Grauls, Jan

Uit NEVB Online
Ga naar: navigatie, zoeken

(Hasselt 19 april 1887 – Astene 5 februari 1960).

Groeide op in een landbouwersgezin en mocht als enige van de kinderen, omwille van zijn intellectuele begaafdheid, de volledige humaniora doorlopen en Germaanse filologie studeren aan de Katholieke Universiteit Leuven. Daar ontmoette Grauls onder anderen Ernest Claes, Hendrik Borginon en August van Cauwelaert. In 1910 promoveerde hij tot doctor in de wijsbegeerte en letteren met een proefschrift over het Hasselts dialect, dat in 1930 werd gepubliceerd. Hij werd leerkracht in een Luikse school maar na zes maanden, in maart 1911, werd hij aangesteld als ambtenaar bij het ministerie van landbouw. Na de Duitse inval in 1914 volgde hij de regering naar Le Havre en werd er kabinetsattaché van minister Joris Helleputte. Grauls onderhield daar niet alleen contacten met Frans van Cauwelaert en Alfons van de Perre, maar ook met de Frontbeweging. Na de wapenstilstand in 1918 was hij actief in de vertaaldienst van het ministerie van kunsten en wetenschappen. In 1937 werd hij hoofd van die vertaaldienst en adjunct-directeur middelbaar onderwijs. In 1938 werd hij bevorderd tot directeur van het hoger en middelbaar onderwijs. Ondertussen bleef hij wetenschappelijk onderzoek over dialect en volkstaal verrichten. Hij hield in heel Vlaanderen voordrachten en hij was onder meer lid van de Koninklijke Vlaamse Academie voor Taal- en Letterkunde (vanaf 1934) en van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde te Leiden (vanaf 1935). Ook was hij secretaris van de eerste Nederlandsche Cultuurraad (1938-1940).

Grauls, die duidelijke sympathieën voor het Vlaamsch Nationaal Verbond (VNV) had maar zich buiten de politiek hield, werd in augustus 1940 benoemd tot Antwerps gouverneur ad interim, ter vervanging van baron Georges Holvoet die na de Duitse inval naar Frankrijk was uitgeweken. Aan de pers verklaarde hij dat hij "een zuiver Vlaams gouverneur" wou zijn, "die meeleeft en meevoelt met het volk". Op 8 oktober 1940 besliste het comité van de secretarissen-generaal, op aandringen van de Duitse bezetter, een commissie voor de herziening van de schoolboeken op te richten. Grauls werd hiervan voorzitter. Op 24 september 1942 werd hij benoemd tot burgemeester van Groot-Brussel. Hij zou dit ambt slechts aanvaard hebben op aandringen van Gerard Romsée en mogelijks ook van Borginon en van het Hof. Tijdens zijn proces verdedigde Grauls zich met de stelling dat hij het ambt aanvaardde omdat hij overtuigd was dat alles wettelijk bleef en omdat anders een Duitser zou zijn benoemd. Op 15 mei 1945 werd hij veroordeeld tot vijf jaar hechtenis en 25 miljoen frank boete. Hij werd in juni 1947 vrijgelaten en kreeg in 1950 zijn burgerrechten terug. Na een verplicht verblijf in Nokere vestigde hij zich in 1949 in Gent. Hij verrichtte vertaal- en secretariaatswerk en keek schoolboeken taalkundig na. Stilaan nam hij weer deel aan het culturele leven en zette hij zijn filologisch werk verder. Hij publiceerde woord- en Bruegelstudies in Het Volk, De Vlaamse Linie en De Standaard en verzorgde een taalkroniek in De Vlaamse Linie, VEV-berichten, De Brusselse Post en De Standaard.

Werken

Klankleer van het Hasseltsch dialect, 1930; 
Volkstaal en volksleven in het werk van Pieter Brueghel, 1937; 
Onze taal, 2 dln., 1960-1963.

Literatuur

W. Grauls, 'Jan Grauls', in Twintig Eeuwen Vlaanderen, XIV, 1976; 
H. van Assche, 'Grauls, Jan', in NBW, XIII, 1990.

Verwijzingen

zie: Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde.

Auteur(s)

Bernard van Causenbroeck