Hammenecker, Jan

Uit NEVB Online
Ga naar: navigatie, zoeken

(Mariakerke 2 oktober 1878 – Westrode 13 juni 1932).

Was van 1892 af leerling aan het Klein Seminarie van Mechelen waar hij als Fransonkundige volksjongen werd geconfronteerd met de onderdrukking van de moedertaal. In 1899 schreef Hammenecker er een verhandeling over Guido Gezelle waarin te lezen viel: "Ik zal beminnen wat gij bemint, Vlaanderen en God." In 1901 ging hij theologie studeren aan het Grootseminarie te Mechelen. Hij werd priester gewijd in 1905 en aangesteld als leraar aan het Sint- Jozefscollege te Aarschot. Hij bracht zijn leerlingen flamingantische gevoelens bij, maar benadrukte dat de intellectuele vorming van de Vlaming belangrijker was dan strijd en leuze. Hij is vooral bekend voor zijn religieus geïnspireerde poëzie, waarin het Scheldeland een belangrijk thema was.

Van 1899 af werkte Hammenecker mee aan het tijdschrift Jong Dietschland en in 1906 werd hij redactielid van Vlaamsche Arbeid (eveneens tot 1914). In 1911 werd hij onderpastoor in Schaarbeek waar hij godsdienstleraar was aan de rijksnormaalschool voor jongens. Het volgende jaar werd hij als onderpastoor overgeplaatst naar Vorst. In beide Brusselse gemeenten kon hij niet aarden tussen de vooral franskiljonse parochianen. In 1913 werd hij dan benoemd als pastoor te Londerzeel-Sint-Jozef, van waaruit hij raad gaf aan voormannen van de katholieke Vlaamse studentenbeweging en de bond van het Algemeen Katholiek Vlaamsch Studentenverbond (AKVS) te Londerzeel inspireerde. In zijn psychologische jeugdroman Voor een Ziel (1922) hing hij een beeld op van de toenmalige studentenbeweging. Hij bracht in die periode ook literaire bijdragen voor Hooger Leven (1906-1914), Het Vlaamsche Land (1919-1926) en Dietsche Warande en Belfort (onder het pseudoniem van W.W. Dreunlanders). Hij was ook een belangrijke figuur in de katholieke Vlaamse meisjesbeweging. Zijn schets van Sint-Lutgardis was populair bij deze meisjes, die de heilige als patrones voor hun beweging kozen. Hij gaf vaak uiteenzettingen voor de meisjesbonden en dichtte en schreef voor hun tijdschrift Gudrun. Het was ook te Londerzeel dat hij de jonge Gerard Walschap leerde kennen, op wie hij een grote invloed uitoefende. In 1927 werd hij overgeplaatst als priester naar Westrode en sleet daar zijn laatste jaren in eenzaamheid.

Literatuur

J. Eeckhout, Literaire profielen, 1931; 
J. Mulis, De Kras van laurier. Letterkundige bijdragen, 1945; 
J. van Reusel, Jan Hammenecker, 1945; 
P.A. Bussels, 'Jan Hammenecker en Sinte Lutgart', in Gudrun, jg. 29, nr. 3 (1948), p. 66; 
A. de Bruyne, 'Jezus, de Schelde en Vlaanderen. De ene liefde van Hammenecker', in Gudrun, jg. 38 (1957); 
'Themanummer Jan Hammenecker', in Heemkundig Jaarboek Klein Brabant (1977); 
AMVC (ed.), Een eeuw Jan Hammenecker, tentoonstelling bij het eeuwfeest van zijn geboorte, 1978; 
F. Ivers, Jan Hammenecker, Vlaams Scheldezanger voor Christus, RUG, onuitgegeven licentiaatsverhandeling, 1980; 
L. Vos, Bloei en ondergang van het AKVS, 2 dln., 1982.

Auteur(s)

Sandra Maes