Groot-Nederland

Uit NEVB Online
Ga naar: navigatie, zoeken

Politiek en cultureel begrip, dat eind 19de en begin 20ste eeuw in gebruik kwam om de betrekkingen tussen Nederland en het Nederlandstalige deel van België aan te duiden (zie historiografie en Pieter Geyl).

Na de Belgische Revolutie van 1830 was het Verenigd Koninkrijk (1815-1830) geschiedenis geworden evenals de periode waarin de Nederlandse gewesten onder het Bourgondische en later het Habsburgse huis tot het einde van de 16de eeuw in los verband verenigd waren geweest.

Op grond van de historische en taalkundige band waren er in de 19de en 20ste eeuw met enige regelmaat pleidooien voor een herstel van de politieke eenheid van Nederland en het Nederlandstalige deel van België (aangeduid als Vlaanderen) te vernemen. De uitingen waren in de 19de eeuw te geïsoleerd om van politiek belang te zijn en kwamen met name in de jaren 1860 eerder van Vlaamse dan van Nederlandse zijde (Nederlandse congressen, Jan F. Willems, Ferdinand A. Snellaert, Julius Vuylsteke en Jozef A. Alberdingk Thijm). De politieke vorm waarin deze hereniging plaats zou moeten vinden was nauwelijks geformuleerd en sloot beurtelings de Waalse gewesten in en uit. Een speciale groep die voor hereniging pleitte waren de orangisten (orangisme), waaronder nogal wat Franstaligen die zich vooral de economische voordelen van het Verenigd Koninkrijk herinnerden.

In het begin van de 20ste eeuw waren de begrippen 'Groot- Nederland' en 'Groot-Nederlands' bij uitstek in gebruik als aanduiding voor de culturele en taalkundige betrekkingen tussen Nederland en Vlaanderen en hadden de begrippen nauwelijks een politieke lading. Het duidelijkst kwam dit tot uiting in de activiteiten van het Algemeen-Nederlands Verbond (1895) en in de Nederlandse Congressen en de Groot-Nederlandse Studentencongressen. In de Eerste Wereldoorlog kreeg het begrip ook weer een politieke duiding. Noord-Nederlanders en uitgeweken Vlamingen die sympathiseerden met het activisme stelden zich meer politiek bewust op en bepleitten op termijn, al dan niet met Duitse hulp, een politieke vereniging van Nederland en Vlaanderen. Na de oorlog bleef deze gedachte voortleven in organisaties als De Dietsche Bond, het Dietsch Studentenverbond, de Vlaamse Frontpartij en in kringen rond het weekblad Vlaanderen en in het Algemeen Vlaamsch Hoogstudentenverbond. Tijdens het interbellum werd op tal van bijeenkomsten en manifestaties in meer of minder heftige termen over een politiek Groot-Nederland gedebatteerd. De politieke vorm bleef als tevoren zeer in het vage. Bovendien moet in aanmerking genomen worden dat in Nederland noch in België bij de grote politieke partijen en de overheid ook maar enige sympathie voor dit streven bestond en dit bleef zo tot aan het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog.

In de jaren 1930 kreeg ook de Groot-Nederlandse Beweging in toenemende mate te maken met politieke denkbeelden, waarbij de staat primair als volksgemeensschap werd gezien, en waarin taal en volk en ras als organische begrippen werden uitgelegd en ingebed in een politiek extreem-rechts kader. In Nederland maakte de Nationaal-Socialistische Beweging van Anton Mussert en het Zwart Front (later Nationaal Front) van Arnold Meijer zich ook van de Groot-Nederlandse gedachte meester en kaderden die in hun nationaal-socialistische ideologie in. Hetzelfde gebeurde in België, waar het Verdinaso van Joris van Severen en het Vlaamsch Nationaal Verbond van Staf de Clercq Groot-Nederland incorporeerden in hun extreem- rechtse politieke denken.

Bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog leefde in die kringen en bij hen die er min of meer mee sympathiseerden de gedachte dat, evenals in de Eerste Wereldoorlog, opnieuw met Duitse hulp een hereniging van de Nederlanden tot stand gebracht zou kunnen worden. Het bleek wederom een illusie daar de Duisers absoluut niet van zins waren aan deze verlangens tegemoet te komen. Het begrip 'Groot-Nederland' was evenals het begrip 'Diets' na 1945 een 'verbrand begrip' geworden. Dat een enkele organisatie in Nederland en Vlaanderen zich zowel Groot-Nederlands als anti-Duits had opgesteld veranderde niets aan de situatie. Alleen extreem-rechtse splintergroepen met een pro-Duits oorlogsverleden propageerden na 1945 nog de Groot-Nederlandse politieke eenheid, zoals in het tijdschrift Dietsland Europa.

Bij de organsiaties die zich bezighielden met de culturele en in beperkte mate grensoverschrijdende politieke werking tussen Noord en Zuid werd het woord 'Groot-Nederland' weinig gebruikt en dan alleen in culturele zin. Wel heeft de federalisering van de Belgische staat in de jaren 1990 hier en daar in politieke kringen in Nederland en in Vlaanderen aanleiding gegeven tot de vraagstelling of de culturele betrekkingen tussen beide landen ook niet een meer politieke dimensie zouden moeten krijgen. De ontwikkeling van een Europese Nederlandstalige regio zou zo tot de mogelijkheden behoren.

Literatuur

C. ter Haar, Nederland en Vlaanderen, 1933; 
H.J. Elias, Geschiedenis van de Vlaamse Gedachte, 1963-1964; 
A.W. Willemsen, 'De Vlaamse Beweging', in Twintig Eeuwen Vlaanderen, IV-V, 1974- 1975; 
id. (red.), 'De Vlaamse Beweging. III. Na 1940', in Twintig Eeuwen Vlaanderen, VI, 1978; 
J. Demey, De historische twee-eenheid der Nederlanden, 1978; 
L. Wils, Honderd jaar Vlaamse Beweging, 3 dln., 1977-1989; 
id., Vlaanderen, België, Groot-Nederland, 1994; 
B. de Wever, 'Groot-Nederland als utopie en mythe', in BEG, nr. 3 (november 1997), p. 163-180.

Verwijzingen

zie: Nederland-Vlaanderen, Willem van Oranje.

Auteur(s)

Pieter van Hees