Haller von Ziegesar, Jozef L.

Uit NEVB Online
Ga naar: navigatie, zoeken

(Sint-Jans-Molenbeek 7 november 1864 – Berlijn 30 november 1945).

Werd bij zijn geboorte in de burgerlijke stand ingeschreven onder de naam van zijn moeder, Haller. Zijn natuurlijke vader was L. Voghelaere. Deze kwam later in dienst bij baron Adolf von Ziegesar, die vanaf 1878 in Brussel woonde. De baron en zijn vrouw intereseerden zich voor de jonge Haller en steunden zijn studie aan het atheneum in Gent, waar hij voorzitter werd van het Taalminnend Leerlingengenootschap De Heremans' Zonen, en aan de universiteit in Luik.

Haller groeide op in de sfeer van zijn pleegvader. Von Ziegesar erkende hem op 10 april 1895 als zijn eigen zoon. De baron behoorde tot het Alldeutscher Verband en was in 1898 betrokken bij de stichting van het tijdschrift Germania, waar ook Haller aan meewerkte. Na de dood van de baron in 1901 was de redactie van het maandblad tot 1904 bij Haller in Sleidinge gevestigd. Met de geldschieter van Germania, Theodor Reismann-Grone, bleef Haller ook na de verdwijning van het tijdschrift in contact.

Van 1890 tot 1905 was Haller leraar aardrijkskunde en geschiedenis in Gent, daarna in Brussel, waar hij zich aansloot bij Frans Reinhard en Maurits Josson in de leiding van het Nationaal Vlaamsch Verbond (NVV), de Vlaamsche Volksraad en de Vlaamsche Volkspartij. Toen deze laatste in 1906 in Brussel deelnam aan de Kamerverkiezingen, stond Hallers naam bovenaan op de kandidatenlijst.

Bij het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog vertoefde Haller in Amsterdam. Op 8 november 1914 keerde hij terug naar Brussel en stapte samen met Frans Bogaerts en Josson resoluut in het activisme. Vanaf eind 1914 was hij de Vlaamse vertrouwensman in Brussel van gouverneur-generaal Moritz von Bissing, met wie hij regelmatig besprekingen voerde. In juni 1915 stelde hij samen met de Duitse ritmeester Paul Simons een ontwerp-programma op voor de Brusselse activistische Vereeniging van Vrienden der Vlaamsche Zaak. Hij opperde daarin onder meer de eis dat de Vlamingen ook Wallonië moesten vernederlandsen, een gedachte die afkomstig was van Alduitse theoretici en door de Vereeniging werd afgekeurd. Gedurende het Duitse bewind was Haller betrokken bij de uitvoering van de vernederlandsing van het onderwijs en tijdelijk ook lid van de commissie tot voorbereiding van de vernederlandsing van de Gentse universiteit. Bij de splitsing van het ministerie van wetenschappen en kunsten in oktober 1916 werd hij benoemd tot algemeen bestuurder van de afdeling Kunsten van het Vlaamse ministerie.

Toen in juni 1916 uit het vooroorlogse NVV de Vlaamsche Landsbond groeide, werd Haller ondervoorzitter van de nieuwe organisatie. Bij de stichting van de Raad van Vlaanderen in februari 1917 behoorde Haller tot de eerste leden.

In november 1918 week hij uit naar Duitsland en vestigde zich in Berlijn, waar hij hoogleraar werd. Hij beleed in die tijd nu en dan een Groot-Nederlandse visie, maar zocht tegelijk opnieuw aansluiting bij het Alldeutscher Verband, waar Vlamingen en Nederlanders nog steeds als 'Duitsers' werden beschouwd. In het verbondsblad publiceerde hij tussen 1925 en 1939 onder de schuilnaam van Vlaming 39 artikels over de Vlaamse actualiteit. In 1937 verscheen zijn boekje over de 'duizendjarige' Vlaamse strijd.

Werken

Artikelen in onder meer Germania; Alldeutschs Blätter; 
Rollo van Moerlande, 1899; 
Auf deutschem Vorposten. 1000 Jahre im Kampf für eigenes Wesen (Das ABC des NBD, nr. 7, 1937).

Literatuur

H.J. Elias, 25 jaar Vlaamse Beweging 1914-1939, I, 1969; 
L. Buning, 'Meer licht op de von Ziegesars', in WT, jg. 32, nr. 6 (1973), p. 303-330; 
id., 'Von Ziegesar, Joseph', in NBW, VI, 1974; 
L. Wils, Flamenpolitik en activisme, 1974; 
B. de Corte, Het tijdschrift Germania in het kader van de Vlaams-Duitse betrekkingen, KUL, onuitgegeven licentiaatsverhandeling, 1982; 
W. Dolderer, 'De nieuwe Duits-Vlaamse toenadering na de eerste wereldoorlog', in WT, jg. 47, nr. 2 (1988), p. 109-128.

Auteur(s)

Winfried Dolderer