Goossens, Polidoor K.

Uit NEVB Online
Ga naar: navigatie, zoeken

(Gent 7 november 1875 – Gent 2 februari 1953).

Stond als vrijzinnig-liberaal vertegenwoordiger van de neutrale, Vlaamsgezinde middenstandsorganisatie de Vrije Burgersbond te Gent in 1911 en 1912 op de kieslijst voor De Vlaamsche Blok. Ook zijn vader, Eduard, had voor deze Vrije Burgersbond reeds in de Gentse gemeenteraad gezeteld. Polidoor Goossens was een aanhanger van de Groot-Nederlandse gedachte.

Tijdens de Eerste Weredoorlog speelde hij als Jong-Vlaming een belangrijke rol in het Gentse activisme. Zo voerde hij de redactie en het beheer van Nieuwe Gazet van Gent, vanaf oktober 1917 de Nieuwe Gentsche Courant. Het redactieadres van het blad was gevestigd op het adres van de groothandel die Goossens samen met zijn vader Eduard uitbaatte. Vader Eduard schreef zelf overigens ook bijdragen voor het blad. Op de vergadering van 7 januari 1917 te Brussel, ter voorbereiding van een activistisch eenheidsprogramma en een gemeenschappelijke organisatie, pleitte P. Goossens voor onderhandelingen met de Duitse overheid om de bestuurlijke scheiding te kunnen doorvoeren. Hij bereidde de Vlaamsch Nationale Landdag van 4 februari 1917 voor en nam voor Oost-Vlaanderen zitting in de daaruit voortvloeiende Raad van Vlaanderen. Hij was hierin lid van de Kommissie van Bankwezen, Geldwezen en Handel; hij zetelde tevens in de Oost-Vlaamse Gouwraad. Hij verzette zich tegen de opeising en de wegvoering van Vlaamse werklozen. Begin 1918 was Goossens voorzitter van de nieuw opgerichte Vlaamsche Handels- en Nijverheidsbond, een activistische versie van de vooroorlogse Vrije Burgersbond en gericht tegen de bestaande als Fransgezind bestempelde Handels- en Nijverheidskring. Hij zetelde ook in de tweede Raad van Vlaanderen. In mei 1918 trad Goossens toe tot het voorlopig bestuur van de Vlaamsch-Nationale Partij, die zich vooral tot zelfstandigen en ambachtslui richtte. Dit verscherpte nog zijn conflict met de Gentse activistische leider Jan Wannyn en diens Nationalistische Bond.

Ook vader Eduard engageerde zich overigens begin maart 1918 op het politieke terrein; hij werd medestichter en ondervoorzitter van de Katholieke Nationalistenvereeniging van Oost-Vlaanderen, die naast de zelfstandigheid van Vlaanderen, ook de katholieke belangen benadrukte. E. Goossens werd daarnaast nog hoofd van het Verbond der Maatschappijen voor Onderlinge Bijstand, en hij was een kleine aandeelhouder van de op 21 september 1918 opgerichte Vlaamsche Handelsbank.

Na de bevrijding week P. Goossens uit naar Nederland. Hij werd in 1919 bij verstek ter dood veroordeeld. Na de Uitdovingswet van 1929, keerde hij in 1930 naar Gent terug. Hij sloot zich aan bij de Groot-Nederlandse groep rond het tijdschrift De Nieuwe Voorpost (later De Dietsche Voorpost), waarvan hij redacteur werd. Hij leidde ook de verkiezingscampagne van Roza de Guchtenaere toen die in 1932 op een aparte Vlaams- nationalistische lijst tegen Hendrik Elias opkwam.

In het begin van de Tweede Wereldoorlog was hij actief betrokken bij de oprichting en in het bestuur van de Nationaal-Socialistische Vlaamsche Arbeiderspartij, het Comité voor Dietsche Actie en de Nationaal-Socialistische Beweging voor Vlaanderen. Vanaf 1943 werkte hij voor de Duitsch-Vlaamsche Arbeidsgemeenschap, in de dienst Pers en Documentatie. Goossens werd na de oorlog veroordeeld tot zes jaar hechtenis. Nadien speelde hij geen politieke rol meer.

Literatuur

Zaak Wannijn en Anderen. Akte van Beschuldiging, 1920; 
'In memoriam Pol Goossens', in Opstanding, jg. 5, nr. 8 (21 februari 1953); 
D. Vanacker, Het aktivistisch avontuur, 1991.

Auteur(s)

Luc Boeva