieren waren goed vertegenwoordigd bij de toehoorders, terwijl voor de medisch-hygiënische lessen ook breder dan in de flamingantische middenlagen kon worden gerekruteerd. Het Hooger Onderwijs voor het Volk bleef organisatorisch een voluntaristisch initiatief en werd geen structureel deel van de universiteit, zoals in Engeland het geval was of zoals Tack en De Raet het hadden gewenst. Fredericq beschouwde volksontwikkeling immers eerder als een vorm van paternalistische liefdadigheid.

Tijdens de Eerste Wereldoorlog probeerde rector Pierre Hoffmann het Hooger Onderwijs voor het Volk binnen de vernederlandste Gentse universiteit opnieuw op gang te trekken. Hij hoopte hiermee de populariteit van de von Bissing Universiteit te verhogen. Maar ondanks zijn aandringen mislukte het initiatief grotendeels.

Na de oorlog verloor het Hooger Onderwijs voor het Volk aan spankracht, hoewel het voor de geschiedenis van de vernederlandsing van de Gentse universiteit ontegensprekelijk een baanbrekende rol heeft gespeeld.

Literatuur

P. Tack en L. de Raet, 'Het University Extension Movement en zijne toepassing op de Vlaamse Beweging', in Nederlandsch Museum, 2de reeks, jg. 2, nr. 2 (1892), p. 35-58; 
M. de Vroede, 'Hogeschooluitbreidingen en volksuniversiteiten', in BTNG, jg. 10, nr. 1-2 (1979), p. 255-278; 
D. van Damme, Universiteit en volksontwikkeling. Het "Hooger Onderwijs voor het Volk" aan de Gentse universiteit (1892-1914), 1983.

Auteur(s)

Dirk van Damme