Grammens, Mark

Uit NEVB Online
Ga naar: navigatie, zoeken

(Ronse 25 april 1933).

Zoon van Flor Grammens.

Volgde colleges rechten en diplomatieke wetenschappen aan de Katholieke Universiteit Leuven. Daarna verbleef Grammens in Londen als correspondent van het dagblad Het Volk en van het Nederlandse weekblad De Nieuwe Eeuw. Hij werkte ook mee aan het katholieke Vlaamse weekblad De Linie (1948-1964), waarvan hij na zijn terugkeer in de lente van 1962 politiek redacteur werd. Bij de verdwijning van De Linie in 1964 werd hij directeur-hoofdredacteur van het nieuwe opinieweekblad De Nieuwe. Van 1974 tot 1983 was Grammens uitgever en hoofdredacteur van het Tijdschrift voor Diplomatie, waarin voornamelijk essays over buitenlandse politiek, en literaire en filosofische thema's gepubliceerd werden. In de jaren 1980 gaf hij over dezelfde onderwerpen de reeks Aktueel uit, waarin enkele van zijn bekende essays over de Amerikaanse buitenlandse politiek en de repressie in Vlaanderen verschenen. Zijn uitgeverij bracht in 1987 en 1988 ook een Jaarboek Vlaamse Beweging op de markt. Op 5 mei 1988 verscheen het eerste nummer van Journaal, een veertiendaags opinieblad dat in tegenstelling tot de vorige tijdschriften alleen artikels van zijn hand bevat. En in 1992 vatte hij zijn opvattingen over de V.B. samen in het Essay over de toekomst van Vlaanderen.

Waarschijnlijk als gevolg van zijn verblijf in Groot-Brittannië, maar vooral ook door zijn ononderbroken en uitgebreide lectuur van buitenlandse boeken en tijdschriften heeft Grammens altijd een grote belangstelling getoond voor de problemen van de wereldpolitiek. Hij verdedigde een geargumenteerd onafhankelijk standpunt, los van de traditionele Oost-Westtegenstellingen. Zijn kritische houding tegenover de buitenlandse politiek van de Verenigde Staten maakte hem geenszins blind voor het democratische, politieke en economische deficit van de Oostbloklanden. Alleen weigerde hij consequent zich zonder meer aan te sluiten bij de gangbare NAVO-positie ten opzichte van de Sovjet-Unie en haar bondgenoten.

Wat Vlaanderen betreft vielen zijn eerste analyses en stellingnames samen met die van de werkgroep rond het maandblad Het Pennoen, waarvoor de sociale en democratische emancipatie een natuurlijke bondgenoot was van het streven naar Vlaamse nationale autonomie. Deze sociale, democratische houding is trouwens, samen met een radicaal flamingantisme, een constante gebleven in zijn teksten en uitspraken over de rol en de toekomst van de V.B. Wegens het verzuilde politieke klimaat in het Vlaanderen van de jaren 1970 en 1980 werd Grammens daarom in die periode door voor- en tegenstanders zonder meer tot het 'linkse' of 'progressieve' kamp gerekend. Zijn oppositie tegen het Egmontpact en de volgens hem onprincipiële ontwikkeling binnen de Volksunie (VU) leidde tot een conflict met die toen nog enige Vlaams-nationale partij. In het nieuwe Vlaams-nationalistische Vlaams Blok (VB) vond hij de radicale standpunten terug die de VU oorspronkelijk had verdedigd. Hij verzette zich daarom met klem tegen het ostracisme van die partij door de nagenoeg unanieme Vlaamse linkerzijde en richtte zijn pijlen op de in zijn ogen ongenuanceerde ontsporingen van het 'antiracisme' dat volgens hem "meer de werklozen dan de werkloosheid" bestrijdt. Zonder ook maar één keer expliciet of impliciet het migrantenstandpunt van het VB bij te treden pleit hij voor een migrantenbeleid dat erop bedacht is de met moeite gewonnen Vlaamse eigenheid niet op te offeren aan een onduidelijk multicultureel ideaal of een Europese bureaucratie. Tegenover zijn uitgesproken, telkens herhaalde kritiek op de tekortkomingen en overdrijvingen van antiracistisch links staan echter zijn opvallend begrip voor of stilzwijgen over de xenofobe, intolerante uitspraken en programmapunten van het extreem-rechtse VB. Grammens, die lange tijd ongevraagd beschouwd werd als een boegbeeld van de Vlaamsgezinde linkerzijde, kreeg daarom vanaf het midden van de jaren 1980 even ongenuanceerd de reputatie van een rechts, zelfs extreem-rechts nationalist. Een aandachtige studie van zijn stellingnames toont echter aan dat geen van beide oordelen met de werkelijkheid overeenkomt. Wel is het juist dat zijn oordeel over de Vlaamse collaboratie tijdens de Tweede Wereldoorlog ongenuanceerd positief is.

In zijn Essay over de toekomst van Vlaanderen (1992) argumenteert Grammens dat Vlaanderen vandaag moet reageren op twee grote uitdagingen: de Waalse, die onder het voorwendsel van de eenzijdige solidariteit de welvaart in Vlaanderen treft, en de Europese, die het democratisch inspraakrecht van de Vlamingen bedreigt. Als antwoord op deze bedreigingen bepleit hij de nationale soevereiniteit: "Pas dan wordt het mogelijk de welvaart te handhaven in een periode van toenemende werkloosheid en Europese konkurrentie, en zal het mogelijk zijn de Nederlandse identiteit en het democratisch recht van de burgers op inspraak in het bestuur te handhaven in het eenwordende Europa."

Werken

Kwame Nkrumah leider van Afrika?, 1961; 
'Geschiedenis van De Linie te boek gesteld', in De Nieuwe (11 december 1970); 
'Het einde van de Vlaamse Beweging', in Ons Erfdeel, jg. 14, nr. 2 (1970-1971); 
'De partijen hebben een kans verkeken', in De Nieuwe (21 januari 1972); 
Kernwapens voor Europa (Aktueel, nr. 1, 1983); 
De Nieuwe Orde, 1983; 
De redding van Grenada (Aktueel, nr. 3, 1984); 
Herinneringen aan oorlog en repressie (Aktueel, nr. 14, 1985); 
Essay over de krisis (Aktueel, nr. 18, 1986); 
Gedaan met geven en toegeven, 1990; 
Essay over de toekomst van Vlaanderen, 1992.

Literatuur

W. Luyten, 'Vraaggesprek met Mark Grammens over De Nieuwe', in Kijk zelf (april 1964); 
'Evolution et disparition d'un hebdomadaire d'opinion: Le cas De Linie', Courrier hebdomadaire du CRISP (1966); 
J. Janssen, 'De Nieuwe', in Jong (februari 1969); 
M. van de Voorde, Het politieke opinieweekblad De Linie 1948-1964, RUG, onuitgegeven licentiaatsverhandeling, 1970.

Auteur(s)

Ludo Abicht