Hinderdael, Cesar

Uit NEVB Online
Ga naar: navigatie, zoeken

(Bazel 30 januari 1878 – Den Haag 22 mei 1934). Broer van Jef Hinderdael.

Studeerde aan de Interdiocesane School voor Kerkmuziek te Mechelen, aan het Gentse Conservatorium en aan het Koninklijk Vlaams Muziekconservatorium te Antwerpen. Hinderdael verwierf in 1908 het diploma van contrabassist, een beroep dat hij uitoefende in de Koninklijke Vlaamse Opera en de Klassieke Concerten te Antwerpen tot 1914. In 1904 was hij in Temse de medestichter en grote bezieler van de Peter Benoit-Vereniging.

Bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog vluchtte Hinderdael naar Nederland en vestigde zich in Den Haag, waar hij als contrabassist aan het Residentie Orkest verbonden bleef tot aan zijn dood. Hij dirigeerde talrijke concerten, waarin hij naast eigen composities ook werken van Vlaamse toondichters voorstelde. Als ode aan de gebroeders Van Raemdonck zette hij het door Frans van Raemdonck gedichte Lied van de Dood op muziek.

Als componist heeft Hinderdael verschillende genres beoefend, maar hij schreef vooral volksliederen. Ze verschenen onder meer gedeeltelijk in de reeks "Nederlandsche Zangstukken" van het Willemsfonds. Zijn bekendste werk is de opera De Schäbeletter (1931: eerste opvoering in de Koninklijke Vlaamse Opera te Antwerpen) op een libretto (gebaseerd op een onderwerp uit de Vlaamse folklore) van Lodewijk Scheltjens.

Literatuur

L. de Ryck, 'Kleine kroniek van de Familie Hinderdael uit Temse', in De Voorpost-Sint-Niklaas, jg. 35, nrs. 34-35 (september 1982); 
A. Stoop en B. Moenssens, 'Hinderdael, Cesar', in Lexicon van het Muziekleven in het Land van Waas, I, 1987, p. 105-111; 
A.-M. Riessauw, 'Hinderdael, Cesar', in NBW, XIII, 1990.

Auteur(s)

Anne-Marie Riessauw