Hoffmann von Fallersleben, August H.

Uit NEVB Online
Ga naar: navigatie, zoeken

(Fallersleben 1 april 1798 – Corvey 19 januari 1874).

Werd in het keurvorstendom Hannover geboren en was van 1812 tot 1813 leerling aan het gymnasium te Helmstedt. In 1816 ging Hoffmann volgens de wens van zijn vader aan de universiteit te Göttingen godgeleerdheid studeren; hij voelde zich echter spoedig meer aangetrokken tot de klassieke en – sedert zijn ontmoeting met Jacob Grimm – Germaanse filologie. Hij hield zich voor het eerst met het Nederlands bezig toen hij in 1817 aan zijn ongepubliceerd gebleven Germanischer Sprach- und Völkerstamm werkte. Vermoedend dat er in de Nederlanden nog een heel filologisch studieterrein – inzake het Middelnederlands – braak lag, vertrok hij in de zomer van 1819 naar Limburg. Een half jaar later trad hij in contact met Noord-Nederlandse geleerden (Hendrik van Wijn, Hendrik W. Tydeman).

Na studies in de Duitse filologie te Bonn werd hij daar tot hulpbibliothecaris aan de universiteitsbibliotheek benoemd. Zijn eerste publicaties, zoals Bruchstücke vom Otfried en Übersicht der mittelniederländischen Dichtung, bereidden zijn reis naar Leiden voor, waar hij van juni tot oktober 1821 verbleef. Van toen af, en ook nog toen hij in 1823 bibliothecaris in Breslau werd, publiceerde hij regelmatig de resultaten van zijn speurtochten. Bijna al zijn werk op het gebied van de oude Nederlandse taal en dichtkunst vinden we terug in de Horae Belgicae. Op grond van zijn Leidse eredoctoraat van 1823 werd Hoffmann in 1835 in Breslau tot gewoon hoogleraar in de Duitse filologie benoemd. In 1836 vertoefde hij weer voor een maand in Leiden. In hetzelfde jaar begon hij een briefwisseling met Jan F. Willems, bij wie hij in 1837 in Gent te gast was. Zijn grote belangstelling voor de V.B. bracht hem in 1839 nog eens naar Gent. De verwijdering uit zijn ambt in 1841 en de gevolgen daarvan verminderden zijn belangstelling voor de Nederlanden tijdelijk. Pas in 1854 en 1855 bracht hij telkens weer enkele weken in Den Haag en Gent door. Van grotere betekenis voor de V.B. is zijn laatste reis naar de Nederlanden (1856), omdat hij toen als gast van Willems met de nieuwe generatie van Vlaamse voormannen kennismaakte. In Duitsland heeft Hoffmann vooral met zijn lyrisch werk bekendheid verworven, dat eerst bij de late romantiek en later bij Das junge Deutschland aansloot. Hij behoort tot de voorbode van de Duitse filologen en publicisten die grote belangstelling hadden voor de V.B., omdat zij daarvan een heropleving van het 'Duitse' element in Vlaanderen verwachtten. Niet alleen door zijn nationalistische dwepen met de Stammverwandtschaft van de beide Nederlanden met Duitsland – typisch voor zijn tijd – maar ook en vooral door zijn speurtochten naar oude liederen en ander letterkundig werk werd Hoffmann de invloedrijkste vertegenwoordiger van Duitsland in Vlaanderen omstreeks het midden van de 19de eeuw.

Dankzij zijn intense correspondentie met Willems, vooral tussen 1836 en 1843, kreeg Hoffmann uit betrouwbare bron een duidelijk inzicht in de Vlaamse problematiek. Tevens werd daardoor zijn speurzin opgewekt. Die wedijverde met zijn mateloze ambitie, zowel om een onontgonnen filologisch terrein te ontsluiten als om pionierswerk te verrichten op een gebied dat hem, door zijn nationaal bewustzijn en vooral onder invloed van de gebroeders Grimm, bijzonder nauw aan het hart lag. Hoffmanns optreden en geschriften tonen eveneens aan dat hij de V.B. ziet als een onderdeel van een Germaans front tegen een ontaardende romanisering.

Hoffmanns belangstelling voor Vlaanderen vindt voor een groot deel haar oorsprong in de moeilijkheden – politieke en particuliere – die hij vooral te Breslau ondervond en die onder meer tot zijn ontslag als hoogleraar leidden. De vele teleurstellingen en de zenuwslopende intriges, waarvan hij zich voortdurend het slachtoffer waande, deden hem – en trouwens ook andere Duitse dichters en politici, zoals Freiligrath en Höfken – het liberale België als een ideaal toevluchtsoord zien. Nochtans gingen zijn hoge verwachtingen om in België bibliothecaris van de koning te worden, niet in vervulling. Het is niet duidelijk wat bij deze afwijzing doorslaggevend is geweest: zijn politieke reputatie of de vrees van Willems dat hij met Hoffmann een ongewenste concurrent in het land binnenhaalde.

Het onrustige en onevenwichtige leven van Hoffmann had tot gevolg dat zijn betrekkingen met de V.B. niet altijd dezelfde intensiteit en richting vertoonden. Er zijn drie fasen te onderscheiden. In 1837 en 1839, toen hij in Gent bij Willems te gast was, beschouwde Hoffmann de V.B. vanuit een pan-Germaans en filologisch standpunt. Tegenover de verdere ontwikkelingen van de V.B. stond hij sceptisch en dat verborg hij niet (Gegen die Fransquillons). In 1854 en 1856 kreeg hij door zijn contact met Jacob F. Heremans oog voor de sociale en nationale aspecten van de V.B. en veranderde zijn scepticisme in optimisme (De Vlaamsche Beweging). In de jaren na de Duits-Franse oorlog sprak hij in sterk door de tijdgeest gekleurde gelegenheidsgedichten (An die Männer von Flandern) zijn geloof in het uiteindelijke succes van de V.B. uit. Evenals bij vele germanisten uit die tijd is bij Hoffmann de filologische belangstelling nauwelijks van de politieke te onderscheiden: de oude gemeenschappelijke dichtkunst was voor hem het bewijs van het gemeenschappelijk verleden. In die zin moet ook zijn uitlating dat Vlaanderen ein deutsches Land zou zijn, worden verstaan. De Hoffmann von Fallersleben-Gesellschaft te Fallersleben tracht met haar archief en museum en met de Mitteilungsblätter de nalatenschap van Hoffmann te verzamelen en te bewaren.

Werken

Bonner Bruchstücke vom Otfried, 1821; 
Horae Belgicae, 12 dln., 1830-1862; 
De Vlaamsche Beweging, 1856; 
Mein Leben, 6 dln., 1868; 
Loverkens, verzorgd en ingeleid door R.F. Lissens, 1964; 
'Hoffmann von Fallersleben. Einleitung zu den niederländischen Studien', in Handelingen van de KZMTLG, jg. 19 (1965), p. 363-386.

Literatuur

E. Berneisen, Hoffmann von Fallersleben als Vorkämpfer deutscher Kultur in Belgien und Holland, 1915; 
K. de Raaf, Hoffmann von Fallersleben, voortrekker in het oude land der Dietsche letteren, 1943; 
A. Deprez, Briefwisseling van Jan Frans Willems en Hoffmann von Fallersleben (1836-1843), 1963; 
P. Nelde, Flandern in der Sicht Hoffmanns von Fallersleben, 1967; 
id., Hoffmann von Fallersleben und die Niederlande (Beschreibende Bibliographien, nr. 3, 1972).

Auteur(s)

Peter H. Nelde